Stelling van de week: Een aanvoerder moet Nederlands kunnen spreken
Met de stelling "Een aanvoerder moet Nederlands kunnen spreken" ben ik het roerend eens. Sterker nog: ik vind het eigenlijk vanzelfsprekend. Een aanvoerder is immers veel meer dan degene die met de band om zijn arm het veld op loopt. Hij is het verlengstuk van de trainer, de leider van de groep en het gezicht van de club. Hoe kun je die rol optimaal vervullen wanneer je de taal van je ploeggenoten, de staf, de supporters en de media niet of nauwelijks spreekt?