Twee weken voorbereiding is voor amateurclubs lang zat? Juist niet!
De stelling van deze week, waarmee Jan deze week kwam, luidt: ‘Twee weken voorbereiding is voor amateurclubs lang zat.’ Een mooie stelling om over te discussiëren, maar een stelling waar ik het absoluut niet mee eens ben.

In de periode dat ik de cursus Jeugdvoetbaltrainer volgde, werd er door de docenten via de cursusboeken nadrukkelijk op gehamerd dat een voorbereidingsperiode van zes weken eigenlijk de standaard moest zijn. Zes weken om spelers conditioneel op niveau te brengen, om aan het spelconcept te werken, om automatismen erin te slijpen en natuurlijk om de selectie klaar te stomen voor de start van de competitie.
Het moment waarop ik die cursus volgde, ligt inmiddels bijna veertig jaar achter ons. In die veertig jaar is er ontzettend veel veranderd. Niet alleen binnen het voetbal, maar ook in de maatschappij. En misschien is dat wel de belangrijkste reden waarom we tegenwoordig anders naar een voorbereiding moeten kijken.
Vroeger, toen alles volgens sommigen beter was – was het min of meer vanzelfsprekend dat iedereen bij de eerste training aanwezig was. De vakantie werd zo gepland dat de voorbereiding niet in gevaar kwam en als de trainer zei dat de eerste training op een bepaalde datum begon, stond de selectie er. Die tijd is voorbij.
Tegenwoordig hebben voetballers, ook op amateurniveau, veel meer interesses en verplichtingen. Vakanties, festivals, werk, familie, andere sporten en allerlei andere activiteiten kunnen ervoor zorgen dat spelers niet allemaal tegelijk aan de voorbereiding beginnen. Het voetbal heeft simpelweg niet meer automatisch de hoogste prioriteit.
Dat is overigens niet per definitie iets slechts. De maatschappij is veranderd en het amateurvoetbal zal daarin mee moeten bewegen. Een amateurvoetballer hoeft zijn leven natuurlijk niet volledig in dienst te stellen van zijn vereniging. Maar het betekent wel dat trainers voor een steeds grotere uitdaging staan. Want waar vroeger een voorbereiding van zes weken redelijk normaal was, mag de trainer van nu soms al blij zijn wanneer zijn selectie bij de start van het seizoen daadwerkelijk compleet is. En dan hebben we het nog niet eens over het feit of iedereen op dat moment al wedstrijdfit is. Daar komt nog iets bij.
Steeds meer amateurvoetballers proberen tegenwoordig in de zomermaanden zelf hun conditie op peil te houden. Hardlopen, fietsen, fitness of individueel trainen: het gebeurt allemaal. Dat is natuurlijk positief. Een speler die fit aan de voorbereiding begint, geeft zijn trainer een voorsprong. Maar individuele fitheid is geen wedstrijdfitheid.
Voetbal is immers meer dan alleen een goede conditie. Spelers moeten weer wennen aan de intensiteit van trainingen, aan duels, aan richtingsveranderingen en aan het maken van explosieve bewegingen. Bovendien moeten ze elkaar weer leren vinden binnen het elftal. Looplijnen, pressing, omschakeling, standaardsituaties en de afspraken in balbezit moeten opnieuw worden ingeslepen. En dan komen we bij de stelling: twee weken voorbereiding is voor amateurclubs lang zat.
Natuurlijk niet.
Twee weken om ongetrainde of half getrainde spelers klaar te stomen voor officiële wedstrijden is simpelweg vragen om problemen. Zeker wanneer je bedenkt dat de eerste bekerduels in dit geval al op 29 augustus op het programma staan. Een trainer die in twee weken van een groep spelers een fysiek en tactisch goed functionerend elftal moet maken, staat voor een bijna onmogelijke opdracht. Natuurlijk kun je in twee weken een aantal goede trainingen afwerken. Je kunt afspraken maken, oefenwedstrijden spelen en proberen de conditie snel op te krikken. Maar het lichaam laat zich niet zomaar voor de gek houden. Juist in zo’n korte voorbereiding ligt het gevaar van spierblessures op de loer.
Spelers die wekenlang nauwelijks of helemaal niet hebben getraind, krijgen plotseling te maken met hoge trainingsbelasting. Er wordt gesprint, gedraaid, gekeerd, gesprongen en geduelleerd. Spieren en pezen moeten daar weer aan wennen. Wanneer de belasting te snel wordt opgebouwd, neemt het risico op blessures toe.
En wat schiet je als vereniging vervolgens op met een korte voorbereiding? Je begint het seizoen met een selectie die misschien nog niet eens volledig beschikbaar is omdat spelers geblesseerd zijn geraakt. De trainer kan zijn plannen aanpassen, spelers missen wedstrijden en voor je het weet ben je weken verder voordat iedereen weer beschikbaar is. Daarmee is een korte voorbereiding uiteindelijk misschien wel het tegenovergestelde van wat je ermee wilt bereiken.
Ik begrijp overigens best dat een voorbereiding van zes weken tegenwoordig voor veel amateurclubs moeilijk haalbaar is. We moeten realistisch blijven. Niet iedere speler kan zes weken lang beschikbaar zijn en niet iedere vereniging heeft de luxe om een volledig fitte selectie vanaf de eerste training op het veld te hebben. Daarom zou ik willen pleiten voor een compromis.
Een voorbereiding van minimaal vier weken lijkt mij tegenwoordig een veel realistischer uitgangspunt. Vier weken geeft een trainer tenminste de mogelijkheid om de trainingsbelasting verantwoord op te bouwen. Om spelers fysiek weer aan het voetballen te laten wennen. Om nieuwe spelers te integreren. Om tactische afspraken te maken. En vooral: om niet meteen vanaf de eerste training vol gas te hoeven gaan.
Maar eigenlijk wil ik nog een stap verder gaan. Want misschien moeten we niet alleen kijken naar de lengte van de voorbereiding, maar vooral naar hoe we die voorbereiding invullen. Een speler die in de zomer zelfstandig zijn conditie onderhoudt, zou eigenlijk een voorsprong moeten hebben. Verenigingen kunnen daar ook een rol in spelen door spelers voor de zomer een individueel programma mee te geven. Geen ingewikkelde schema's, maar duidelijke richtlijnen waarmee spelers zichzelf fit kunnen houden. Dan hoeft de eerste training niet te beginnen met spelers die vanuit de luie stoel rechtstreeks het trainingsveld op worden gestuurd. Want één ding blijft wat mij betreft overeind, ondanks alle veranderingen van de afgelopen veertig jaar: een goed seizoen begint met een goede voorbereiding.
Twee weken is daarvoor niet lang zat. Vier weken lijkt mij het minimale compromis. Maar als we het écht goed willen doen? Dan is zes weken voorbereiding nog altijd gewoon juist!