De voetbalavonturen van Morris en Tim (deel 15) zaalvoetbal en ziekte en een les.
Er zijn van die momenten waarop je als opa even achteroverleunt, een glimlach niet kunt onderdrukken en denkt: ja, dit is een goed idee geweest. Het vastleggen van de voetbalavonturen van mijn twee kleinzoons Morris en Tim begon ooit als een spontane ingeving. Gewoon, omdat het leuk leek. Een foto hier, een kort verslagje daar, een telefoontje na afloop dat je eigenlijk niet wilt vergeten. Maar zoals dat vaak gaat met herinneringen die je niet wilt laten vervliegen, groeide die ingeving langzaam uit tot een kleine missie. Een digitaal plakboek, gevuld met doelpunten, trainingen, kleedkamerpraat, teleurstellingen, overwinningen en alles wat het jeugdvoetbal zo mooi, eerlijk en puur maakt..

Het afgelopen weekend was er weer zo eentje dat perfect in dat plakboek past. Een weekend met twee heel verschillende verhalen, maar allebei typisch jeugdvoetbal. Voor Tim stond het eindelijk weer in het teken van zelf voetballen, voor Morris juist van noodgedwongen langs de lijn staan. Twee kleinzoons, twee ervaringen, één opa die alles gretig opslaat.
We beginnen deze keer in Uithuizermeeden, waar sporthal Scherphorn het ‘strijdtoneel’ was voor een zaalvoetbaltoernooi. Een toernooi voor JO7-teams, met Corenos, SJO ’t Hogeland, Eenrum en De Heracliden als deelnemers. Vier clubs, een sporthal vol geluid, kleine voetballers met veel te grote energie en ouders die langs de kant minstens zo fanatiek meeleefden.
De geluiden uit Uithuizermeeden waren meer dan positief. Het toernooi was goed georganiseerd, de wedstrijden volgden elkaar vlot op en bovenal: de spelers hadden zichtbaar plezier. En dat is waar het op die leeftijd om draait. Geen standen, geen kampioenen, geen discussies over tactiek of systemen. Gewoon rennen, lachen, vallen en weer opstaan en proberen die bal in het goede doel te krijgen. Dat Tim na afloop enthousiast vertelde over zijn wedstrijden, zijn teamgenoten en de doelpunten die vielen, soms vóór, soms tegen, zei eigenlijk al genoeg. Het was bovendien pas het eerste deel van een cyclus van vier zaalvoetbaltoernooitjes die om de veertien dagen op het programma staan. Toernooien waar de kinderen zichtbaar naar uitkijken en waar, zo liet Tim tussen neus en lippen door weten, hij zich nu al op verheugt. Dat soort zinnetjes doen het altijd goed bij opa’s.
Waar Tim op zaterdag zijn zaalschoenen mocht aantrekken, speelde zich in Velserbroek een heel ander verhaal af. Daar zat een jongetje dat een teleurstellende mededeling moest verwerken. Toen opa hem vroeg hoe hij had gespeeld, kwam het antwoord snel en helder. „Hoi opa, we hebben niet gespeeld. Er waren vier spelers van ons team ziek. Toen zou er iemand van de JO9-2 meedoen, maar toen werd er vanochtend nóg iemand ziek. Dus hebben we niet gespeeld en moeten we die wedstrijd later inhalen.” Een duidelijk verhaal uit Velserbroek. En ook een eerlijk verhaal. De teleurstelling was hoorbaar, want je kijkt als jonge voetballer toch de hele week uit naar dat ene moment: eindelijk weer het veld op, samen met je team. Dat het dan niet doorgaat, is balen. Stevig balen zelfs. Maar ook dat hoort bij het ‘leven’ van een jonge voetballer. Wedstrijden die worden afgelast, trainingen die niet doorgaan, teamgenoten die ontbreken. Het zijn kleine lessen in omgaan met tegenslag, in geduld hebben en in relativeren.
En zo leert opa zelf ook weer wat bij. Want terwijl hij luistert naar beide verhalen – het enthousiaste uit Uithuizermeeden en het teleurgestelde uit Velserbroek ,beseft hij dat dit precies is waarom hij ooit begon met dat digitale plakboek. Niet alleen om de doelpunten te onthouden, maar vooral om het gevoel vast te leggen. De emoties, groot en klein. Want die maken jeugdvoetbal tot jeugdvoetbal. Heel stiekem gaat deze opa ze dan toch af en toe vertellen dat vroeger niet alles beter was, maar dat hij wel hoopt dat ze nooit om allerlei wissewasjes zoals festivals, weekendjes weg of andere gekkigheid af gaan zeggen. Want teamsport betekent nu eenmaal dat er, behalve wanneer je echt ziek bent of moet werken, altijd op je gerekend mag worden. Dat je er bent voor elkaar. Dat je samen wint, samen verliest en soms samen baalt.
