Bondscontributie voor een Walking Footballer en de logica van de KNVB
Bondscontributie zonder bond: Walking Football en de logica van de KNVB
Het is reglementair en statutair verplicht dat alle leden van een vereniging ook lid zijn van de KNVB. Dat staat letterlijk op de officiële website van de bond. Daarbij wordt gesteld dat alle leden van sportverenigingen belang hebben bij een goed functionerende overkoepelende sportbond. Die bond organiseert competities en behartigt de belangen van alle aangesloten verenigingen. Het klinkt logisch, bijna vanzelfsprekend. Totdat je het afzet tegen de praktijk van Walking Football.

Want laten we daar eerlijk over zijn: voor Walking Football organiseert de KNVB géén officiële competities. Geen landelijke structuur, geen promotie/degradatie, geen prestatieve piramide. En toch betalen Walking Footballers braaf bondscontributie. Omdat het moet. Omdat het zo in de statuten staat. Punt.
Ik heb deze passage inmiddels ontelbare keren gelezen, nadat een bestuurslid van SV Bedum mij deze tekst toestuurde als antwoord op mijn vraag waarom wij als Walking Footballers bondscontributie betalen. En hoe vaker ik het lees, hoe vreemder het wordt. Want de kern van de verplichting is helder: je moet lid zijn van de KNVB omdat je als lid belang hebt bij een goed functionerende overkoepelende sportbond. Maar wat als die bond, voor jouw specifieke tak van sport niets doet.
De KNVB bestaat inmiddels 136 jaar. Een eerbiedwaardige leeftijd. In die anderhalve eeuw zijn reglementen en statuten ongetwijfeld aangepast aan veranderende tijden. Maar één ding lijkt zeker: bij de intrede van Walking Football in Nederland is het fundament niet herzien. Walking Football is simpelweg ondergebracht in een bestaand systeem dat primair is ingericht op prestatief, competitief voetbal. En dat wringt.
Want bondscontributie suggereert een tegenprestatie. Niet per se individueel, maar collectief. Competities, belangenbehartiging, regelgeving, ondersteuning. In het geval van Walking Football voelt het echter alsof we betalen voor een brood dat niet in de tas zit. Ik ga naar de buurtsuper, reken af bij de kassa, zie de prijs van het brood op de bon staan, maar krijg het niet mee naar huis. “Ja,” zegt de winkelier, “het is reglementair verplicht dat u voor brood betaalt, omdat brood belangrijk is voor het functioneren van de supermarkt.”
Dat is natuurlijk een karikatuur, maar wel één die pijnlijk dichtbij komt.
Het argument van belangenbehartiging wordt vaak gebruikt. De KNVB zou ook de belangen van Walking Footballers behartigen. Maar waar blijkt dat uit? Welke concrete besluiten, investeringen of structuren zijn er die specifiek ten goede komen aan deze groeiende groep oudere voetballers? Walking Football draait om vitaliteit, gezondheid, sociale cohesie en plezier. Prima doelen, maar ze worden vooral gedragen door vrijwilligers bij clubs, niet door een centrale bond die actief richting geeft.
Dan is er nog het verzekeringsverhaal. Ook dat wordt steevast aangevoerd als rechtvaardiging voor de bondscontributie. Via de KNVB ben je verzekerd tijdens activiteiten. Dat klinkt geruststellend, maar is het ook noodzakelijk? Veel mensen zijn al individueel verzekerd.
Begrijp me goed: dit is geen pleidooi tegen solidariteit of tegen een overkoepelende sportbond. Integendeel. Een goed functionerende KNVB is van groot belang voor het Nederlandse voetbal. Maar solidariteit veronderstelt wederkerigheid. En daar wringt het nu juist voor Walking Football. De verplichting is keihard, de tegenprestatie ligt ergens in een prullenbak.
Het echte probleem zit misschien wel in het autoritaire gedrag die hier zichtbaar wordt. “Het staat in de statuten, dus het moet.” Dat is geen inhoudelijk argument, dat is een machtsargument. Statuten zijn geen natuurwetten; ze zijn door mensen gemaakt en kunnen door mensen worden aangepast. Zeker als een nieuwe vorm van sportbeoefening structureel buiten het bestaande kader valt.
Walking Footballers zijn geen lastige zeurpieten die onder hun bijdrage uit willen. Het zijn leden die zich afvragen waar hun geld naartoe gaat en wat ze daarvoor terugkrijgen. Dat is geen aanval op de KNVB, dat is een legitieme vraag aan een bond die zegt transparant en verbindend te zijn.
Ik heb nog een paar maanden om te bedenken wat ik ga doen. Ga ik mijn principes laten winnen van het plezier van op woensdagochtend een balletje trappen? Of slik ik het ongemak in, betaal ik braaf mijn contributie en houd ik mijn mond? Dat dilemma alleen al zegt genoeg.
Misschien is het tijd dat de KNVB zichzelf dezelfde vraag stelt: voor wie doen we dit eigenlijk? En durven we onderscheid te maken tussen vormen van voetbal, in plaats van iedereen onder één historisch gegroeide paraplu te dwingen?
Walking Football verdient erkenning, niet alleen in woorden, maar ook in structuur. Tot die tijd blijft de bondscontributie voor veel Walking Footballers voelen als betalen voor brood dat nooit geleverd wordt.
