Stelling : wattsapp grootste vijand doorgaan wedstrijden B-categorie
Op Puurvoetbalonline starten we een nieuwe rubriek. Geen theoretische verhandelingen, geen beleidsnota’s en geen modieuze termen die vooral goed klinken op studiedagen of in vergaderzalen. In deze rubriek laten we de praktijk spreken. Geen mensen die langs de zijlijn roepen hoe het allemaal zou moeten, maar mensen die er middenin staan. Elke aflevering leggen we één duidelijke stelling voor aan iemand uit het amateurvoetbal die ik persoonlijk goed ken. Mensen met ervaring, een uitgesproken mening en – misschien wel het belangrijkste – de durf om die mening ook écht te delen.

Voor deze aflevering sprak ik met iemand die al jarenlang meedraait als wedstrijdsecretaris in het amateurvoetbal. Een rol die vaak onderschat wordt, maar die cruciaal is voor het wekelijkse reilen en zeilen van het voetbal. Ik heb bewust besloten zijn naam niet te noemen. Niet omdat hij zich schaamt voor zijn uitspraken, integendeel. Maar omdat in ons gesprek opnieuw duidelijk werd dat wedstrijdsecretarissen steeds vaker onder druk worden gezet. Soms subtiel, soms ronduit intimiderend. Dreigementen, boze berichten, beschuldigingen: het hoort er blijkbaar steeds meer bij. En dat is een zorgelijke ontwikkeling.
De stelling die ik hem voorlegde was helder en bewust scherp geformuleerd:
“WhatsApp is de grootste vijand voor het doorgaan van een wedstrijd in de B-categorie.” Zijn reactie liet weinig aan duidelijkheid te wensen over.
“Wedstrijden afzeggen via WhatsApp komt steeds vaker voor,” vertelde hij. “Het is laagdrempelig. Eén berichtje sturen en daarna hoef je niks meer te doen. Geen overleg, geen uitleg, geen verantwoordelijkheid. Gewoon: ‘We hebben geen team, we komen niet.’ En klaar.” Volgens hem is dat precies het probleem. WhatsApp maakt het te makkelijk om regels te negeren. “Vroeger moest je bellen. Dan moest je een verhaal uitleggen, vragen beantwoorden en voelde je toch meer druk om het netjes af te handelen. Nu stuur je een appje en zet je de telefoon uit.”
Hij gaf wel aan dat er nog clubs zijn die wél telefonisch contact opnemen. “En dat zijn bijna altijd dezelfde verenigingen. Clubs die hun zaken op orde hebben en niet marchanderen met de regels. Die voelen zich verantwoordelijk, ook richting de tegenstander.” Daarmee raakten we direct aan een tweede, belangrijk onderwerp: het schriftelijk afhandelen van wedstrijden en het invullen van uitslagen. Iets wat vaak als ‘administratief detail’ wordt gezien, maar grote consequenties kan hebben. “Bij het fictief invullen van uitslagen riskeren clubs een boete van 256,10 euro en punten in mindering,” legde hij uit. “De KNVB ziet dit terecht als een frauduleuze handeling. En dat kan leiden tot forse sancties en zelfs schorsingen van verantwoordelijken binnen een club.” Hij haalde een voorbeeld aan van zo’n tien jaar geleden, toen ook de jongste jeugd nog met standen en uitslagen werkte. “Bij een wedstrijd van de F-pupillen werd bewust een fictieve uitslag ingevoerd zodat ze kampioen werden. Het bestuurslid dat verantwoordelijk was, werd geschorst. Hij stond niet eens zelf langs de lijn, maar was wel eindverantwoordelijk. Dat zegt genoeg over hoe serieus dit wordt genomen.” Toch hoor je op en rond de velden vaak dezelfde roep: “De KNVB moet strenger zijn.”
Volgens deze wedstrijdsecretaris is dat een misplaatst verwijt. “Nee, zeker niet,” zei hij stellig. “De bond is niet het probleem. De clubs zijn dat. En geloof me: het zijn altijd dezelfde clubs waar de problemen vandaan komen.” Volgens hem zit de kern van het probleem bij kleine verenigingen die structureel te veel teams inschrijven in verhouding tot het aantal beschikbare spelers. “Op papier lijkt het mooi. In de praktijk kom je spelers tekort. En dan ontstaat er een mentaliteitsprobleem.”
Spelers hebben andere prioriteiten: weekendjes weg, festivals. “En uiteindelijk moet een wedstrijdsecretaris van een club die zijn zaken wél op orde heeft maar meebuigen. Alsof dat normaal is.” Maar hij weigert dat te doen. “Ik ken meerdere wedstrijdsecretarissen die daar net zo in staan als ik. Wij werken daar niet aan mee. Regels zijn er niet voor de sier.” Zijn conclusie was helder en misschien confronterend: “Het begint allemaal bij de clubs. Niet bij de bond. Zolang verenigingen blijven wegkijken, blijven inschrijven wat niet haalbaar is en verantwoordelijkheid afschuiven, verandert er niets. En dat is zonde, want het amateurvoetbal verdient beter.”

