Een andere invullng van dit was het weekend
Het was een weekend dat anders voelde dan anders. Geen vaste routine, geen voorspelbare invulling, maar juist een dag die zich vulde met kleine momenten die samen iets groters vormden.

Het is zondagochtend 12 april, rond de klok van zeven uur. De stilte in het appartement is nog tastbaar. In Schoorl zit ik aan de keukentafel met een kop koffie binnen handbereik. De verslagen voor de OC voor maandag zijn inmiddels naar de redactie gestuurd, het werk is gedaan, en er ontstaat ruimte voor reflectie. Mijn gedachten dwalen vanzelf terug naar gisteren, zaterdag 11 april.
Een dag met een bijzonder tintje, want voor de tweede keer dit seizoen stonden we langs de lijn in Velserbroek. Daar speelde mijn kleinzoon Morris zijn wedstrijd. Op zichzelf al iets om naar uit te kijken, maar deze keer was er een extra dimensie. Morris stond namelijk op het veld met zijn hand in het gips.
Een week eerder had hij als keeper een scheurtje in zijn duimgewricht opgelopen. Een ongelukkige samenloop van omstandigheden, zoals dat gaat in het voetbal. Het resultaat: twee weken in het gips. De vraag was dan ook of hij überhaupt mocht spelen. Morris zelf twijfelde geen moment. In zijn beleving hoorde hij gewoon op het veld te staan. Gelukkig gaf de dokter toestemming, al zal die ongetwijfeld ook even hebben getwijfeld.
En daar stond hij dan, niet als keeper , maar als spits. Met zichtbaar plezier en een flinke dosis energie begon hij aan de wedstrijd tegen de JO9 van DSS uit Haarlem. Al snel werd duidelijk dat dit geen eenvoudige tegenstander was. DSS zat er kort op en gaf weinig ruimte weg.
Toch viel er vanaf de zijlijn genoeg te genieten. Niet alleen van Morris, maar van het hele team. Het viel zelfs een leek op dat er sinds de wedstrijd in december flinke stappen waren gezet. Het samenspel oogde beter, de posities werden wat vaker beter bezet en er zat meer overtuiging in het spel.
Ook individueel waren er mooie momenten. Sam en Bas wisselden elkaar af als keeper en deden dat met zichtbaar vertrouwen. Daan stond achterin als een echte leider, iemand die rust bracht en overzicht hield. Het zijn van die kleine dingen die laten zien dat een team groeit.
Langs de lijn had Morris bovendien zijn eigen fanclub verzameld. Familieleden die speciaal waren gekomen om hem te zien spelen, hem aan te moedigen en hem dat extra zetje te geven. En dat werkte. Je zag het aan zijn houding, aan zijn loopacties, aan de manier waarop hij zich in de duels gooide.
Halverwege de tweede helft keek het team tegen een 2-4 achterstand aan. DSS had de wedstrijd ogenschijnlijk onder controle. Maar Morris had iets beloofd. Hij zou scoren. En soms zijn het juist die kinderlijke beloften die een wedstrijd kleur geven.
Het moment kwam. Met de buitenkant van zijn rechtervoet haalde hij uit. Geen wilde trap, maar een beheerste, strakke schuiver die de doelman kansloos liet. De bal verdween in het doel in en het werd 3-4. Een klein moment in een jeugdwedstrijd, maar voor hem, en voor ons langs de lijn, voelde het als iets groots.
Als opa kun je daar alleen maar van genieten. Je ziet niet alleen een doelpunt, je ziet plezier, doorzettingsvermogen en groei. En onbewust ga je terug naar je eigen jeugd. Naar die velden, die wedstrijden, die momenten waarop een doelpunt de wereld even stil liet staan. Na afloop volgde, zoals altijd, de nabespreking. Niet te zwaar, niet te serieus, maar wel met de nodige betrokkenheid. Want voetbal is meer dan alleen het spel; het is ook het napraten, het analyseren, het samen beleven.Tegelijkertijd viel er ook iets anders op. Iets wat je helaas bij veel verenigingen terugziet. Langs de lijn stonden ook mensen die het spel van kinderen van negen jaar benaderen alsof het om een finale gaat. Schreeuwen, aanwijzingen geven, soms zelfs mopperen of erger. Gelukkig niet bij het team van Morris, maar het blijft een fenomeen dat mij enorm irriteert
Je vraagt je af wat er in zo’n hoofd omgaat. Kinderen zouden vrij moeten kunnen spelen, fouten mogen maken, plezier moeten hebben. Dat is waar het om draait. Niet om systemen, niet om perfect uitgevoerde opdrachten, en zeker niet om volwassenen die hun eigen frustraties projecteren.
Als ik in een bestuur zou zitten, zou ik daar kritisch naar kijken. Begeleiders hebben een voorbeeldfunctie. Zij bepalen voor een groot deel hoe kinderen sport beleven. En dat zou altijd positief en stimulerend moeten zijn.
Maar los daarvan overheerste vooral het goede gevoel. Het was een andere zaterdag dan normaal. Geen standaardprogramma, maar een dag vol beleving. Een dag waarop een jongen met een hand in het gips gewoon zijn plek innam in het team en zelfs zijn moment pakte.
En misschien is dat wel de kern van alles. Dat het niet altijd perfect hoeft te zijn om mooi te zijn. Dat juist de kleine verhalen, de onverwachte wendingen en de persoonlijke overwinningen een dag bijzonder maken.
Terug aan de keukentafel in Schoorl besef ik dat dit zo’n dag was. Eén om te koesteren. Eén die je bijblijft. En eerlijk gezegd: één waarvan ik hoop dat er nog meer zullen volgen en wat met voetballende kleinzoons in Velserbroek en Uithuizermeeden mogelijk moet zijn.

