De voetbalavonturen van Morris en Tim (deel 14) :Een weekend om te koesteren
Een weekend om te koesteren
Er zijn van die momenten waarop je als opa even achteroverleunt, een glimlach niet kunt onderdrukken en denkt: ja, dit is een goed idee geweest. Het vastleggen van de voetbalavonturen van mijn twee kleinzoons Morris en Tim begon ooit als een spontane ingeving. Gewoon, omdat het leuk leek. Maar zoals dat vaak gaat met herinneringen die je eigenlijk niet wilt laten vervliegen, groeide die ingeving langzaam uit tot een kleine missie. Een digitaal plakboek, gevuld met doelpunten, trainingen, telefoontjes na afloop en alles wat het jeugdvoetbal zo mooi en puur maakt.

Zaterdag 24 januari was zo’n dag die moeiteloos een plekje in dat plakboek verdiende. Waar Tim en zijn teamgenootjes van De Heracliden JO7 die zaterdag geen programma hadden, was het in Velserbroek allesbehalve rustig. Daar beleefde Morris een voetbalweekend dat hij, en ik als opa, niet snel zal vergeten.
We beginnen op zaterdag. De thuiswedstrijd tegen ODIN stond op het programma en Morris begon de wedstrijd op een positie die niet zijn favoriete is: onder de lat. Binnen het team is er geen vaste keeper; niemand staat te springen om die rol elke week op zich te nemen. Dus wordt er gerouleerd. Deze keer was Morris aan de beurt om het keepersshirt aan te trekken.
Dat ging, zoals dat bij jeugdvoetbal hoort, met vallen en opstaan. Hij hield zich kranig, maar moest in de eerste helft toch een bal laten passeren. Geen drama, geen boze gezichten. Gewoon voetbal. Na rust mocht hij weer doen waar zijn hart sneller van gaat kloppen: spelen als spits, jagen op de bal, richting het doel.
Het telefoontje dat zaterdagmiddag volgde, was veelzeggend.
“Hoi opa, ik stond eerst op kiep en heb er eentje doorgelaten. In de tweede helft was ik weer spits en heb ik gescoord.”
Een korte pauze, en toen, vol enthousiasme:
“En weet je, vijf minuten voor het einde stonden we nog met 4-1 achter, maar het werd nog 4-3. Ik denk echt dat als we iets langer hadden gespeeld, we zeker gelijk hadden gespeeld.”
Duidelijke woorden van een bevlogen voetballer. Iemand die er middenin zit. Geen verwijten, geen excuses, maar hoop en overtuiging. Precies dát is waarom jeugdvoetbal zo mooi is. Het resultaat is belangrijk, maar nooit belangrijker dan het spelplezier en het geloof dat alles mogelijk is.
Daarbij had Morris nog eens het geluk dat de temperaturen in Velserbroek een stuk aangenamer waren dan in het Noorden. Ook dat helpt, zeker op zo’n frisse januaridag. Maar het gesprek was nog niet afgelopen. Er brandde nog meer nieuws op zijn lippen. “Morgen mag ik meelopen in de line-up bij Telstar–AZ,” zei hij.
En toen, bijna achteloos, maar met een duidelijke twinkeling in zijn stem:
“Ik ga proberen om met Ronald Koeman mee te lopen, want dat vind ik een hele goeie keeper.”
Op zo’n moment kun je als opa niet anders dan glimlachen. Je hoort de droom, de bewondering, de onbevangen ambitie. De werkelijkheid bleek een dag later iets anders, naast Ronald Koeman het veld op lopen zat er helaas niet in, maar dat deed niets af aan de ervaring.
Want wat is er mooier voor een jonge voetballer dan het stadion binnenlopen, de tribunes zien, het veld voelen, de sfeer opsnuiven? De line-up bij Telstar–AZ was voor Morris een belevenis op zich. Even onderdeel zijn van het grote voetbal, waar alles sneller, groter en indrukwekkender is dan op de velden waar hij zelf elke week speelt.
Terugkijkend kunnen we gerust stellen dat Morris een weekend heeft gehad dat alle facetten van het voetbal omvatte. Keeper zijn, spits zijn, winnen en verliezen, hoop houden tot de laatste minuut én proeven aan het profvoetbal. Meer kun je eigenlijk niet wensen.
En zo groeit dat digitale plakboek verder. Met verhalen die later, jaren van nu, misschien weer tevoorschijn worden gehaald. Niet om de uitslagen of doelpunten, maar om de beleving. De telefoontjes. De dromen. De glimlach na afloop.
Ja, dit was inderdaad een heel goed idee.