De voetbalavonturen van Morris en Tim (deel 16) gras,griep en glimlachen
Er zijn van die momenten waarop je als opa even achteroverleunt, een glimlach niet kunt onderdrukken en denkt: ja, dit is een goed idee geweest. Het vastleggen van de voetbalavonturen van mijn twee kleinzoons Morris en Tim begon ooit als een spontane ingeving. Gewoon, omdat het leuk leek. Een foto hier, een kort verslagje daar, een telefoontje na afloop dat je eigenlijk niet wilt vergeten. Maar zoals dat vaak gaat met herinneringen die je niet wilt laten vervliegen, groeide die ingeving langzaam uit tot een kleine missie. Een digitaal plakboek, gevuld met doelpunten, trainingen, kleedkamerpraat, teleurstellingen, overwinningen en alles wat het jeugdvoetbal zo mooi, eerlijk en puur maakt.

Afgelopen weekend was er weer zo één dat naadloos in dat plakboek past. Een weekend waarin voetbal en realiteit elkaar kruisten. Waar enthousiasme botste met griepvirussen en het weerbericht net zo spannend werd als een kampioenswedstrijd.
Voor Tim bleef het deze keer bij trainen. Op dinsdag stond hij nog gewoon in de zaal, fanatiek als altijd. Dribbelen, passen, schieten, de zaaltrainingen zijn snel, technisch en intens. En hij had geluk, want code rood werd in het Noorden pas een dag later van kracht. Was dat noodweer eerder aangekondigd, dan was het een voetballoze week geworden. Soms zit het mee, zelfs als het tegenzit.
Toch hing er een schaduw boven de week. Op het moment van schrijven ,woensdag 11 februari, is Tim ziek. De griep die volgens de berichten overal rondgaat, heeft hem én zus Maud even te pakken. Koorts, vermoeidheid, bankhangen in plaats van ballen tegen de muur schieten. En dat is wennen voor een jongen die liever rent dan rust. Of hij zaterdag 14 februari, wanneer deel twee van de cyclus van vier zaaltoernooitjes gepland staat, in sporthal Scherphorn kan spelen, is nog de vraag. Het wordt een kwestie van herstellen, van goed uitzieken, van geduld hebben. En dat laatste is misschien nog wel het moeilijkst.
Terwijl Tim nu even noodgedwongen toeschouwer is, was het vorige week Morris die door de griep werd afgeremd. Ook in Velserbroek was het virus te gast en werd de woensdagtraining overgeslagen. Geen partijtje, geen afwerkoefeningen, maar een dekentje en thee met honing. Toch krabbelde hij richting het weekend weer wat op. Het voetbalveld lonkte. De kracht van het groene gras bleek sterker dan het restje griep dat nog in zijn tengere lijf zat.
Zaterdag stond het thuisduel tegen Odin JO9-2 op het programma. Je voelt als opa bijna de spanning wanneer de tijd van de aftrap nadert. Niet langs de lijn dit keer, maar wachtend op dat telefoontje waar inmiddels een vaste traditie in schuilt. Even later gaat de telefoon.
“Hoi opa… we hebben met 3-3 gelijkgespeeld tegen Odin. En ik had een assist bij de 3-3. En ik heb niet gescoord omdat ik nog niet helemaal fit was. En dan ben je even minder scherp.”
In een paar zinnen zit alles wat jeugdvoetbal zo mooi maakt. De trots om een assist. De eerlijkheid over het niet scoren. De zelfreflectie, “dan ben je even minder scherp.” Geen excuses, geen grootspraak. Gewoon een nuchtere analyse van een jongen van bijna negen die vooral blij is dat hij weer mee kon doen.
Een 3-3 gelijkspel. Voor sommigen slechts een uitslag, voor mij een verhaal. Een wedstrijd waarin waarschijnlijk werd gerend tot de benen zwaar werden, waar kansen kwamen en gingen, waar ouders langs de lijn aanmoedigden en waar na afloop handen werden geschud. Een assist bij de 3-3 betekent dat je op het juiste moment oog hebt voor een teamgenoot. Dat je het overzicht bewaart. Dat je samen iets tot stand brengt. Misschien is dat nog wel mooier dan zelf scoren.
Dat is wat dit digitale plakboek zo bijzonder maakt. Het zijn niet alleen de doelpunten die tellen. Het zijn de kleine zinnen, de spontane telefoontjes, de weersomstandigheden, de griepjes en het doorzettingsvermogen. Het is het besef dat voetbal voor deze jongens veel meer is dan een spelletje. Het is leren winnen en verliezen, omgaan met teleurstelling en genieten van een simpele assist.
Straks, wanneer Tim weer hersteld is en ook hij zijn wedstrijden speelt, zal er een telefoontje komen. Vanuit Uithuizen dit keer. Met ook verhalen over een mooie actie, een redding, een doelpunt of misschien gewoon over hoe leuk het was. En ook dat krijgt een plekje in het plakboek.
