De voetbalavonturen van Morris en Tim (deel 23): weer een week van contrasten

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Morris en Tim


De voetbalavonturen van Morris en Tim laten zich ook deze week lezen als een verhaal van scherpe contrasten. Contrast tussen winnen en verliezen, tussen spelen en stilstaan, maar vooral tussen hoe verenigingen omgaan met jeugdvoetbal. Want waar het ene team, ondanks een nederlaag ,groeit, plezier beleeft en zich ontwikkelt, staat het andere simpelweg qua wedstrijden wekenlang stil.



morris2 tim 3
Het begon, zoals zo vaak, met een klein moment. Een telefoontje van Morris, licht verontwaardigd maar vooral enthousiast. Opa had iets gemist: een oefenwedstrijd. Dat kan gebeuren, maar wat niet gemist mocht worden was het verhaal dat volgde. Een wedstrijd tegen een tegenstander die twee klassen hoger speelt, een 6-3 nederlaag, maar vooral: goed spel, inzet en zelfs een doelpunt van Morris zelf. Dat zijn de momenten waar het om draait. Niet de uitslag, maar de ontwikkeling. Niet het verlies, maar de groei. En ja, ook dat ene doelpuntje dat alles weer goedmaakt.

Daar tegenover staat het verhaal van Tim. Geen wedstrijd, geen spanning, geen kleedkamerpraat. Gewoon… niets. Vakantie. En dus ligt het voetbal stil. Niet een week, maar twee zaterdagen. Voor jonge spelers, die juist in een fase zitten waarin regelmaat, ritme en plezier cruciaal zijn, is dat funest. Het haalt de vaart eruit, het enthousiasme zakt weg en de vanzelfsprekendheid van “elk weekend voetballen” verdwijnt.

En daar zit precies de kern van het probleem. Want waarom is het in sommige delen van het land wél mogelijk om door te spelen tijdens vakantieperiodes, terwijl in andere regio’s de bal stil blijft liggen? Het antwoord lijkt te liggen in een combinatie van mentaliteit, organisatie en prioriteit. In het westen van het land zie je vaak dat verenigingen creatiever omgaan met dit soort periodes. Teams worden samengevoegd, er worden onderlinge wedstrijden georganiseerd of er wordt simpelweg doorgespeeld met de spelers die er wél zijn. Het uitgangspunt daar lijkt te zijn: kinderen willen voetballen, dus laten we dat faciliteren. Simpel, maar doeltreffend. In het noorden van Groningen, lijkt die urgentie minder aanwezig. Daar wordt al snel gedacht: “Er zijn te veel spelers op vakantie, dus we lassen een pauze in.” Op het eerste gezicht logisch, maar bij nader inzien een gemiste kans. Want juist de kinderen die wél aanwezig zijn, worden daarmee tekortgedaan. Zij verliezen weken aan speeltijd, aan ontwikkeling en aan plezier. Het gevolg laat zich raden. Minder ritme betekent minder scherpte. Minder wedstrijden betekent minder leermomenten. En uiteindelijk vertaalt zich dat naar een lager niveau. Niet omdat de talenten er niet zijn, maar omdat de omstandigheden niet optimaal zijn. Voetbal is immers een sport van herhaling, van meters maken, van fouten maken en daarvan leren. Haal je die herhaling weg, dan haal je de groei weg. Daar komt nog iets bij: beleving. In regio’s waar voetbal leeft, waar wedstrijden doorgaan ongeacht vakanties, waar ouders langs de lijn staan en waar kinderen uitkijken naar het weekend, ontstaat een cultuur. Een cultuur waarin voetbal meer is dan een hobby; het is een onderdeel van het dagelijks leven. En die cultuur lijkt in het westen sterker verankerd dan in het noorden. Dat is geen verwijt aan individuele clubs of vrijwilligers ,integendeel. Zij doen vaak hun uiterste best met de middelen die ze hebben. Maar het is wel een oproep om kritisch te kijken naar hoe dingen worden georganiseerd. Want als je structureel weken stilvalt, moet je je afvragen of dat nog past bij de behoeften van jonge spelers. Het argument dat “iedereen op vakantie is” houdt bovendien steeds minder stand. Vakantiepatronen zijn veranderd. Niet iedereen gaat tegelijk weg, en veel gezinnen kiezen voor kortere trips of blijven deels thuis. Dat biedt juist kansen om flexibel te plannen en alternatieven te bedenken.

Waarom geen mini-toernooien organiseren met de aanwezige spelers? Waarom geen gemixte teams maken van verschillende leeftijdsgroepen? Waarom niet inzetten op trainingen met een spelelement, zodat het toch als een wedstrijd voelt? Mogelijkheden genoeg, mits er de wil is om ze te benutten en wat ik in het geval van Tim duidelijk mis.

Het contrast tussen Morris en Tim is daarmee meer dan een toevallige samenloop van omstandigheden. Het is een spiegel voor het jeugdvoetbal in Nederland. Aan de ene kant het enthousiasme, de beleving en de ontwikkeling die doorgaan, ongeacht de omstandigheden. Aan de andere kant de stilstand, de gemiste kansen en het gebrek aan flexibiliteit. Als we willen dat het niveau in het noorden weer stijgt, begint dat bij dit soort ogenschijnlijk kleine keuzes. Blijf spelen. Blijf organiseren. Blijf kinderen de kans geven om te doen wat ze het liefste doen: voetballen. Want uiteindelijk zijn het niet de grote beleidsplannen die het verschil maken, maar de zaterdagochtenden waarop er wél of niet wordt gespeeld. De momenten waarop een kind kan scoren, kan leren, kan groeien. Of, zoals Tim, twee zaterdagen noodgedwongen moet toekijken. En dat is misschien wel het grootste contrast van allemaal.