De stelling : Moet een trainer op hetzelfde niveau hebben gespeeld als hij traint?
Het was deze week dat we het eens anders deden. Jan ten Caat kwam met een stelling die direct de discussie op scherp zette: “Een trainer moet minimaal op hetzelfde niveau gespeeld hebben als dat hij traint.”
Jan benadrukte er meteen bij dat het om een stelling ging en niet per se om zijn eigen overtuiging. Hij was vooral benieuwd naar mijn mening. En eerlijk is eerlijk: het is zo’n stelling die op het eerste gezicht logisch klinkt, maar bij nader inzien lastig te beantwoorden is.

In 2004 zei Co Adriaanse, toen trainer van AZ, iets wat inmiddels een gevleugelde uitspraak is geworden: “Een goed paard is nog geen goede ruiter.”
Adriaanse zei dit naar aanleiding van de aanstelling van Marco van Basten als bondscoach van Oranje. Van Basten had nauwelijks trainerservaring, maar werd door de KNVB toch aangesteld. In de ogen van Adriaanse was dat op zijn minst opmerkelijk, omdat een grote spelerscarrière allerminst een garantie is voor succes als trainer.
Die uitspraak kun je echter ook omdraaien: Een goede ruiter hoeft geen goed paard geweest te zijn.
Met andere woorden: je hoeft zelf geen topvoetballer te zijn geweest om een uitstekende trainer te kunnen worden. Als we de stelling van Jan letterlijk zouden toepassen op het hedendaagse topvoetbal, dan had Arne Slot nooit trainer van Liverpool kunnen worden. Slot speelde zelf op een niveau dat in geen verhouding staat tot de absolute wereldtop waar hij nu dagelijks mee werkt. Toch heeft hij zich ontwikkeld tot een trainer die geroemd wordt om zijn spelopvatting, communicatie en leiderschap. Zijn spelers luisteren naar hem, niet vanwege zijn cv als voetballer, maar vanwege zijn visie en overtuigingskracht.
En Slot is zeker geen uitzondering. In het betaalde voetbal, maar ook in het amateurvoetbal, werken talloze trainers die zelf nooit op het hoogste niveau hebben gespeeld, maar al jaren bewijzen dat zij teams beter maken. Trainers die spelers individueel ontwikkelen, collectieven sterker laten functioneren en prestaties neerzetten.
Laat één ding duidelijk zijn: dat zijn er niet veel. Het trainersvak is ingewikkeld en het gros van de trainers, ongeacht hun spelersverleden, beheerst het niet om spelers en teams echt beter te maken. Maar het simpele feit dat iemand zelf geen eerste elftal op hoog niveau heeft gehaald, betekent niet automatisch dat hij geen goede trainer kan zijn.
Een treffend voorbeeld van de uitspraak “een goed paard is nog geen goede ruiter” vind ik Robin van Persie. Een fenomenale voetballer, een icoon voor Feyenoord en Oranje. Maar als trainer snapt hij er weinig van. Hij teert momenteel vooral op zijn naam en zijn status als oud-topspeler. Inhoudelijk, tactisch en in zijn omgang met spelers zie ik niets dat wijst op een goed ontwikkelde trainer.
Misschien klinkt dat hard, misschien zelfs belachelijk in de oren van sommigen, maar ik meen het oprecht: ik denk dat er in het amateurvoetbal voldoende trainers rondlopen die nooit op echt hoog niveau hebben gespeeld en tóch meer verstand van het trainersvak hebben dan Van Persie op dit moment. Dat zegt niet alles over zijn toekomst, want een trainer kan groeien, maar het onderstreept wel dat een groot spelersverleden geen enkele garantie is.
Wat ik wél belangrijk vind, en dat raakt de stelling wel ,is dat een trainer het zogenoemde praatje, plaatje, daadje compleet moet kunnen uitvoeren.
Hij moet zijn ideeën kunnen uitleggen (praatje), kunnen laten zien wat hij bedoelt (plaatje) en dit ook zelf kunnen voorleven in zijn gedrag, houding en professionaliteit (daadje). Dat laatste hoeft niet te betekenen dat hij nog ballen kan raken zoals vroeger, maar wel dat hij geloofwaardig over komt
Ik moest daarbij denken aan een opmerking van Martine, die ooit bij het zien van een (te) dikke Ronald Koeman zei: “Die moet geen trainingspak meer aantrekken.”
En eerlijk is eerlijk: ik snap dat sentiment. Uiterlijk, fitheid en uitstraling spelen een rol in hoe spelers een trainer waarnemen. Maar ook hier geldt: het zegt niets over de kwaliteit van iemand als trainer. Koeman heeft op meerdere niveaus bewezen dat hij teams kan leiden en structureren, los van hoe hij er langs de lijn uitziet.
Terug naar de stelling:
Moet een trainer minimaal op hetzelfde niveau gespeeld hebben als dat hij traint?
Mijn antwoord is duidelijk: nee.
Als we die stelling als absolute waarheid zouden hanteren, zouden we enorm veel trainerstalent uitsluiten. Zeker in het amateurvoetbal zou dat funest zijn. Daar zijn trainers actief die met beperkte middelen, beperkte trainingsuren en wisselend spelersmateriaal tóch het maximale eruit halen. Die kwaliteiten hebben niets te maken met het niveau waarop je zelf ooit hebt gespeeld.