Het is reglementair en statutair verplicht dat alle leden van een vereniging ook lid zijn van de KNVB. Dat staat letterlijk op de officiële website van de bond. Daarbij wordt gesteld dat alle leden van sportverenigingen belang hebben bij een goed functionerende overkoepelende sportbond. Die bond organiseert competities en behartigt de belangen van alle aangesloten verenigingen. Het klinkt logisch, bijna vanzelfsprekend. Totdat je het afzet tegen de praktijk van Walking Football.

Want laten we daar eerlijk over zijn: voor Walking Football organiseert de KNVB géén officiële competities. Geen landelijke structuur, geen promotie/degradatie, geen prestatieve piramide. En toch betalen Walking Footballers braaf bondscontributie. Omdat het moet. Omdat het zo in de statuten staat. Punt.
Ik heb deze passage inmiddels ontelbare keren gelezen, nadat een bestuurslid van SV Bedum mij deze tekst toestuurde als antwoord op mijn vraag waarom wij als Walking Footballers bondscontributie betalen. En hoe vaker ik het lees, hoe vreemder het wordt. Want de kern van de verplichting is helder: je moet lid zijn van de KNVB omdat je als lid belang hebt bij een goed functionerende overkoepelende sportbond. Maar wat als die bond, voor jouw specifieke tak van sport niets doet.
De KNVB bestaat inmiddels 136 jaar. Een eerbiedwaardige leeftijd. In die anderhalve eeuw zijn reglementen en statuten ongetwijfeld aangepast aan veranderende tijden. Maar één ding lijkt zeker: bij de intrede van Walking Football in Nederland is het fundament niet herzien. Walking Football is simpelweg ondergebracht in een bestaand systeem dat primair is ingericht op prestatief, competitief voetbal. En dat wringt.
Want bondscontributie suggereert een tegenprestatie. Niet per se individueel, maar collectief. Competities, belangenbehartiging, regelgeving, ondersteuning. In het geval van Walking Football voelt het echter alsof we betalen voor een brood dat niet in de tas zit. Ik ga naar de buurtsuper, reken af bij de kassa, zie de prijs van het brood op de bon staan, maar krijg het niet mee naar huis. “Ja,” zegt de winkelier, “het is reglementair verplicht dat u voor brood betaalt, omdat brood belangrijk is voor het functioneren van de supermarkt.”
Dat is natuurlijk een karikatuur, maar wel één die pijnlijk dichtbij komt.
Het argument van belangenbehartiging wordt vaak gebruikt. De KNVB zou ook de belangen van Walking Footballers behartigen. Maar waar blijkt dat uit? Welke concrete besluiten, investeringen of structuren zijn er die specifiek ten goede komen aan deze groeiende groep oudere voetballers? Walking Football draait om vitaliteit, gezondheid, sociale cohesie en plezier. Prima doelen, maar ze worden vooral gedragen door vrijwilligers bij clubs, niet door een centrale bond die actief richting geeft.
Dan is er nog het verzekeringsverhaal. Ook dat wordt steevast aangevoerd als rechtvaardiging voor de bondscontributie. Via de KNVB ben je verzekerd tijdens activiteiten. Dat klinkt geruststellend, maar is het ook noodzakelijk? Veel mensen zijn al individueel verzekerd.
Begrijp me goed: dit is geen pleidooi tegen solidariteit of tegen een overkoepelende sportbond. Integendeel. Een goed functionerende KNVB is van groot belang voor het Nederlandse voetbal. Maar solidariteit veronderstelt wederkerigheid. En daar wringt het nu juist voor Walking Football. De verplichting is keihard, de tegenprestatie ligt ergens in een prullenbak.
Het echte probleem zit misschien wel in het autoritaire gedrag die hier zichtbaar wordt. “Het staat in de statuten, dus het moet.” Dat is geen inhoudelijk argument, dat is een machtsargument. Statuten zijn geen natuurwetten; ze zijn door mensen gemaakt en kunnen door mensen worden aangepast. Zeker als een nieuwe vorm van sportbeoefening structureel buiten het bestaande kader valt.
Walking Footballers zijn geen lastige zeurpieten die onder hun bijdrage uit willen. Het zijn leden die zich afvragen waar hun geld naartoe gaat en wat ze daarvoor terugkrijgen. Dat is geen aanval op de KNVB, dat is een legitieme vraag aan een bond die zegt transparant en verbindend te zijn.
Ik heb nog een paar maanden om te bedenken wat ik ga doen. Ga ik mijn principes laten winnen van het plezier van op woensdagochtend een balletje trappen? Of slik ik het ongemak in, betaal ik braaf mijn contributie en houd ik mijn mond? Dat dilemma alleen al zegt genoeg.
Misschien is het tijd dat de KNVB zichzelf dezelfde vraag stelt: voor wie doen we dit eigenlijk? En durven we onderscheid te maken tussen vormen van voetbal, in plaats van iedereen onder één historisch gegroeide paraplu te dwingen?
Walking Football verdient erkenning, niet alleen in woorden, maar ook in structuur. Tot die tijd blijft de bondscontributie voor veel Walking Footballers voelen als betalen voor brood dat nooit geleverd wordt.