Man van de Wedstrijd: het zoontje van de scheidsrechter bij Zeester-Rood Zwart Baflo

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Even na praten

 

Iedereen die weleens op of langs een voetbalveld heeft gestaan, weet dat een wedstrijd op allerlei manieren in je gedachten kan blijven hangen. Door de doelpuntenmakers, door de felle controleur op het middenveld, door de verdediger die onvermoeibaar zijn lichaam tussen de bal en de tegenstander gooit, of door een doelman die met enkele cruciale reddingen zijn ploeg met een paar geweldige saves overeind houdt. Maar zaterdag was mijn ‘man’ van de wedstrijd iemand die duidelijk buiten de lijnen stond.

logo

Het was zaterdag, na afloop van het duel tussen Zeester en Rood Zwart Baflo, dat ik onderweg naar Ezinge aan iemand moest denken. Niet aan een speler die het verschil had gemaakt, niet aan een trainer die met een tactische ingreep de wedstrijd naar zijn hand had gezet en ook niet aan een van de doelpuntenmakers. Nee, mijn gedachten gingen uit naar het zoontje van de scheidsrechter die voor het duel in Zoutkamp was aangesteld. Waarom de scheidsrechter zijn zoontje had meegenomen, weet ik natuurlijk niet. Misschien was het een praktische keuze, misschien wilde hij zijn zoon laten zien wat zijn werk als scheidsrechter inhoudt, of misschien vond het jongetje het gewoon leuk om een middag met zijn vader op pad te zijn. Hoe dan ook, ik schat dat hij een jaar of negen was. Een leeftijd waarop je nog onbevangen naar de wereld kijkt en waarop je vader waarschijnlijk een van de belangrijkste mensen in je leven is.

Maar op de terugweg bleef dat beeld van die vader en zijn zoon door mijn hoofd spoken. Ik hoopte oprecht dat het jongetje ergens een rustig plekje had gevonden. Want in de Week van de Scheidsrechter, een week waarin door clubs de waardering wordt uitgesproken voor de mensen die wedstrijden in goede banen proberen te leiden, kon zijn vader in de ogen van sommigen weinig goeds doen.

Als neutrale toeschouwer van een wedstrijd die qua niveau de boeken in zal gaan als zeer matig, vond ik de kritiek op de arbitrage eerlijk gezegd nogal overdreven. Natuurlijk werden er fouten gemaakt. Dat gebeurt nu eenmaal in het voetbal. Spelers missen kansen, verdedigers maken verkeerde keuzes en ook een scheidsrechter ziet niet altijd alles. Maar de beslissingen die discussie opleverden, vielen naar mijn waarneming beide ploegen weleens ten deel. Er was dan ook niet één partij die zich voortdurend tekortgedaan hoefde te voelen. Hoe anders was de sfeer langs de lijn. Daar leek het soms alsof de scheidsrechter persoonlijk verantwoordelijk was voor alles wat er op het veld misging. Iedere beslissing werd aangegrepen om commentaar te leveren en de toon werd er bepaald niet vriendelijker op. Op een gegeven moment werd er door een bevriende voetballiefhebber van mij zelfs de opmerking: ‘Wees maar blij dat er nog mensen zijn die een voetbalwedstrijd willen leiden,gemaakt’ Een meer dan terechte uitspraak. We mogen blij zijn met iedereen die bereid is om op zaterdagmiddag of zondag een wedstrijd te fluiten. Zonder scheidsrechters geen voetbal.

En richting de arbiter bleef het niet bij een enkele opmerking. Het commentaar richting de arbiter ging maar door. Zelfs bij een 0-3-achterstand hielden sommige supporters van de bezoekende ploeg het niet voor gezien. Alsof de stand op het scorebord er niet toe deed en er koste wat kost nog iets op de scheidsrechter moest worden aangemerkt. Het maakte de situatie alleen maar triester.

Want laten we eerlijk zijn: wat bereik je ermee? Denk je werkelijk dat een scheidsrechter beter gaat fluiten wanneer je hem voortdurend vanaf de zijlijn toeschreeuwt? Of levert het vooral frustratie op, bij de man die de wedstrijd probeert te leiden, bij de spelers op het veld en misschien ook bij de mensen die met hem zijn meegekomen? En juist dat laatste bleef bij mij hangen. Ik zag het jongetje voor me dat samen met zijn vader de bestuurskamer van Zeester binnenkwam. Misschien had hij zich verheugd op een leuke middag. Misschien keek hij vol bewondering naar zijn vader, die op het veld de leiding had. Maar wat doet het met een kind wanneer het moet horen hoe andere volwassenen zich tegenover zijn vader gedragen? Wanneer de man naar wie het opkijkt, keer op keer wordt bekritiseerd en soms op een respectloze manier wordt toegesproken? Natuurlijk weet ik niet wat het jongetje precies heeft gehoord of hoe hij de middag heeft beleefd. Misschien heeft hij er weinig van meegekregen. Misschien vond hij het allemaal niet zo spannend. Maar de gedachte dat een kind op deze manier kennismaakt met de voetbalwereld, stemt mij niet vrolijk. We hebben het tegenwoordig vaak over het tekort aan scheidsrechters. Clubs zoeken naar vrijwilligers, wedstrijden kunnen moeilijk worden ingevuld en steeds meer mensen haken af omdat het plezier verdwijnt. Tegelijkertijd staan we langs de lijn soms te schreeuwen alsof de man of vrouw met de fluit onze persoonlijke vijand is. Dat is een merkwaardige tegenstelling. We willen dat er gefloten wordt, maar lijken niet altijd bereid om de mensen die dat doen met respect te behandelen. En dat terwijl een scheidsrechter, net als een speler of trainer, fouten mag maken. Misschien moeten we daar eens wat vaker bij stilstaan. Niet alleen wanneer de Week van de Scheidsrechter op de kalender staat, maar iedere zaterdag waarop we langs een voetbalveld staan. Mijn man van de wedstrijd was zaterdag dus geen speler van Zeester of Rood Zwart Baflo. Het was ook geen trainer. Het was een jongetje van een jaar of negen dat met zijn vader was meegekomen naar het voetbal. En als er één iemand was die die middag wat mij betreft een beetje extra bescherming verdiende, dan was hij het wel. Want uiteindelijk gaat voetbal niet alleen over winnen, verliezen of gelijk krijgen. Het gaat ook over respect, fatsoen en het voorbeeld dat we aan de volgende generatie geven. En juist daarin verloren sommige mensen zaterdag wat mij betreft de wedstrijd.