Een jaar later, trek de trainingsbroek aan!!

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Rond de bal

Het is een vraag die je met enige regelmaat kunt stellen wanneer je op zaterdag een voetbalwedstrijd bezoekt: waar is de trainingsbroek gebleven?
Een ogenschijnlijk klein detail, maar eentje dat veel zegt over hoe we tegenwoordig omgaan met sport, verzorging en gezond verstand binnen het amateurvoetbal.


logo


Op een koude zaterdagmorgen, 9 november, reed ik vorig jaar rond negen uur richting Zuidhorn, langs Feerwerd, om Bietsj van zijn vakantieadres te halen. Het was zo’n ochtend waarop de damp nog boven de weilanden hing, de ruitenwissers even nodig waren, en de thermometer niet verder kwam dan vijf graden. Op dat moment werd er op het sportpark in Feerwerd nog niet gevoetbald, maar een half uur later was dat wel anders. De geur van koffie bij de kantine, ouders langs de lijn, en spelers die zich klaarmaakten voor hun wedstrijd , het bekende decor van het zaterdagvoetbal.

Wat mij direct opviel, was dat beide teams over reservespelers konden beschikken. Altijd prettig, want een wisseloptie is een teken van gezonde breedte in de selectie. Minder mooi was echter het aanblik van diezelfde wisselspelers: ze zaten of stonden langs de lijn in een korte broek. Geen trainingsbroek, geen extra laag over de benen, maar gewoon het wedstrijdtenue met daarover de eigen jas. En dat bij +5 graden. Een belachelijke, en eerlijk gezegd ongezonde situatie. Niet alleen omdat het er onverzorgd uitziet, maar vooral omdat het blessuregevoelig is. Spieren houden namelijk niet van kou.

In mijn ogen is dit een probleem dat al jaren speelt, en waar maar weinig aandacht voor lijkt te zijn. Spierblessures ontstaan tegenwoordig veel sneller dan vroeger, en dat is niet zo vreemd. Onze spieren werden vroeger in het dagelijks leven veel meer belast: fietsen naar school, buiten spelen, helpen bij klusjes. Tegenwoordig bewegen jongeren minder, en dat maakt hun spieren kwetsbaarder. Als ze dan ook nog eens koud en onbeweeglijk aan de kant zitten te wachten tot ze erin moeten, is een blessure eigenlijk niet meer dan een kwestie van tijd.

Toen ik zelf jeugdtrainer was, was het nooit een discussiepunt. In de koudere maanden, van oktober tot zeker maart, trainden we niet in korte broek. Dat was simpelweg geen optie. En ook op zaterdag droegen de wissels altijd een trainingspak. Dat hoorde bij de discipline van het team: je zorgt dat je klaar bent om in te vallen, fysiek én mentaal. En een warm lichaam helpt daarbij. Tegenwoordig lijkt dat besef verdwenen. “De tijden zijn veranderd,” hoor je dan. Maar dat is wel een erg makkelijke uitvlucht.

Want als ik hoor hoe vaak spelers uitvallen met spierblessures, zou ik als trainer of leider daar eens goed bij stilstaan. Even logisch nadenken: een koude spier is kwetsbaar, een warme spier functioneert beter. Dat geldt voor de topsport, maar net zo goed voor het vierde elftal op zaterdag. En als we het hebben over een tekort aan spelers ,een probleem dat bijna iedere vereniging kent , dan is dit misschien een van die kleine dingen waar je wél iets aan kunt doen. Een simpele investering in gezondheid en fitheid.

Mijn pleidooi van vorig jaar was dan ook duidelijk: zorg als club dat er voor ieder team drie zwarte trainingsbroeken beschikbaar zijn voor de wisselspelers. Meer heb je meestal niet nodig, want meer dan drie wissels is bij de meeste teams toch een utopie. Een zwarte broek past bij vrijwel ieder jack of sweater, oogt netjes, en belangrijker: het houdt de spieren warm. Zo hoef je als trainer niet bang te zijn dat een wissel verkleumd het veld in gaat en na vijf minuten alweer met een hamstringblessure langs de kant zit.

Dat schreef ik toen. En nu, een jaar later, moet ik constateren dat er helaas niet veel veranderd is. Op veel sportparken zie ik nog steeds hetzelfde beeld: spelers die in korte broek langs de lijn zitten, met misschien een dikke jas erboven, maar blote benen eronder. Alsof dat normaal is geworden. Een dikke jas en blote benen, het standaard tenue van de wisselspeler anno 2025.
Ik kom natuurlijk niet op alle velden, maar mijn gevoel zegt dat dit bij een groot deel van de clubs nog steeds de praktijk is. En dat is, om het maar ronduit te zeggen, hartstikke fout. Zeker bij koud weer.

Het contrast met vroeger is groot. Toen had je gewoon een trainingspak, punt. Tegenwoordig lijkt het meer te gaan om het uiterlijk dan om het praktische. Ik sprak laatst een bevriende trainer die hetzelfde constateerde. Hij zei lachend: “Ze willen tegenwoordig trainen in het shirt waarin Messi wereldkampioen werd.” Natuurlijk niet het echte shirt, maar de replica, van dat dunne spul waar de wind dwars doorheen waait. Een openstaand raam houdt de kou nog beter buiten.

We zijn in het amateurvoetbal soms een beetje doorgeslagen in het uiterlijk vertoon. Alles moet er gelikt uitzien, de warming-upshirts zijn gesponsord, de teamfoto’s staan strak op Instagram, maar ondertussen zitten de wissels met kippenvel op de bank. En dat terwijl het zo simpel is om het goed te doen. Een paar trainingsbroeken, wat discipline en aandacht van de staf, en het probleem is opgelost.

Daarom mijn oproep, een jaar later, opnieuw aan alle bestuurders, trainers en leiders: hamer erop dat de wisselspelers warme kleding dragen. Niet alleen omdat het professioneler oogt, maar vooral omdat het beter is voor de gezondheid van de spelers. Blessures voorkomen is nog altijd goedkoper en verstandiger dan genezen. En laten we eerlijk zijn, een trainingsbroek kost 35 euro., gezien op de site van SV Bedum, waar hebben we het eigenlijk over?

Een jaar geleden dacht ik dat dit vanzelf wel zou verbeteren. Dat gezond verstand het zou winnen van gemakzucht. Maar het blijkt weer: sommige gewoontes zijn hardnekkig. Dus ik zeg het nog één keer, in de hoop dat het nu wél blijft hangen: Trek die trainingsbroek aan.