Misschien begrijpen ze dat nu nog niet helemaal. Misschien rolt het ene oor in en het andere eruit. Maar ooit, later, als ze terugkijken op die zaterdagen in de sporthallen en op de velden, op die wedstrijden die wel en niet doorgingen, dan hopen opa en zijn digitale plakboek dat ze denken: ja, dit was mooie tijd. En dan is deze missie meer dan geslaagd.

Het afgelopen weekend was er weer zo eentje dat perfect in dat plakboek past. Een weekend met twee heel verschillende verhalen, maar allebei typisch jeugdvoetbal. Voor Tim stond het eindelijk weer in het teken van zelf voetballen, voor Morris juist van noodgedwongen langs de lijn staan. Twee kleinzoons, twee ervaringen, één opa die alles gretig opslaat.
We beginnen deze keer in Uithuizermeeden, waar sporthal Scherphorn het ‘strijdtoneel’ was voor een zaalvoetbaltoernooi. Een toernooi voor JO7-teams, met Corenos, SJO ’t Hogeland, Eenrum en De Heracliden als deelnemers. Vier clubs, een sporthal vol geluid, kleine voetballers met veel te grote energie en ouders die langs de kant minstens zo fanatiek meeleefden.
De geluiden uit Uithuizermeeden waren meer dan positief. Het toernooi was goed georganiseerd, de wedstrijden volgden elkaar vlot op en bovenal: de spelers hadden zichtbaar plezier. En dat is waar het op die leeftijd om draait. Geen standen, geen kampioenen, geen discussies over tactiek of systemen. Gewoon rennen, lachen, vallen en weer opstaan en proberen die bal in het goede doel te krijgen. Dat Tim na afloop enthousiast vertelde over zijn wedstrijden, zijn teamgenoten en de doelpunten die vielen, soms vóór, soms tegen, zei eigenlijk al genoeg. Het was bovendien pas het eerste deel van een cyclus van vier zaalvoetbaltoernooitjes die om de veertien dagen op het programma staan. Toernooien waar de kinderen zichtbaar naar uitkijken en waar, zo liet Tim tussen neus en lippen door weten, hij zich nu al op verheugt. Dat soort zinnetjes doen het altijd goed bij opa’s.
Waar Tim op zaterdag zijn zaalschoenen mocht aantrekken, speelde zich in Velserbroek een heel ander verhaal af. Daar zat een jongetje dat een teleurstellende mededeling moest verwerken. Toen opa hem vroeg hoe hij had gespeeld, kwam het antwoord snel en helder. „Hoi opa, we hebben niet gespeeld. Er waren vier spelers van ons team ziek. Toen zou er iemand van de JO9-2 meedoen, maar toen werd er vanochtend nóg iemand ziek. Dus hebben we niet gespeeld en moeten we die wedstrijd later inhalen.” Een duidelijk verhaal uit Velserbroek. En ook een eerlijk verhaal. De teleurstelling was hoorbaar, want je kijkt als jonge voetballer toch de hele week uit naar dat ene moment: eindelijk weer het veld op, samen met je team. Dat het dan niet doorgaat, is balen. Stevig balen zelfs. Maar ook dat hoort bij het ‘leven’ van een jonge voetballer. Wedstrijden die worden afgelast, trainingen die niet doorgaan, teamgenoten die ontbreken. Het zijn kleine lessen in omgaan met tegenslag, in geduld hebben en in relativeren.
En zo leert opa zelf ook weer wat bij. Want terwijl hij luistert naar beide verhalen – het enthousiaste uit Uithuizermeeden en het teleurgestelde uit Velserbroek ,beseft hij dat dit precies is waarom hij ooit begon met dat digitale plakboek. Niet alleen om de doelpunten te onthouden, maar vooral om het gevoel vast te leggen. De emoties, groot en klein. Want die maken jeugdvoetbal tot jeugdvoetbal. Heel stiekem gaat deze opa ze dan toch af en toe vertellen dat vroeger niet alles beter was, maar dat hij wel hoopt dat ze nooit om allerlei wissewasjes zoals festivals, weekendjes weg of andere gekkigheid af gaan zeggen. Want teamsport betekent nu eenmaal dat er, behalve wanneer je echt ziek bent of moet werken, altijd op je gerekend mag worden. Dat je er bent voor elkaar. Dat je samen wint, samen verliest en soms samen baalt.
Misschien begrijpen ze dat nu nog niet helemaal. Misschien rolt het ene oor in en het andere eruit. Maar ooit, later, als ze terugkijken op die zaterdagen in de sporthallen en op de velden, op die wedstrijden die wel en niet doorgingen, dan hopen opa en zijn digitale plakboek dat ze denken: ja, dit was mooie tijd. En dan is deze missie meer dan geslaagd.