Zelfreflectie: het vergeten vak van sommige scheidsrechters

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Rond de bal

In het amateurvoetbal hebben we één ding nodig om elke zaterdag en zondag de bal te kunnen laten rollen: scheidsrechters. Zonder hen geen aftrap, geen doelpunten, geen derby’s, geen slijtageslagen in de kelderklasse en geen promotiekrakers in de tweede klasse. Laat dat voorop staan. Maar er zijn ook momenten waarop je, hoe pijnlijk ook, moet durven zeggen: het is mooi geweest. En dat moment lijkt voor sommige arbiters wel héél ver buiten het zicht te liggen.



scheids

Afgelopen weekend zag en hoorde ik twee situaties die dat maar weer eens bevestigden. In het televisieprogramma ‘Onze Club’ ging een fluitist op een manier in de fout waarvan je je afvraagt of hij überhaupt nog doorhad wat er om hem heen gebeurde. En bij JVV – Eext was het eveneens raak: een arbiter die niet in topvorm was en waarvan je je bijna afvroeg of hij er zelf nog plezier aan beleefde.

Nu is fouten maken menselijk. Iedere verslaggever, trainer of speler schiet weleens mis, en niemand verwacht dat een scheidsrechter als een warrige VAR iets tot op de millimeter goed kan beoordelen. Maar er moet wél een ondergrens zijn. Een minimum aan helderheid, scherpte en fitheid. En als je die niet meer haalt, moet er een moment zijn waarop je eerlijk in de spiegel durft te kijken. Dat heet zelfreflectie, en juist dat lijkt voor sommige scheidsrechters een onbekend begrip.

Het probleem is niet dat ze fouten maken, maar dat ze ze niet (willen) zien

Amateurvoetbal draait op vrijwilligers, passie en toewijding. Juist daarom is het zo opmerkelijk dat sommige scheidsrechters koste wat kost willen doorgaan, zelfs wanneer hun beslissingen meer kwaad dan goed doen. En dat is geen verwijt uit de onderbuik, maar een constatering die iedereen langs de lijn herkent. Want hoe vaak zien we niet dat een arbiter na een dramatische wedstrijd vol misperen stellig blijft beweren dat hij alles goed heeft gezien? Het lijkt soms alsof ze denken dat het toegeven van een fout automatisch betekent dat hun gezag verdwijnt. Het tegenovergestelde is waar. Zelfreflectie vergroot het respect. Het laat zien dat je begrijpt dat je onderdeel bent van het geheel en niet boven de wedstrijd zweeft.

De rekensom van de scheidsrechter

Neem mijn eigen voorbeeld: als ik op een dag niet meer het verschil kan zien tussen een cijfer 8, 6 of 9, dan weet ik zeker dat het tijd is om te stoppen als verslaggever. Niet morgen, niet volgend jaar, maar direct. Net zoals ik nooit als Walking Footballer met een bril op een veld zal betreden. Want als je zelf al twijfelt of je wel scherp genoeg ziet, moet je meteen de conclusie trekken dat je iets doet wat niet meer verantwoord is.

Waarom geldt die logica dan niet voor iedereen met een fluit in de hand?

Het draait uiteindelijk allemaal om één simpele vraag: voel je je nog goed bij wat je doet? Als het antwoord nee is ,of als spelers, leiders en toeschouwers al maanden fluisteren dat je tempo, overzicht of inzicht te wensen laat, dan is het geen schande om de fluit neer te leggen.

Niemand is onmisbaar, hoe graag sommigen dat ook geloven

Een veelgehoord argument onder oudere scheidsrechters is dat ze “nodig” zijn. Dat het tekort zo groot is dat ze moeten blijven fluiten, ook al lopen ze krom van de pijn of kijken ze met één oog naar de middellijn. Maar dat is misleiding van de bovenste plank. Niemand is onmisbaar in het amateurvoetbal. Niét de topscorer, niet de voorzitter, niet de kantinevrijwilliger ,en dus ook de scheidsrechter niet. Je kunt gemíst worden omdat je jarenlang trouw aanwezig was en met passie hebt gefloten of omdat je gezellig in de bestuurskamer bent. Dat respect moet je koesteren. Maar het is iets anders dan onmisbaar zijn. Want als jouw aanwezigheid steeds meer op een kwelling begint te lijken,voor jezelf en voor de teams die je fluit, dan ben je geen oplossing meer maar een probleem.

Het tekort mag nooit een excuus zijn voor kwaliteit die onder nul zakt

Natuurlijk is het scheidsrechterstekort nijpend. Maar laten we wel realistisch blijven: dat mag nooit de reden zijn om arbiters die duidelijk op hun tandvlees lopen week in week uit het veld op te sturen. Het tekort moet worden opgelost met opleiding, begeleiding en het enthousiasmeren van nieuwe mensen ,niet door het inzetten van scheidsrechters die hun beste fluitjaren al tien seizoenen achter zich hebben liggen. De twee momenten van dit weekend laten zien dat de grens vaker wordt overschreden dan ons lief is. En dat is maar een fractie van wat er overal in het land gebeurt. Van de vierde klasse op zaterdagmiddag tot de zondagse veteranencompetitie: iedereen kent wel een arbiter die nog altijd denkt dat hij het spel geleid, maar ondertussen door de spelers wordt geleid.

Tijd voor een cultuur van eerlijkheid

Wat het amateurvoetbal nodig heeft, is een cultuur waarin scheidsrechters óók eerlijk naar zichzelf leren kijken. Waarin het geen taboe is om te zeggen: “Het gaat niet meer.” Waarin je respect oogst door op tijd te stoppen, in plaats van door tot het bittere einde door te modderen. Zelfreflectie het fundament onder sportiviteit, plezier en integriteit. Zonder dat fundament wordt iedere fout niet alleen een misser, maar een signaal van een grotere kwaal: blijven fluiten omdat je denkt dat je onmisbaar bent. En geloof me: dat is niemand.