Man van de wedstrijd Milan Enting (vv Eext) moet altijd met nummer 14 spelen

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Even na praten


Iedere voetballiefhebber kent het ritueel. Na afloop van een wedstrijd, op de fiets richting huis of achter het stuur van de auto, wordt het duel nog eens rustig herbeleefd. De passes, de tackles, de duels, de doelpunten. Momenten worden opnieuw afgespeeld, soms mooier gemaakt dan ze waren, soms genadeloos gefileerd. En steevast komt die ene vraag voorbij: wie was vandaag de man van de wedstrijd?Soms is dat de spits met een schitterende goal of een beslissende assist. Soms de verdediger die alles wegkopt wat los en vast zit en zijn directe tegenstander tot wanhoop drijft. En heel af en toe is het een middenvelder. Zo’n speler die zich in stilte kapot werkt, nauwelijks in de statistieken terug te vinden is, maar wiens afwezigheid je onmiddellijk zou voelen. De spelers die trainers koesteren, maar die na afloop vaak onopgemerkt richting kleedkamer verdwijnen. Maar heel soms is de man van de wedstrijd iemand die niet alleen belangrijk is in het spel, maar ook dat ene moment van pure klasse levert waarvoor je als liefhebber naar het veld komt.


logo

Als voetballiefhebber heb ik iets met details. Zo moeten tenues altijd kloppen en heb ik weinig op met de meest idiote rugnummers die spelers tegenwoordig om wat voor reden dan ook dragen. In mijn beleving is voetbal het mooist als ook dat soort tradities in ere worden gehouden. Een selectie van twintig spelers, met daarin twee keepers, hoort gewoon met nummers 1 tot en met 20 te spelen. Overzichtelijk, herkenbaar en vooral: passend bij het spel.

Daarnaast zijn er wat mij betreft ook ongeschreven regels. Niet iedere speler mag zomaar elk rugnummer dragen. Er zijn nummers die iets uitstralen, die een bepaalde klasse vertegenwoordigen. Nummer 10 en 14 bijvoorbeeld. Dat zijn geen nummers voor zomaar een speler. Dat zijn nummers voor voetballers met techniek, inzicht en persoonlijkheid. Voor spelers die het spel lezen, die het verschil kunnen maken en die een wedstrijd naar hun hand zetten.

Een ‘houten klaas’ met nummer 10 of 14? Dat voelt simpelweg niet goed. Die nummers moet je verdienen. Ze horen bij spelers die iets extra’s brengen, die het publiek laten opveren en die het spel mooier maken dan het al is. Vroeger wist je als speler ook waar je stond. Je verdiende je plek, en daarmee ook je rugnummer. Zelf speelde ik met nummer 13. Prima nummer, niets mis mee. Maar 10 of 14? Dat liet je liggen omdat je wist dat je daar niet in thuishoorde. Dat was geen zwakte, dat was realiteitszin. En misschien ook wel respect voor het spel.

Afgelopen zondagmiddag, bij de wedstrijd tussen Eext en GKC, zag ik echter iets dat me direct opviel. Een jonge speler, pas 18 jaar, die rondliep met nummer 14. In eerste instantie denk je dan misschien: dat is ambitieus. Maar naarmate de wedstrijd vorderde, werd al snel duidelijk dat dit geen toevallige keuze was.

Milan Enting speelde een meer dan uitstekende wedstrijd. Vanaf de eerste minuut straalde hij rust uit. Hij speelde alsof hij al jaren meedraait op dit niveau. Wat vooral opviel, was zijn spelintelligentie. Hij leek continu een stap vooruit te denken. Waar anderen de bal aannamen en dan pas keken wat ze gingen doen, wist Milan vaak al vooraf wat zijn volgende actie zou zijn. Voor een speler die dit seizoen voor het eerst minuten maakt in het eerste elftal, is dat bijzonder knap. De meeste jonge spelers hebben tijd nodig om te wennen aan het tempo, de duelkracht en de druk. Maar bij Milan zag je daar weinig van terug. Hij speelde met lef, maar zonder roekeloos te worden. Met flair maar zonder het overzicht te verliezen.

Misschien helpt het dat voetbal in de familie zit. Als oudere broer van Tiego en jongere broer van Emiel, die zondag ook aan het eerste elftal mochten ruiken, weet hij wat er gevraagd wordt. Maar uiteindelijk sta je er zelf. En zondag stond hij er.

Het mooie was dat zijn spel perfect paste bij dat ene detail waar ik zo aan hecht: zijn rugnummer. Nummer 14. Geen toeval, geen grap, maar een nummer dat hij deze middag eer aandeed. Het zat in zijn bewegingen, in zijn keuzes, in zijn uitstraling. Hij speelde niet alleen goed, hij speelde als een nummer 14 hoort te spelen, als een uitblinker En daarom was de conclusie na afloop eigenlijk eenvoudig. Terwijl op de terugweg naar Ezinge de wedstrijd nog eens werd doorgenomen en de momenten opnieuw werden beleefd, kwam steeds weer dezelfde naam naar boven. Niet de spits, niet de verdediger, maar de middenvelder.

Milan Enting was zondag mijn man van de wedstrijd. En belangrijker nog: hij liet zien dat sommige tradities nog altijd kloppen. Dat bepaalde rugnummers nog steeds betekenis hebben. Als hij deze lijn doortrekt, is er eigenlijk maar één conclusie mogelijk: Milan Enting moet altijd met nummer 14 blijven spelen. Niet omdat het moet, maar omdat het bij hem past. Omdat hij het nummer draagt zoals het bedoeld is. En omdat je als liefhebber nu eenmaal wilt blijven genieten van spelers die niet alleen goed voetballen, maar het voetbal nét dat beetje extra geven.