Stelling van de week: Ouders moeten meer invloed op teamindeling krijgen

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Even na praten


De stelling van deze week luidt: ouders moeten meer invloed op de teamindeling krijgen. Het is een onderwerp dat ieder jaar opnieuw actueel wordt. Juist aan het einde van het seizoen, wanneer de nieuwe selecties en teamindelingen bekend worden gemaakt, lopen de emoties vaak hoog op. Voor sommige spelers betekent een indeling een bevestiging van hun ontwikkeling, terwijl anderen teleurgesteld zijn omdat zij niet in het team terechtkomen waarop zij hadden gehoopt. En waar jeugdspelers zijn, zijn ook ouders. Ouders die betrokken zijn, die het beste voor hun kind willen en die soms een heel duidelijke mening hebben over de keuzes die een vereniging maakt.



logo

Uit mijn periode als jeugdtrainer weet ik nog goed hoe lastig het maken van teamindelingen kan zijn. Dat was ongeveer twintig jaar geleden en ook toen was het een van de meest ingewikkelde taken binnen een jeugdafdeling. Hoe zorgvuldig je ook te werk ging, er waren altijd spelers en ouders die zich tekortgedaan voelden. Het maakte eigenlijk niet uit hoeveel gesprekken er waren gevoerd of hoeveel wedstrijden er waren bekeken. Zodra de indelingen werden gepubliceerd, kwamen de vragen, de opmerkingen en soms ook de klachten.

Wat opvalt is dat die discussie tegenwoordig alleen maar groter lijkt te zijn geworden. Waar ouders vroeger vaak vertrouwden op de kennis van trainers en jeugdcoördinatoren, lijkt er nu veel meer twijfel te bestaan over de beslissingen die worden genomen. Dat heeft verschillende oorzaken. Een daarvan is de enorme aandacht die er tegenwoordig is voor talentontwikkeling. Kinderen bezoeken voetbalscholen, volgen extra trainingen en worden via sociale media voortdurend geconfronteerd met succesverhalen van jonge talenten die de stap naar het betaald voetbal maken.

Daardoor ontstaat bij sommige ouders het idee dat hun zoon of dochter een uitzonderlijk talent is dat vooral niet mag worden afgeremd door een verkeerde teamindeling. Natuurlijk is het logisch dat ouders trots zijn op hun kind. Dat hoort ook zo. Maar trots kan soms omslaan in een gebrek aan objectiviteit. Veel ouders beoordelen hun eigen kind anders dan een trainer of technisch coördinator dat doet. Ze zien de mooie acties, de doelpunten en de goede wedstrijden, maar hebben minder oog voor de ontwikkelpunten of de momenten waarop hun kind minder presteert.

Juist daarom is deze stelling in mijn ogen een gevaarlijke. Meer invloed voor ouders klinkt op het eerste gezicht misschien redelijk. Ouders zijn immers belangrijk binnen een vereniging. Ze rijden naar uitwedstrijden, helpen bij activiteiten en zorgen ervoor dat een club kan functioneren. Hun betrokkenheid is onmisbaar. Maar betrokkenheid betekent niet automatisch dat zij ook de juiste personen zijn om te bepalen in welk team spelers moeten worden ingedeeld.

Sterker nog, wanneer ouders daadwerkelijk meer zeggenschap krijgen over teamindelingen, ontstaat het risico dat objectiviteit volledig verdwijnt. Iedere ouder kijkt immers vooral naar zijn of haar eigen kind. Waar een trainer het totaalplaatje moet beoordelen, kijkt een ouder meestal vanuit een persoonlijk belang. Dat is menselijk, maar maakt het tegelijkertijd lastig om eerlijke keuzes te maken.

Bovendien beschikken veel ouders simpelweg niet over de kennis die nodig is om spelers goed te beoordelen. Voetbal draait namelijk om veel meer dan techniek alleen. Natuurlijk is het prettig als een speler een goede passeerbeweging heeft of makkelijk scoort, maar een team wordt samengesteld op basis van veel meer factoren. Denk aan spelinzicht, mentaliteit, leervermogen, discipline, fysieke ontwikkeling en sociale vaardigheden. Daarnaast moet ook gekeken worden naar de balans binnen een team. Soms wordt een speler niet in een hoger team geplaatst omdat er op zijn positie al voldoende spelers aanwezig zijn. Dat betekent niet dat die speler niet goed genoeg is, maar wel dat er keuzes gemaakt moeten worden in het belang van het geheel.

