De warmte van een frisse woensdagochtend
Dat had natuurlijk meerdere oorzaken. Er zijn altijd mannen die vanwege lichte lichamelijke ongemakken, zware lichamelijke ongemakken of een plotseling opkomende behoefte aan een extra kop koffie verstek laten gaan. Maar de meest opvallende afwezige was zonder twijfel Jan van Dijk. En niet zomaar Jan van Dijk, maar de beste doedelzakspeler van Bedum en verre omstreken.
Van Jan wordt al jaren beweerd dat zijn voorouders ooit op een mistige boerderij in de Schotse Hooglanden woonden, ergens tussen grazende schapen en mannen in rokken die zonder jas door sneeuwstormen liepen. Of het waar is weet niemand precies, maar zodra Jan een doedelzak vasthoudt gelooft iedereen het onmiddellijk.
De dag ervoor had Jan namelijk opgetreden tijdens de festiviteiten rondom de viering van de vrijheid. Niet alleen, want hij maakte deel uit van een indrukwekkend gezelschap waarin zelfs de wereldberoemde Jostiband figureerde. Dat betekende voor Jan een tocht door Nederland die zijn weerga nauwelijks kende. Kilometer na kilometer trok hij van podium naar podium, waarschijnlijk gevoed door lauwe koffie, broodjes kaas en applaus van mensen die zichtbaar ontroerd raakten van zijn muzikale kunsten.
Dat zo’n culturele veldtocht energie kost moge duidelijk zijn. Er werd daarom voorzichtig geconcludeerd dat Jan waarschijnlijk fysiek nog ergens tussen Zwolle en Assen hing toen wij in Bedum aan de warming-up begonnen. Daar staat tegenover dat optreden voor de vrijheid natuurlijk ook wat mag opleveren. Vrijheid is een groot goed, maar een artiest hoeft uiteindelijk ook niet uitsluitend van vaderlandsliefde te leven. En eerlijk is eerlijk: wij gunden Jan zijn vermoedelijke gage van harte. Zeker als hij daarmee eindelijk eens een paar fatsoenlijke voetbalschoenen koopt zodat zijn kwaliteiten op het veld zijn talent als doedelzakspeler gaat benaderen
Maar naast de afwezigheid van onze muzikale trots waren er meer zaken die deze training bijzonder maakten. Tijdens de koffie en de eerste voorzichtige bewegingen op het veld kwamen gesprekken op gang over gezondheid. Over teamgenoten die al langere tijd niet meer kunnen trainen omdat het lichaam simpelweg niet meer meewerkt zoals vroeger.
Dat zijn van die gesprekken die ongemerkt tussen de humor door glippen. Eerst wordt er nog gelachen om een mislukte balaanname van iemand die beweert dat het gras scheef lag, maar even later gaat het over mannen die er eigenlijk graag bij zouden zijn maar voor wie dat niet meer vanzelfsprekend is. Misschien was het juist daardoor dat deze training een andere lading kreeg.
Want terwijl de frisse voorjaarswind over het veld trok en de eerste spierklachten alweer werden gevoeld nog vóór het eerste partijtje begon, groeide langzaam het besef dat het helemaal niet draait om winnen of verliezen. Natuurlijk wil iedereen graag winnen, zelfs tijdens een trainingspartijtje waar de inzet officieel nihil is. Er zijn mannen die nog liever een familielid teleurstellen dan een partijvorm verliezen op woensdagochtend. Maar deze ochtend voelde anders. Onderweg terug naar Ezinge dacht ik daar nog aan. Aan hoe plezier soms juist ontstaat uit hele kleine dingen.
Bijvoorbeeld uit de gelijkmaker van Wim Keizer, die met zijn treffer de stand op 3-3 bracht. Geen doelpunt voor de geschiedenisboeken misschien, maar wel eentje waar pure vreugde vanaf spatte. Alsof hij opeens jaren jonger werd. Dat soort momenten werkt aanstekelijk. Zelfs de tegenstander kan daar stiekem van genieten.
Of neem Jakob Venema. Een man die voetbal benadert alsof hij een schaakpartij speelt. Terwijl anderen nog nadenken over hoe hard ze de bal gaan raken, heeft Jakob al bedacht waar hij hem subtiel neerlegt. Het plezier waarmee hij een slim balletje tussen twee verbaasde tegenstanders doorschoof werkte bijna ontwapenend. Je zag aan alles dat hij daar intens van genoot. En misschien zijn dat inderdaad kleine dingen. Maar vaak zijn het juist die kleine dingen die uiteindelijk het grootst blijken te zijn.
Een training waarin gelachen wordt. Een mooie pass. Een onverwachte goal. Het feit dat je nog kunt rennen, bewegen en onderdeel bent van een groep mannen die elkaar vaak al jaren kennen en elkaar soms begrijpen zonder veel woorden nodig te hebben. Dat besef maakt een gewone woensdagochtend ineens bijzonder warm.
En dus reed ik met een goed gevoel terug richting Ezinge. Niet omdat wij nou zo geweldig hadden gevoetbald , dat was eigenlijk wel zo, of omdat iemand zichzelf tot man van de wedstrijd had uitgeroepen. Maar omdat zo’n ochtend je eraan herinnert dat voetbal uiteindelijk veel meer is dan een spelletje.
Het zijn de mensen. De gesprekken. De humor. Het gemopper. De afwezigen die gemist worden. De goals waar iedereen om lacht. En het simpele geluk dat je nog steeds op woensdagochtend naar in mijn geval naar Bedum kunt rijden om samen achter een bal aan te hollen. Zelfs met benzineprijzen waarvoor je tegenwoordig bijna een tweede hypotheek nodig hebt.
Daarom pak ik op dagen dat het weer een beetje meewerkt tegenwoordig vaker de fiets richting de sportschool in Winsum. Maar voor die woensdagochtenden in Bedum maak ik nog altijd graag een uitzondering. Omdat sommige ritten soms meer opleveren dan ze kosten.
