Play-offs: het toneelstuk na de apotheose

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Even na praten

Deze week kwam Jan ten Caat met een stelling die betrekking had op het betaald voetbal. Een tak van de voetbalboom waar mijn interesse al geruime tijd niet meer ligt. Niet uit minachting, maar uit vermoeidheid. Vermoeidheid over het steeds verder doordraaien van een sport die ooit zo simpel was: je speelt wedstrijden, verzamelt punten en de ranglijst vertelt je precies waar je staat.

logo



Toch raakte ik met Jan in gesprek. En zoals dat vaker gaat, bleef het niet bij één onderwerp. De gesprekken die ik jarenlang wekelijks voerde met Jan van Dijken, over gekkigheid, onzinnige regels en overdreven gedoe in het amateurvoetbal, bleken naadloos toepasbaar op het betaald voetbal. Blijkbaar is absurditeit geen exclusief amateurfenomeen meer.

Dat betekende ook dat ik mij weer iets meer moest verdiepen in het betaald voetbal. Voor mij gebeurde dat via het open kanaal van ESPN. Meer hoeft het voor mij absoluut niet te zijn. Maar goed, terug naar de stelling.

Een van de eerste onderwerpen die Jan aansneed, was zijn irritatie over de play-offs in de Eredivisie voor een plek in de voorronde van de Conference League. En daarin ga ik volledig met hem mee. Niet omdat het mij persoonlijk irriteert, daarvoor ligt mijn emotionele betrokkenheid te laag ,maar omdat het simpelweg een kansloos gebeuren is.

Laten we het beestje bij de naam noemen: de competitie is 34 wedstrijden lang een marathon. Clubs bouwen aan een seizoen, groeien, vallen terug, herstellen zich, verrassen en stellen teleur. Na 34 speelrondes heb je een ranglijst die in 99 procent van de gevallen een eerlijk beeld geeft van de verhoudingen. Dat is geen toeval, dat is statistiek. En dan, na die marathon, besluiten we ineens een sprintje te organiseren. Met andere regels. Andere spanningsboog. Andere belangen. Alsof we zeggen: “Leuk hoor, die 34 wedstrijden, maar laten we toch nog even kijken wie er in drie potjes het meeste geluk heeft.”

Neem dit seizoen FC Groningen als voorbeeld. Een club die boven verwachting presteert, stabiel is, een duidelijke voetbalidentiteit heeft en na maanden hard werken keurig op een vijfde plaats kan eindigen als resultaat van beleid, discipline en kwaliteit.

En wat is de beloning? Niets. Of beter gezegd: een loterij.

Groningen mag vervolgens aantreden tegen de nummer acht. Een ploeg die over het hele seizoen genomen minder presteerde. Maar het seizoen is lang, de tank is leeg, pijntjes worden groter, vorm is grillig. Eén mindere avond, één rode kaart, één mislukte inspeelpass en het hele seizoen wordt gereduceerd tot een voetnoot.

Weg prachtig seizoen.

Dat is, vermoed ik, precies wat Jan bedoelde. De stand op de ranglijst moet bepalend zijn. Niets meer en niets minder. Wie na 34 wedstrijden vijfde staat, is de nummer vijf van Nederland. Punt. Geen sterretjes, geen mitsen en maren, geen “ja maar ze waren in de play-offs net niet scherp”.

Het argument vóór de play-offs is altijd hetzelfde: spanning, extra wedstrijden, televisie, inkomsten. Het voetbal moet aantrekkelijk blijven. Maar voor wie eigenlijk? Voor de supporters van de nummer acht die ineens mogen dromen van Europa? Misschien. Voor de neutrale kijker? Wellicht. Voor de sportieve rechtvaardigheid? Absoluut niet.

Het wrange is dat we dit soort constructies alleen maar nodig achten omdat we koste wat kost ‘meer’ willen. Meer wedstrijden, meer spektakel. Terwijl voetbal juist groot is geworden door zijn eenvoud. De ranglijst liegt niet. Nooit.

Dat een nummer acht zich ten koste van een nummer vijf kan plaatsen voor Europees voetbal, slaat dan ook nergens op. Het voelt alsof je iemand die een heel jaar netjes heeft gewerkt, aan het eind van het jaar laat promoveren of degraderen op basis van een dobbelsteen.

Voetbal is emotie, ja. Maar het is ook logica. En die logica zijn we onderweg ergens kwijtgeraakt. Misschien is het tijd om weer eens te accepteren dat een seizoen gewoon mag eindigen. Zonder toegift. Zonder epiloog. Zonder kunstmatig drama. Gewoon na 34 wedstrijden de balans opmaken en zeggen: dit is het.

Dat zou niet alleen eerlijker zijn, maar ook een stuk rustgevender. En eerlijk gezegd: dat kan het betaald voetbal best gebruiken.