Het vasthouden aan deze stelling zou leiden tot verkeerde keuzes, gemiste kansen en een verarming van het trainersvak.
Jan benadrukte er meteen bij dat het om een stelling ging en niet per se om zijn eigen overtuiging. Hij was vooral benieuwd naar mijn mening. En eerlijk is eerlijk: het is zo’n stelling die op het eerste gezicht logisch klinkt, maar bij nader inzien lastig te beantwoorden is.

In 2004 zei Co Adriaanse, toen trainer van AZ, iets wat inmiddels een gevleugelde uitspraak is geworden: “Een goed paard is nog geen goede ruiter.”
Adriaanse zei dit naar aanleiding van de aanstelling van Marco van Basten als bondscoach van Oranje. Van Basten had nauwelijks trainerservaring, maar werd door de KNVB toch aangesteld. In de ogen van Adriaanse was dat op zijn minst opmerkelijk, omdat een grote spelerscarrière allerminst een garantie is voor succes als trainer.
Die uitspraak kun je echter ook omdraaien: Een goede ruiter hoeft geen goed paard geweest te zijn.
Met andere woorden: je hoeft zelf geen topvoetballer te zijn geweest om een uitstekende trainer te kunnen worden. Als we de stelling van Jan letterlijk zouden toepassen op het hedendaagse topvoetbal, dan had Arne Slot nooit trainer van Liverpool kunnen worden. Slot speelde zelf op een niveau dat in geen verhouding staat tot de absolute wereldtop waar hij nu dagelijks mee werkt. Toch heeft hij zich ontwikkeld tot een trainer die geroemd wordt om zijn spelopvatting, communicatie en leiderschap. Zijn spelers luisteren naar hem, niet vanwege zijn cv als voetballer, maar vanwege zijn visie en overtuigingskracht.
En Slot is zeker geen uitzondering. In het betaalde voetbal, maar ook in het amateurvoetbal, werken talloze trainers die zelf nooit op het hoogste niveau hebben gespeeld, maar al jaren bewijzen dat zij teams beter maken. Trainers die spelers individueel ontwikkelen, collectieven sterker laten functioneren en prestaties neerzetten.
Laat één ding duidelijk zijn: dat zijn er niet veel. Het trainersvak is ingewikkeld en het gros van de trainers, ongeacht hun spelersverleden, beheerst het niet om spelers en teams echt beter te maken. Maar het simpele feit dat iemand zelf geen eerste elftal op hoog niveau heeft gehaald, betekent niet automatisch dat hij geen goede trainer kan zijn.
Een treffend voorbeeld van de uitspraak “een goed paard is nog geen goede ruiter” vind ik Robin van Persie. Een fenomenale voetballer, een icoon voor Feyenoord en Oranje. Maar als trainer snapt hij er weinig van. Hij teert momenteel vooral op zijn naam en zijn status als oud-topspeler. Inhoudelijk, tactisch en in zijn omgang met spelers zie ik niets dat wijst op een goed ontwikkelde trainer.
Misschien klinkt dat hard, misschien zelfs belachelijk in de oren van sommigen, maar ik meen het oprecht: ik denk dat er in het amateurvoetbal voldoende trainers rondlopen die nooit op echt hoog niveau hebben gespeeld en tóch meer verstand van het trainersvak hebben dan Van Persie op dit moment. Dat zegt niet alles over zijn toekomst, want een trainer kan groeien, maar het onderstreept wel dat een groot spelersverleden geen enkele garantie is.
Wat ik wél belangrijk vind, en dat raakt de stelling wel ,is dat een trainer het zogenoemde praatje, plaatje, daadje compleet moet kunnen uitvoeren.
Hij moet zijn ideeën kunnen uitleggen (praatje), kunnen laten zien wat hij bedoelt (plaatje) en dit ook zelf kunnen voorleven in zijn gedrag, houding en professionaliteit (daadje). Dat laatste hoeft niet te betekenen dat hij nog ballen kan raken zoals vroeger, maar wel dat hij geloofwaardig over komt
Ik moest daarbij denken aan een opmerking van Martine, die ooit bij het zien van een (te) dikke Ronald Koeman zei: “Die moet geen trainingspak meer aantrekken.”
En eerlijk is eerlijk: ik snap dat sentiment. Uiterlijk, fitheid en uitstraling spelen een rol in hoe spelers een trainer waarnemen. Maar ook hier geldt: het zegt niets over de kwaliteit van iemand als trainer. Koeman heeft op meerdere niveaus bewezen dat hij teams kan leiden en structureren, los van hoe hij er langs de lijn uitziet.
Terug naar de stelling:
Moet een trainer minimaal op hetzelfde niveau gespeeld hebben als dat hij traint?
Mijn antwoord is duidelijk: nee.
Als we die stelling als absolute waarheid zouden hanteren, zouden we enorm veel trainerstalent uitsluiten. Zeker in het amateurvoetbal zou dat funest zijn. Daar zijn trainers actief die met beperkte middelen, beperkte trainingsuren en wisselend spelersmateriaal tóch het maximale eruit halen. Die kwaliteiten hebben niets te maken met het niveau waarop je zelf ooit hebt gespeeld.
Het vasthouden aan deze stelling zou leiden tot verkeerde keuzes, gemiste kansen en een verarming van het trainersvak.