Zelfreflectie: het vergeten vak van sommige scheidsrechters
In het amateurvoetbal hebben we één ding nodig om elke zaterdag en zondag de bal te kunnen laten rollen: scheidsrechters. Zonder hen geen aftrap, geen doelpunten, geen derby’s, geen slijtageslagen in de kelderklasse en geen promotiekrakers in de tweede klasse. Laat dat voorop staan. Maar er zijn ook momenten waarop je, hoe pijnlijk ook, moet durven zeggen: het is mooi geweest. En dat moment lijkt voor sommige arbiters wel héél ver buiten het zicht te liggen.

Afgelopen weekend zag en hoorde ik twee situaties die dat maar weer eens bevestigden. In het televisieprogramma ‘Onze Club’ ging een fluitist op een manier in de fout waarvan je je afvraagt of hij überhaupt nog doorhad wat er om hem heen gebeurde. En bij JVV – Eext was het eveneens raak: een arbiter die niet in topvorm was en waarvan je je bijna afvroeg of hij er zelf nog plezier aan beleefde.
Nu is fouten maken menselijk. Iedere verslaggever, trainer of speler schiet weleens mis, en niemand verwacht dat een scheidsrechter als een warrige VAR iets tot op de millimeter goed kan beoordelen. Maar er moet wél een ondergrens zijn. Een minimum aan helderheid, scherpte en fitheid. En als je die niet meer haalt, moet er een moment zijn waarop je eerlijk in de spiegel durft te kijken. Dat heet zelfreflectie, en juist dat lijkt voor sommige scheidsrechters een onbekend begrip.
Waarom geldt die logica dan niet voor iedereen met een fluit in de hand?
Het draait uiteindelijk allemaal om één simpele vraag: voel je je nog goed bij wat je doet? Als het antwoord nee is ,of als spelers, leiders en toeschouwers al maanden fluisteren dat je tempo, overzicht of inzicht te wensen laat, dan is het geen schande om de fluit neer te leggen.

Afgelopen weekend zag en hoorde ik twee situaties die dat maar weer eens bevestigden. In het televisieprogramma ‘Onze Club’ ging een fluitist op een manier in de fout waarvan je je afvraagt of hij überhaupt nog doorhad wat er om hem heen gebeurde. En bij JVV – Eext was het eveneens raak: een arbiter die niet in topvorm was en waarvan je je bijna afvroeg of hij er zelf nog plezier aan beleefde.
Nu is fouten maken menselijk. Iedere verslaggever, trainer of speler schiet weleens mis, en niemand verwacht dat een scheidsrechter als een warrige VAR iets tot op de millimeter goed kan beoordelen. Maar er moet wél een ondergrens zijn. Een minimum aan helderheid, scherpte en fitheid. En als je die niet meer haalt, moet er een moment zijn waarop je eerlijk in de spiegel durft te kijken. Dat heet zelfreflectie, en juist dat lijkt voor sommige scheidsrechters een onbekend begrip.
Het probleem is niet dat ze fouten maken, maar dat ze ze niet (willen) zien
Amateurvoetbal draait op vrijwilligers, passie en toewijding. Juist daarom is het zo opmerkelijk dat sommige scheidsrechters koste wat kost willen doorgaan, zelfs wanneer hun beslissingen meer kwaad dan goed doen. En dat is geen verwijt uit de onderbuik, maar een constatering die iedereen langs de lijn herkent. Want hoe vaak zien we niet dat een arbiter na een dramatische wedstrijd vol misperen stellig blijft beweren dat hij alles goed heeft gezien? Het lijkt soms alsof ze denken dat het toegeven van een fout automatisch betekent dat hun gezag verdwijnt. Het tegenovergestelde is waar. Zelfreflectie vergroot het respect. Het laat zien dat je begrijpt dat je onderdeel bent van het geheel en niet boven de wedstrijd zweeft.De rekensom van de scheidsrechter
Neem mijn eigen voorbeeld: als ik op een dag niet meer het verschil kan zien tussen een cijfer 8, 6 of 9, dan weet ik zeker dat het tijd is om te stoppen als verslaggever. Niet morgen, niet volgend jaar, maar direct. Net zoals ik nooit als Walking Footballer met een bril op een veld zal betreden. Want als je zelf al twijfelt of je wel scherp genoeg ziet, moet je meteen de conclusie trekken dat je iets doet wat niet meer verantwoord is.Waarom geldt die logica dan niet voor iedereen met een fluit in de hand?
Het draait uiteindelijk allemaal om één simpele vraag: voel je je nog goed bij wat je doet? Als het antwoord nee is ,of als spelers, leiders en toeschouwers al maanden fluisteren dat je tempo, overzicht of inzicht te wensen laat, dan is het geen schande om de fluit neer te leggen.