Soms denk ik wel eens: voor wie doe ik dit eigenlijk? Voor hen, zodat ze later kunnen teruglezen hoe het begon. Voor als blijvende herinnering aan deze jaren. Maar ook een beetje voor mezelf. Omdat het me dwingt stil te staan bij wat echt telt. Niet de eindstand, niet de ranglijst, maar de pure beleving richting een digitaal plakboek vol herinneringen, dat ieder weekend weer een beetje rijker wordt.
Voor Tim bleef het deze keer bij trainen. Op dinsdag stond hij nog gewoon in de zaal, fanatiek als altijd. Dribbelen, passen, schieten, de zaaltrainingen zijn snel, technisch en intens. En hij had geluk, want code rood werd in het Noorden pas een dag later van kracht. Was dat noodweer eerder aangekondigd, dan was het een voetballoze week geworden. Soms zit het mee, zelfs als het tegenzit.
Toch hing er een schaduw boven de week. Op het moment van schrijven ,woensdag 11 februari, is Tim ziek. De griep die volgens de berichten overal rondgaat, heeft hem én zus Maud even te pakken. Koorts, vermoeidheid, bankhangen in plaats van ballen tegen de muur schieten. En dat is wennen voor een jongen die liever rent dan rust. Of hij zaterdag 14 februari, wanneer deel twee van de cyclus van vier zaaltoernooitjes gepland staat, in sporthal Scherphorn kan spelen, is nog de vraag. Het wordt een kwestie van herstellen, van goed uitzieken, van geduld hebben. En dat laatste is misschien nog wel het moeilijkst.
Terwijl Tim nu even noodgedwongen toeschouwer is, was het vorige week Morris die door de griep werd afgeremd. Ook in Velserbroek was het virus te gast en werd de woensdagtraining overgeslagen. Geen partijtje, geen afwerkoefeningen, maar een dekentje en thee met honing. Toch krabbelde hij richting het weekend weer wat op. Het voetbalveld lonkte. De kracht van het groene gras bleek sterker dan het restje griep dat nog in zijn tengere lijf zat.
Zaterdag stond het thuisduel tegen Odin JO9-2 op het programma. Je voelt als opa bijna de spanning wanneer de tijd van de aftrap nadert. Niet langs de lijn dit keer, maar wachtend op dat telefoontje waar inmiddels een vaste traditie in schuilt. Even later gaat de telefoon.
“Hoi opa… we hebben met 3-3 gelijkgespeeld tegen Odin. En ik had een assist bij de 3-3. En ik heb niet gescoord omdat ik nog niet helemaal fit was. En dan ben je even minder scherp.”
In een paar zinnen zit alles wat jeugdvoetbal zo mooi maakt. De trots om een assist. De eerlijkheid over het niet scoren. De zelfreflectie, “dan ben je even minder scherp.” Geen excuses, geen grootspraak. Gewoon een nuchtere analyse van een jongen van bijna negen die vooral blij is dat hij weer mee kon doen.
Een 3-3 gelijkspel. Voor sommigen slechts een uitslag, voor mij een verhaal. Een wedstrijd waarin waarschijnlijk werd gerend tot de benen zwaar werden, waar kansen kwamen en gingen, waar ouders langs de lijn aanmoedigden en waar na afloop handen werden geschud. Een assist bij de 3-3 betekent dat je op het juiste moment oog hebt voor een teamgenoot. Dat je het overzicht bewaart. Dat je samen iets tot stand brengt. Misschien is dat nog wel mooier dan zelf scoren.
Dat is wat dit digitale plakboek zo bijzonder maakt. Het zijn niet alleen de doelpunten die tellen. Het zijn de kleine zinnen, de spontane telefoontjes, de weersomstandigheden, de griepjes en het doorzettingsvermogen. Het is het besef dat voetbal voor deze jongens veel meer is dan een spelletje. Het is leren winnen en verliezen, omgaan met teleurstelling en genieten van een simpele assist.
Straks, wanneer Tim weer hersteld is en ook hij zijn wedstrijden speelt, zal er een telefoontje komen. Vanuit Uithuizen dit keer. Met ook verhalen over een mooie actie, een redding, een doelpunt of misschien gewoon over hoe leuk het was. En ook dat krijgt een plekje in het plakboek.
Soms denk ik wel eens: voor wie doe ik dit eigenlijk? Voor hen, zodat ze later kunnen teruglezen hoe het begon. Voor als blijvende herinnering aan deze jaren. Maar ook een beetje voor mezelf. Omdat het me dwingt stil te staan bij wat echt telt. Niet de eindstand, niet de ranglijst, maar de pure beleving richting een digitaal plakboek vol herinneringen, dat ieder weekend weer een beetje rijker wordt.