Voor deze aflevering sprak ik met iemand die al jarenlang meedraait als wedstrijdsecretaris in het amateurvoetbal. Een rol die vaak onderschat wordt, maar die cruciaal is voor het wekelijkse reilen en zeilen van het voetbal. Ik heb bewust besloten zijn naam niet te noemen. Niet omdat hij zich schaamt voor zijn uitspraken, integendeel. Maar omdat in ons gesprek opnieuw duidelijk werd dat wedstrijdsecretarissen steeds vaker onder druk worden gezet. Soms subtiel, soms ronduit intimiderend. Dreigementen, boze berichten, beschuldigingen: het hoort er blijkbaar steeds meer bij. En dat is een zorgelijke ontwikkeling.
De stelling die ik hem voorlegde was helder en bewust scherp geformuleerd:
“WhatsApp is de grootste vijand voor het doorgaan van een wedstrijd in de B-categorie.” Zijn reactie liet weinig aan duidelijkheid te wensen over.
“Wedstrijden afzeggen via WhatsApp komt steeds vaker voor,” vertelde hij. “Het is laagdrempelig. Eén berichtje sturen en daarna hoef je niks meer te doen. Geen overleg, geen uitleg, geen verantwoordelijkheid. Gewoon: ‘We hebben geen team, we komen niet.’ En klaar.” Volgens hem is dat precies het probleem. WhatsApp maakt het te makkelijk om regels te negeren. “Vroeger moest je bellen. Dan moest je een verhaal uitleggen, vragen beantwoorden en voelde je toch meer druk om het netjes af te handelen. Nu stuur je een appje en zet je de telefoon uit.”
Hij gaf wel aan dat er nog clubs zijn die wél telefonisch contact opnemen. “En dat zijn bijna altijd dezelfde verenigingen. Clubs die hun zaken op orde hebben en niet marchanderen met de regels. Die voelen zich verantwoordelijk, ook richting de tegenstander.” Daarmee raakten we direct aan een tweede, belangrijk onderwerp: het schriftelijk afhandelen van wedstrijden en het invullen van uitslagen. Iets wat vaak als ‘administratief detail’ wordt gezien, maar grote consequenties kan hebben. “Bij het fictief invullen van uitslagen riskeren clubs een boete van 256,10 euro en punten in mindering,” legde hij uit. “De KNVB ziet dit terecht als een frauduleuze handeling. En dat kan leiden tot forse sancties en zelfs schorsingen van verantwoordelijken binnen een club.” Hij haalde een voorbeeld aan van zo’n tien jaar geleden, toen ook de jongste jeugd nog met standen en uitslagen werkte. “Bij een wedstrijd van de F-pupillen werd bewust een fictieve uitslag ingevoerd zodat ze kampioen werden. Het bestuurslid dat verantwoordelijk was, werd geschorst. Hij stond niet eens zelf langs de lijn, maar was wel eindverantwoordelijk. Dat zegt genoeg over hoe serieus dit wordt genomen.” Toch hoor je op en rond de velden vaak dezelfde roep: “De KNVB moet strenger zijn.”
Volgens deze wedstrijdsecretaris is dat een misplaatst verwijt. “Nee, zeker niet,” zei hij stellig. “De bond is niet het probleem. De clubs zijn dat. En geloof me: het zijn altijd dezelfde clubs waar de problemen vandaan komen.” Volgens hem zit de kern van het probleem bij kleine verenigingen die structureel te veel teams inschrijven in verhouding tot het aantal beschikbare spelers. “Op papier lijkt het mooi. In de praktijk kom je spelers tekort. En dan ontstaat er een mentaliteitsprobleem.”
Spelers hebben andere prioriteiten: weekendjes weg, festivals. “En uiteindelijk moet een wedstrijdsecretaris van een club die zijn zaken wél op orde heeft maar meebuigen. Alsof dat normaal is.” Maar hij weigert dat te doen. “Ik ken meerdere wedstrijdsecretarissen die daar net zo in staan als ik. Wij werken daar niet aan mee. Regels zijn er niet voor de sier.” Zijn conclusie was helder en misschien confronterend: “Het begint allemaal bij de clubs. Niet bij de bond. Zolang verenigingen blijven wegkijken, blijven inschrijven wat niet haalbaar is en verantwoordelijkheid afschuiven, verandert er niets. En dat is zonde, want het amateurvoetbal verdient beter.”