Toch zijn er ouders die denken dat één goede wedstrijd of een aantal doelpunten voldoende bewijs vormt dat hun kind hoger moet spelen. Dat leidt regelmatig tot discussies met trainers en jeugdcoördinatoren. En die discussies zijn de afgelopen jaren alleen maar toegenomen. Sommige ouders stappen direct naar het bestuur als zij het niet eens zijn met een beslissing. Anderen zoeken steun bij andere ouders, waardoor er groepjes ontstaan die gezamenlijk druk proberen uit te oefenen op de vereniging.

Wanneer clubs ouders meer invloed zouden geven op de teamindelingen, wordt die situatie alleen maar erger. Dan ontstaat er een strijd waarbij iedereen zijn eigen belang probeert veilig te stellen. De ene ouder vindt dat zijn kind in het eerste team hoort, terwijl een andere ouder precies hetzelfde denkt over zijn zoon of dochter. Uiteindelijk krijg je een situatie waarin beslissingen niet langer worden genomen op basis van voetbalinhoudelijke argumenten, maar op basis van wie het hardst roept of de meeste druk uitoefent.

Dat zou desastreus zijn voor de rust binnen een vereniging. Vrijwilligers die verantwoordelijk zijn voor de teamindelingen hebben nu al regelmatig te maken met kritiek. Als ouders officieel meer invloed krijgen, wordt die druk alleen maar groter. Het risico bestaat zelfs dat mensen afhaken omdat zij geen zin meer hebben om voortdurend discussies te voeren over iedere individuele speler.

Dat betekent overigens niet dat ouders helemaal geen rol moeten hebben. Integendeel. Goede communicatie tussen vereniging en ouders is belangrijk. Ouders mogen vragen stellen en moeten uitleg kunnen krijgen over gemaakte keuzes. Transparantie voorkomt veel onbegrip. Wanneer clubs duidelijk aangeven op basis van welke criteria spelers worden beoordeeld, ontstaat vaak meer begrip voor een beslissing, ook als die beslissing niet is wat een ouder had gehoopt.

Maar uitleg geven is iets anders dan invloed geven. De uiteindelijke beslissing moet liggen bij de trainers, jeugdcoördinatoren en technische mensen die verantwoordelijk zijn voor het beleid. Zij bekijken spelers gedurende een heel seizoen, vergelijken prestaties en proberen een afweging te maken die het beste is voor zowel de individuele speler als het team.

Veel ouders zien aan de horizon een glansrijke voetbalcarrière voor hun kind schitteren. Dat is begrijpelijk, want dromen horen bij sport. Maar de werkelijkheid is dat slechts een zeer klein percentage van de jeugdspelers uiteindelijk het hoogste niveau haalt. En voor die ontwikkeling is veel meer nodig dan alleen talent. Doorzettingsvermogen, karakter, plezier in het spel en de juiste begeleiding zijn minstens zo belangrijk.

Daarom is mijn conclusie duidelijk. Ouders moeten niet meer invloed krijgen op de teamindelingen. Hun betrokkenheid is waardevol en hun mening mag gehoord worden, maar de verantwoordelijkheid voor de indeling moet blijven liggen bij de mensen die daarvoor zijn aangesteld. Zodra clubs die verantwoordelijkheid gaan delen met ouders, halen zij een enorme hoeveelheid discussies, conflicten en onrust naar binnen. Het resultaat zal niet een betere teamindeling zijn, maar vooral meer verdeeldheid binnen de vereniging.

Kortom: ouders mogen meedenken, vragen stellen en betrokken zijn, maar meer invloed op de teamindeling? Daar moet een club nooit aan beginnen. Het levert uiteindelijk vooral een bak ellende op en daar wordt niemand beter van.