Iedere amateurclub levert een grensrechter die niet bij de eigen club wordt ingezet
Iedere amateurclub levert een grensrechter die niet bij de eigen club ingezet kan worden. Het is een stelling waarmee Jan ten Caat deze week kwam.. En laat ik daarbij meteen één ding duidelijk maken: het gaat hier om een stelling van Jan, of van wie dan ook, en nadrukkelijk niet om een persoonlijke mening die als feit wordt gepresenteerd.

Ik ben er vanmiddag eens goed voor gaan zitten, want hoe langer je erover nadenkt, hoe interessanter het vraagstuk wordt. Wat op het eerste gezicht misschien een organisatorische verandering lijkt, kan in de praktijk namelijk een behoorlijke invloed hebben op de manier waarop wedstrijden in het amateurvoetbal worden geleid. Want laten we eerlijk zijn: iedereen die het amateurvoetbal een beetje volgt, weet dat de rol van de assistent-scheidsrechter regelmatig onderwerp van gesprek is. En dan heb ik het niet alleen over de vlag die omhooggaat bij buitenspel, maar vooral over de vraag of iedere assistent-scheidsrechter zijn taak wel uitvoert zoals die bedoeld is.
Stel je eens voor dat de KNVB besluit om deze regel daadwerkelijk in te voeren. Iedere amateurvereniging moet dan een grensrechter leveren die niet bij de eigen club, maar bij een andere vereniging langs de lijn staat. Een grensrechter van club A loopt mee bij club B, terwijl de assistent-scheidsrechter van club B bij club C wordt ingezet. Daarmee haal je in ieder geval een deel van de directe clubbinding weg die bij wedstrijden soms een rol kan spelen.
Natuurlijk betekent een dergelijke maatregel niet automatisch dat iedere wedstrijd voortaan zonder discussie verloopt. Ook een neutrale grensrechter kan een verkeerde beslissing nemen. Het blijft mensenwerk en fouten horen nu eenmaal bij het voetbal. Maar het grote verschil is dat een assistent-scheidsrechter die niet voor zijn eigen vereniging actief is, in ieder geval niet rechtstreeks het belang van zijn eigen team dient. En precies daar zit volgens mij de kracht van deze stelling. Het gaat niet om het uitsluiten van menselijke fouten, maar om het creëren van omstandigheden waarin de schijn van partijdigheid zoveel mogelijk wordt weggenomen.
Binnen het amateurvoetbal zijn er genoeg verenigingen waar de assistent-scheidsrechter van het eerste elftal een vertrouwd gezicht is. Vaak iemand die al jarenlang bij de club betrokken is, de spelers kent en het team door dik en dun steunt. Daar is op zichzelf helemaal niets mis mee. Verenigingsmensen zijn immers onmisbaar voor het voortbestaan van het amateurvoetbal. Maar zodra diezelfde persoon met de vlag in de hand langs de lijn staat, verandert zijn rol. Op dat moment wordt van hem verwacht dat hij zijn taak zo eerlijk en objectief mogelijk uitvoert. En dat is (te) vaak niet het geval. Er zijn verenigingen waar men er weinig moeite mee lijkt te hebben wanneer een assistent-scheidsrechter bij twijfelgevallen opvallend vaak in het voordeel van de eigen ploeg vlagt. Een buitenspelsituatie die net wel of net niet is, een bal die volgens de ene partij over de zijlijn is geweest en volgens de andere partij niet, of een aanvaller die volgens de verdediging buitenspel staat. Het zijn situaties waarin de assistent-scheidsrechter een belangrijke rol kan spelen.
En laten we niet doen alsof zulke momenten onbelangrijk zijn. In een competitie waarin de verschillen klein zijn, kan één beslissing het verschil maken tussen een overwinning, een gelijkspel of een nederlaag. Over een heel seizoen kunnen dergelijke momenten zwaar wegen. Wanneer een club daardoor meerdere punten pakt, kan dat invloed hebben op de eindklassering, een periodetitel of zelfs promotie en degradatie.
Vandaar ook de prikkelende gedachte dat sommige assistent-scheidsrechters hun ploeg ieder seizoen misschien wel vijf punten extra bezorgen. Dat is geen vaststaand gegeven en zeker geen beschuldiging aan het adres van iedere clubgrensrechter. Maar ik denk wel dat het gebeurt.
Toch verwacht ik dat deze stelling weinig medestanders zal krijgen wanneer het erop aankomt om er daadwerkelijk een regel van te maken. En dat heeft waarschijnlijk niet alleen te maken met de vraag of clubs het een goed idee vinden, maar ook met de praktische gevolgen. Veel amateurverenigingen hebben moeite om voldoende vrijwilligers te vinden. Bestuursleden, trainers, leiders, scheidsrechters en grensrechters liggen niet voor het oprapen. Als een vereniging vervolgens ook nog verplicht wordt om iemand beschikbaar te stellen die bij een andere club moet gaan vlaggen, ontstaat er een nieuwe organisatorische uitdaging.
Daar komt bij dat veel clubgrensrechters juist graag bij hun eigen vereniging actief zijn. Ze kennen de spelers, voelen zich betrokken bij het team en vinden het mooi om op die manier iets voor hun club te betekenen. Moeten ze dan ineens bij de buurman langs de lijn gaan staan, mogelijk bij een wedstrijd waarin hun eigen vereniging een rechtstreeks belang heeft? Ik vermoed dat de animo daarvoor bij een deel van de vrijwilligers niet bijzonder groot zal zijn. En zonder voldoende draagvlak wordt het lastig om zo'n systeem goed te laten functioneren.
Toch zou het interessant zijn wanneer de KNVB deze stelling serieus zou onderzoeken. Niet door direct een landelijke verplichting in te voeren, maar bijvoorbeeld door te bekijken of een pilot bij een aantal amateurcompetities haalbaar is. Daarbij kan worden onderzocht hoeveel verenigingen bereid zijn mee te werken, hoe de uitwisseling van grensrechters georganiseerd kan worden en of het daadwerkelijk bijdraagt aan een groter gevoel van eerlijkheid bij spelers, trainers en supporters. .