Columns
Maandagmorgen, op de sportschool. De standaardvraag: ,,En, leuk weekend gehad Johan ?” Het is zo’n vraag waar eigenlijk maar één antwoord op verwacht wordt. Iets met “prima”, “lekker rustig” of “mooie wedstrijden gezien”. Maar dit keer kwam er iets anders uit. Iets eerlijks. “Nee, ik heb geen leuk weekend gehad.”
Veel koeien vergeten dat ze kalf zijn geweest
Veel koeien vergeten dat ze kalf zijn geweest
Soms zit de scherpte in een ogenschijnlijk simpele opmerking. Een zin die je in eerste instantie wegwuift als een grap, maar die, als je hem even laat bezinken ,precies de kern raakt. “Veel koeien vergeten dat ze kalf zijn geweest.” Het stond onder een Facebook-post van mij, en eerlijk gezegd: ik moest lachen. Niet omdat het alleen een leuke beeldspraak is, maar vooral omdat het pijnlijk waar is.
Soms zit de scherpte in een ogenschijnlijk simpele opmerking. Een zin die je in eerste instantie wegwuift als een grap, maar die, als je hem even laat bezinken ,precies de kern raakt. “Veel koeien vergeten dat ze kalf zijn geweest.” Het stond onder een Facebook-post van mij, en eerlijk gezegd: ik moest lachen. Niet omdat het alleen een leuke beeldspraak is, maar vooral omdat het pijnlijk waar is.
Het jeugdvoetbal moet vóór juni klaar zijn!!
Het jeugdvoetbal moet vóór juni klaar zijn. Lees die zin nog eens hardop. Het klinkt als een beleidsdoel, een keurig afgetikte planning uit een Excel-sheet. Maar in werkelijkheid is het een pijnlijke constatering. Een conclusie die je niet wilt trekken, maar die zich ieder seizoen weer opdringt. Want wie een beetje rondkijkt in het amateurvoetbal ziet het gebeuren: half mei en de bal rolt al niet meer. Competities klaar. Velden leeg. Terwijl de kalender nog bulkt van de weken.
Mooiweervoetballer (deel2)
Het woord mooiweervoetballer had voor mij altijd iets spottends. Een begrip dat je vooral gebruikte voor die ene speler in je team die bij de eerste regendruppel al met bedenkelijke smoesjes begon. Die tijdens gure wintertrainingen ineens een “vervelend pijntje” had. Of die, wanneer de wind dwars over het veld joeg en de temperatuur richting het vriespunt zakte, opvallend vaak “andere verplichtingen” bleek te hebben. Ik hoorde vroeger niet bij dat soort voetballers. Integendeel zelfs: hoe natter het veld, hoe meer modder, hoe liever ik het had. De geur van nat gras, regen die horizontaal over het veld joeg, de bal die net iets anders rolde door een plas water – het hoorde allemaal bij het spel dat ik zo mooi vond.
“Schriftelijk winnen is het nieuwe voetballen”
De B-categorie in het amateurvoetbal is al jaren een vreemde eend in de bijt, maar wat zich daar de laatste seizoenen afspeelt begint steeds meer te lijken op een structureel probleem waar niemand zijn vingers echt aan wil branden. Wat ooit bedoeld was als een laagdrempelige competitie voor teams zonder prestatiedruk, is verworden tot een speelveld waar vrijblijvendheid, creatief omgaan met regels en , laten we het beestje bij de naam noemen, zelfs misbruik maken van regels.
Gezond beleid met een biertje erbij: hoe consequent is de sportvereniging echt?
Er zijn stellingen, en er zijn stéllingen. En dan heb je nog de categorie: Jan-ten-Caat: Een stelling waar je even voor gaat zitten, je wenkbrauw optrekt en vervolgens denkt: ja, verdomd… hier zit wat in. Dit keer luidt zijn pareltje: clubs die een algeheel rookverbod op het sportpark instellen moeten consequent zijn en dit ook bij alcohol doen.
Langs de lijn: waar emotie eindigt en beschaving zou moeten beginnen
Soms ontstaat er contact op de meest onverwachte momenten. Zo gebeurde het deze week dat een scheidsrechter uit het amateurvoetbal – geen arbiter uit onze eigen regio, maar wel iemand die hier regelmatig wedstrijden leidt, ineens contact met mij opnam. Hij was bij toeval gestuit op een eerder door mij geschreven column en had, na enig speurwerk, mijn gegevens weten te achterhalen. Wat volgde was een open en eerlijk telefoongesprek over een wedstrijd waarbij hij als arbiter en ik als verslaggever aanwezig waren geweest.
Hans Nijland is er klaar mee. En ik snap hem helemaal.
De oud-directeur van FC Groningen gooide onlangs de knuppel in het hoenderhok door te stellen dat spelers best zélf een warming-up kunnen doen. Een opmerking die, zoals dat tegenwoordig gaat, via allerlei social media-kanalen rondzong. Ik heb het fragment zelf via de socials beluisterd, en niet in één van die inmiddels ontelbare podcasts waar Nederland mee wordt overspoeld, en de kern van zijn boodschap kwam luid en duidelijk over. En die kern is simpel: we zijn doorgeslagen.
Commentaren langs de lijn: het blijft een raar fenomeen
Het amateurvoetbal heeft veel mooie kanten. Vrijwilligers die elke week klaarstaan, supporters die hun club al decennia trouw volgen en spelers die – weer of geen weer – op zondag het veld op stappen. Maar er is ook een andere kant. Een kant die de laatste jaren steeds zichtbaarder wordt en waar steeds vaker zorgen over klinken: het gedrag langs de lijn.
Stelling van de week: er is te snel specialisatie in het jeugdvoetbal
Er is in het jeugdvoetbal een ontwikkeling gaande waar je niet heel lang over hoeft na te denken om te zien dat het de verkeerde kant op gaat: specialisatie op steeds jongere leeftijd. Het klinkt professioneel, het klinkt ambitieus en het klinkt alsof clubs er alles aan doen om talent optimaal te ontwikkelen. Maar wie iets verder kijkt dan de mooie woorden, ziet vooral dat kinderen steeds eerder in hokjes worden gestopt. Hokjes waar ze vaak helemaal niet in thuishoren..