Het is zondagochtend 12 april, rond de klok van zeven uur. De stilte in het appartement is nog tastbaar. In Schoorl zit ik aan de keukentafel met een kop koffie binnen handbereik. De verslagen voor de OC voor maandag zijn inmiddels naar de redactie gestuurd, het werk is gedaan, en er ontstaat ruimte voor reflectie. Mijn gedachten dwalen vanzelf terug naar gisteren, zaterdag 11 april.
Een dag met een bijzonder tintje, want voor de tweede keer dit seizoen stonden we langs de lijn in Velserbroek. Daar speelde mijn kleinzoon Morris zijn wedstrijd. Op zichzelf al iets om naar uit te kijken, maar deze keer was er een extra dimensie. Morris stond namelijk op het veld met zijn hand in het gips.
Een week eerder had hij als keeper een scheurtje in zijn duimgewricht opgelopen. Een ongelukkige samenloop van omstandigheden, zoals dat gaat in het voetbal. Het resultaat: twee weken in het gips. De vraag was dan ook of hij überhaupt mocht spelen. Morris zelf twijfelde geen moment. In zijn beleving hoorde hij gewoon op het veld te staan. Gelukkig gaf de dokter toestemming, al zal die ongetwijfeld ook even hebben getwijfeld.
En daar stond hij dan, niet als keeper , maar als spits. Met zichtbaar plezier en een flinke dosis energie begon hij aan de wedstrijd tegen de JO9 van DSS uit Haarlem. Al snel werd duidelijk dat dit geen eenvoudige tegenstander was. DSS zat er kort op en gaf weinig ruimte weg.
Toch viel er vanaf de zijlijn genoeg te genieten. Niet alleen van Morris, maar van het hele team. Het viel zelfs een leek op dat er sinds de wedstrijd in december flinke stappen waren gezet. Het samenspel oogde beter, de posities werden wat vaker beter bezet en er zat meer overtuiging in het spel.
Ook individueel waren er mooie momenten. Sam en Bas wisselden elkaar af als keeper en deden dat met zichtbaar vertrouwen. Daan stond achterin als een echte leider, iemand die rust bracht en overzicht hield. Het zijn van die kleine dingen die laten zien dat een team groeit.
Langs de lijn had Morris bovendien zijn eigen fanclub verzameld. Familieleden die speciaal waren gekomen om hem te zien spelen, hem aan te moedigen en hem dat extra zetje te geven. En dat werkte. Je zag het aan zijn houding, aan zijn loopacties, aan de manier waarop hij zich in de duels gooide.
Halverwege de tweede helft keek het team tegen een 2-4 achterstand aan. DSS had de wedstrijd ogenschijnlijk onder controle. Maar Morris had iets beloofd. Hij zou scoren. En soms zijn het juist die kinderlijke beloften die een wedstrijd kleur geven.
Het moment kwam. Met de buitenkant van zijn rechtervoet haalde hij uit. Geen wilde trap, maar een beheerste, strakke schuiver die de doelman kansloos liet. De bal verdween in het doel in en het werd 3-4. Een klein moment in een jeugdwedstrijd, maar voor hem, en voor ons langs de lijn, voelde het als iets groots.
Als opa kun je daar alleen maar van genieten. Je ziet niet alleen een doelpunt, je ziet plezier, doorzettingsvermogen en groei. En onbewust ga je terug naar je eigen jeugd. Naar die velden, die wedstrijden, die momenten waarop een doelpunt de wereld even stil liet staan. Na afloop volgde, zoals altijd, de nabespreking. Niet te zwaar, niet te serieus, maar wel met de nodige betrokkenheid. Want voetbal is meer dan alleen het spel; het is ook het napraten, het analyseren, het samen beleven.Tegelijkertijd viel er ook iets anders op. Iets wat je helaas bij veel verenigingen terugziet. Langs de lijn stonden ook mensen die het spel van kinderen van negen jaar benaderen alsof het om een finale gaat. Schreeuwen, aanwijzingen geven, soms zelfs mopperen of erger. Gelukkig niet bij het team van Morris, maar het blijft een fenomeen dat mij enorm irriteert
Je vraagt je af wat er in zo’n hoofd omgaat. Kinderen zouden vrij moeten kunnen spelen, fouten mogen maken, plezier moeten hebben. Dat is waar het om draait. Niet om systemen, niet om perfect uitgevoerde opdrachten, en zeker niet om volwassenen die hun eigen frustraties projecteren.
Als ik in een bestuur zou zitten, zou ik daar kritisch naar kijken. Begeleiders hebben een voorbeeldfunctie. Zij bepalen voor een groot deel hoe kinderen sport beleven. En dat zou altijd positief en stimulerend moeten zijn.
Maar los daarvan overheerste vooral het goede gevoel. Het was een andere zaterdag dan normaal. Geen standaardprogramma, maar een dag vol beleving. Een dag waarop een jongen met een hand in het gips gewoon zijn plek innam in het team en zelfs zijn moment pakte.
En misschien is dat wel de kern van alles. Dat het niet altijd perfect hoeft te zijn om mooi te zijn. Dat juist de kleine verhalen, de onverwachte wendingen en de persoonlijke overwinningen een dag bijzonder maken.
Terug aan de keukentafel in Schoorl besef ik dat dit zo’n dag was. Eén om te koesteren. Eén die je bijblijft. En eerlijk gezegd: één waarvan ik hoop dat er nog meer zullen volgen en wat met voetballende kleinzoons in Velserbroek en Uithuizermeeden mogelijk moet zijn.