Harry Martens (De Heracliden): Een Heraclied in hart en nieren.
Elke voetbalvereniging kent ze. De mensen die méér zijn dan vrijwilliger, méér dan speler of bestuurslid. Mannen en vrouwen die met hun tomeloze inzet en oprechte liefde voor de club een onuitwisbare indruk achterlaten. Niet alleen wanneer de zon schijnt, maar vooral in de momenten dat het tegenzit. Zulke mensen zijn zeldzaam. En precies zo’n man is Harry Martens van De Heracliden.

Al jarenlang kom ik bij de verenigingen binnen het verspreidingsgebied van de Ommelander Courant over de vloer. Je leert sportcomplexen en kantines kennen, maar het allermeest leer je de mensen kennen die een club dragen. Vrijwilligers die altijd paraat staan en weten dat een voetbalzaterdag vroeg begint en laat eindigt. Binnen De Heracliden is er één iemand die ik in al die jaren werkelijk altijd ben tegengekomen: Harry Martens. Een man waarvan ik niet anders weet dan dat hij op zaterdag op Sportpark Meij te vinden is. Niet af en toe. Niet wanneer het uitkomt. Maar altijd.
Maar wie dacht dat de zaterdag voor Harry daarmee voorbij was, heeft de man duidelijk nog nooit goed geobserveerd. Want in de middag stond hij opnieuw langs de lijn. Nu niet als scheidsrechter, maar als materiaalman van het eerste elftal. En dat niet sinds gisteren. Jarenlang was hij de vaste grensrechter van het vlaggenschip van De Heracliden, Maar toen die rol wat zwaarder werd, nam de club niet afscheid van hem,integendeel. Ze gaven hem een nieuwe taak. Een passende taak. En vooral: een taak die recht deed aan wie hij is. Een vrijwilliger die je niet bedankt en wegstuurt, maar iemand voor wie je ruimte maakt. Want iemand als Harry hoort niet buiten de lijnen. Die hoort erbij.

Al jarenlang kom ik bij de verenigingen binnen het verspreidingsgebied van de Ommelander Courant over de vloer. Je leert sportcomplexen en kantines kennen, maar het allermeest leer je de mensen kennen die een club dragen. Vrijwilligers die altijd paraat staan en weten dat een voetbalzaterdag vroeg begint en laat eindigt. Binnen De Heracliden is er één iemand die ik in al die jaren werkelijk altijd ben tegengekomen: Harry Martens. Een man waarvan ik niet anders weet dan dat hij op zaterdag op Sportpark Meij te vinden is. Niet af en toe. Niet wanneer het uitkomt. Maar altijd.
‘Harry hoort bij De Heracliden zoals De Heracliden bij Harry hoort’
Het was ergens in het voorjaar van dit jaar dat ik bij de eerste voetbalstapjes van kleinzoon Tim kwam kijken. Terwijl op het hoofdveld de jongste jeugd zich warm maakte, floot op het tweede veld een vertrouwd gezicht een spannende jeugdwedstrijd. Natuurlijk, het was Harry. Het was een beeld dat inmiddels bijna iconisch geworden is. Waar je ook keek, wanneer je ook kwam: als er een fluit nodig was, had Harry hem in de hand. Niet voor applaus, niet voor lof, maar omdat het moest gebeuren. En omdat hij dat graag deed.Maar wie dacht dat de zaterdag voor Harry daarmee voorbij was, heeft de man duidelijk nog nooit goed geobserveerd. Want in de middag stond hij opnieuw langs de lijn. Nu niet als scheidsrechter, maar als materiaalman van het eerste elftal. En dat niet sinds gisteren. Jarenlang was hij de vaste grensrechter van het vlaggenschip van De Heracliden, Maar toen die rol wat zwaarder werd, nam de club niet afscheid van hem,integendeel. Ze gaven hem een nieuwe taak. Een passende taak. En vooral: een taak die recht deed aan wie hij is. Een vrijwilliger die je niet bedankt en wegstuurt, maar iemand voor wie je ruimte maakt. Want iemand als Harry hoort niet buiten de lijnen. Die hoort erbij.