Zondagvoetbal leeft nog: een middag in Eext vol voetbal, publiek en verbondenheid

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Een middag in Eext liet zich lezen als een pleidooi voor het zondagvoetbal. Op uitnodiging was ik aanwezig bij het laatste thuisduel van de afscheidnemende trainer Herman Bats. De tegenstander was streekgenoot GKC uit Gasselte, en hoewel er sportief gezien weinig meer op het spel stond dan eer en prestige, was de publieke belangstelling opvallend groot. Tussen de 250 en 300 toeschouwers hadden de weg naar het fraai tussen de bossen gelegen sportpark gevonden. Dat aantal alleen al zette mij aan tot nadenken.
logo

Staand langs de lijn viel het contrast met veel wedstrijden op Het Hogeland direct op. Daar is het vaak geen uitdaging om het aantal aanwezigen te tellen; soms is het eerder pijnlijk dan geruststellend hoe beperkt de belangstelling is. In Eext daarentegen hing een sfeer die je steeds minder vaak tegenkomt: betrokkenheid, herkenning en een gevoel van dorpsgemeenschap. Mensen kwamen niet alleen voor de wedstrijd, maar ook voor elkaar. Er werd gepraat, gelachen en nagekaart, en de kantine draaide zichtbaar goed.

Navraag bij betrokkenen maakte duidelijk dat men in deze regio weinig ziet in een massale overstap naar het zaterdagvoetbal. Waar elders de keuze voor zaterdag vaak wordt ingegeven door praktische of emotionele overwegingen, werk, gezin, andere prioriteiten lijkt men hier vast te houden aan traditie én aan wat blijkbaar goed werkt. En dat is niet zonder reden. Een goed bezochte zondagmiddagwedstrijd levert niet alleen sfeer op, maar ook inkomsten. De kantineomzet speelt een belangrijke rol in de financiële gezondheid van een vereniging, en juist op dat punt lijkt het zondagvoetbal hier nog springlevend.

Dat roept onvermijdelijk vragen op over de keuzes die in andere regio’s zijn gemaakt. Op Het Hogeland bijvoorbeeld is het zondagvoetbal verdwenen. Clubs hebben massaal gekozen voor de zaterdag, vaak met de verwachting dat dit meer spelers, meer publiek en meer dynamiek zou opleveren. De praktijk lijkt echter weerbarstiger. Waar men hoopte op groei, is er in veel gevallen eerder sprake van verschraling. Minder toeschouwers, minder kantine-inkomsten en een wedstrijdbeleving die aan intensiteit heeft ingeboet.

Natuurlijk zijn dit geen zwart-witverschillen. Iedere regio heeft zijn eigen dynamiek, zijn eigen sociale structuur en zijn eigen tradities. Wat in Eext werkt, hoeft niet automatisch op Het Hogeland te werken. Toch is het moeilijk om het succes van het zondagvoetbal in delen van Drenthe en Oost-Groningen volledig te negeren. Blijkbaar is er daar nog steeds behoefte aan een vaste voetbalmiddag op zondag, een moment waarop het dorp samenkomt en de club het middelpunt vormt.

Misschien ligt de kern van het verschil wel in hoe voetbal wordt beleefd. Is het vooral een sportieve activiteit, ingepland tussen andere verplichtingen? Of is het een sociaal ankerpunt, een wekelijks ritueel dat mensen samenbrengt? In Eext leek het duidelijk het laatste. De wedstrijd was belangrijk, maar minstens zo belangrijk was alles eromheen. Dat maakt dat mensen blijven komen, ook als er sportief weinig op het spel staat. Het zet aan tot heroverweging. Niet per se om overal terug te keren naar het zondagvoetbal, maar wel om kritischer te kijken naar de gevolgen van gemaakte keuzes. Heeft de verschuiving naar zaterdag daadwerkelijk gebracht wat men ervan verwachtte? En zo niet, is er dan ruimte om opnieuw na te denken over de rol van de zondag?

De middag in Eext gaf in ieder geval een helder signaal af. Zondagvoetbal is daar geen reliek uit het verleden, maar een levendige traditie die nog altijd mensen weet te verbinden. En misschien is dat wel de belangrijkste les: dat voetbal, ongeacht de speeldag, pas echt waarde krijgt wanneer het gedragen wordt door de gemeenschap. Hoezo een verkeerde keuze? In Eext leek het antwoord overduidelijk.