Wedstrijden die nooit zijn gespeeld, maar wel bestaan
Je zal maar gevraagd worden om op een zondag scheidsrechter te zijn. De voorbereiding is gedaan, de agenda vrijgemaakt. En dan blijkt dat de wedstrijd geen doorgang vindt: te weinig spelers. Vervelend, maar helder. Totdat je later die dag een melding op je telefoon krijgt. De wedstrijd is officieel vastgelegd, inclusief eindstand. En jij staat geregistreerd als scheidsrechter. Alleen: de wedstrijd is nooit gespeeld. Jij weet van niets. Maar op papier is alles keurig afgehandeld. Dit was wat ik enkele weken nogmaals van een ex-clubscheidsrechter hoorde en waar ik dus even op terug wil komen.

Het is namelijk een ervaring die mij terugbracht naar ruim tien jaar geleden. In die periode was De Oostermoer, in het noorden van Drenthe, nog een abonneekrant. Naast mijn werkzaamheden voor de Ommelander Courant deed ik toen ook interviews en wedstrijdverslagen voor die krant. Op een dag werd ik gebeld door een wedstrijdsecretaris met de woorden: “Johan, ik heb een wel heel bijzonder onderwerp voor een artikel.”
Wat bleek? Deze wedstrijdsecretaris was gaan spitten in een competitie van een lager seniorenteam van zijn club. Niet zomaar, maar omdat hij al langere tijd het gevoel had dat er iets niet klopte. Het competitieverloop rammelde. Dat gevoel werd gevoed door geruchten die al langer rondgingen in het amateurvoetbal: er zou in deze klasse worden ‘gesjoemeld’ met wedstrijden. Duels die officieel waren gespeeld, maar die op het veld nooit hadden plaatsgevonden.
Al snel werd duidelijk hoe groot het probleem was. Alleen al in de onderzochte competitie ging het om totaal twintig wedstrijden. Twintig duels die keurig in de boeken stonden maar die in werkelijkheid nooit waren gespeeld. Het team van de club waar deze man zelf wedstrijdsecretaris was, hoorde daar niet bij. Hij werkte principieel niet mee aan dit soort praktijken.
Die integriteit kwam hem duur te staan. De reacties uit de voetbalwereld waren fel. Scheldkanonnades, verontwaardiging en dreigende opmerkingen waren aan de orde van de dag. Wie de waarheid blootlegt, blijkt in het amateurvoetbal zelden op applaus te kunnen rekenen.
Ik schreef destijds een uitgebreid artikel voor De Oostermoer, dat ook werd doorgestuurd naar de KNVB. De reactie van de bond was logisch en op papier correct: wanneer clubs eerlijk aangeven dat er sprake is van een TNO (thuisclub niet opgekomen) of BNO (bezoekers niet opgekomen), kan de KNVB maatregelen nemen.
Maar precies dáár zit het probleem. Veel verenigingen en officials durven die eerlijkheid niet meer te betrachten. Niemand zit te wachten op bedreigingen, eindeloze discussies of langdurige conflicten met andere clubs. Zeker niet in de lagere klassen, waar iedereen elkaar kent en rivaliteit soms ongezonde vormen aanneemt. De makkelijkste weg is dan ‘creatief’ omgaan met de werkelijkheid.
Dat creatieve omgaan met de werkelijkheid heeft alles te maken met een structureel probleem in het amateurvoetbal. Te veel clubs denken dat je met minder dan veertig volwaardige seniorenspelers probleemloos twee seniorenteams kunt laten draaien. Dat is een illusie. Dat was ruim tien jaar geleden niet zo en dat is het nog steeds niet.
Blessures, werk, een weekendje weg, een festival, familie-uitjes of simpelweg geen zin: het zijn factoren die elke week opnieuw hun tol eisen. Per team heb je eigenlijk minimaal twintig spelers nodig om een seizoen normaal door te komen. En zelfs dan kan het zijn dat men moet puzzelen.
Een tijdje terug stond ik nog op een sportcomplex waar een bestuurslid, zelf speler van het tweede elftal, volledig leegliep. “Op papier hebben we 29 spelers,” zei hij, “maar vandaag stonden we met elf man op het veld. Achttien spelers hadden andere ‘verplichtingen’.” Hij voegde er cynisch aan toe: “Misschien is het voor sommige spelers handig om op vrijdagavond wat minder te zuipen, zodat ze op zaterdag wel aanwezig kunnen zijn.”
Het zijn harde woorden, maar ze zullen binnen veel verenigingen herkenbaar zijn. Sommige clubs blijven zich hiertegen verzetten en proberen normen te stellen. Andere berusten erin. Ze accepteren dat spelers steeds vaker laten zien dat voetbal slechts hun hobby is wanneer het hen uitkomt waarbij de derde helft favoriet is
En dan komen we weer terug bij de wedstrijden die alleen op papier bestaan. Ik durf te stellen dat men zich bij de KNVB kapot zou schrikken als men werkelijk wist hoe vaak dit gebeurt. Alleen al in district Noord, en zeker na de winterstop wanneer de spoeling dunner wordt, speelt dit zich ieder weekend af.
Na ruim zeventien seizoenen langs de velden en talloze bezoeken aan verenigingen leer je de wedstrijdsecretarissen kennen. Eén van hen vertelde mij onlangs dat het ook in district Noord schering en inslag is. “Alleen al in de lagere klassen van het seniorenvoetbal moet je denken aan zeker dertig wedstrijden per weekend die alleen maar op papier worden gespeeld,” zei hij. “En het gaat daarbij soms om grote clubs die daar gewoon aan meewerken.”
Dertig duels per weekend. Dat zijn geen incidenten meer, dat is een structureel probleem. De voetbalwereld mag dan in de hogere regionen zijn aangetast door het grote geld, maar in de diepste spelonken van het amateurvoetbal wordt het spel om zeep geholpen door spelers, leiders en bestuurders die nooit meer moeten zeggen dat voetbal hun hobby is. Want als dat zo was, dan zouden ze er ook naar handelen.

Het is namelijk een ervaring die mij terugbracht naar ruim tien jaar geleden. In die periode was De Oostermoer, in het noorden van Drenthe, nog een abonneekrant. Naast mijn werkzaamheden voor de Ommelander Courant deed ik toen ook interviews en wedstrijdverslagen voor die krant. Op een dag werd ik gebeld door een wedstrijdsecretaris met de woorden: “Johan, ik heb een wel heel bijzonder onderwerp voor een artikel.”
Wat bleek? Deze wedstrijdsecretaris was gaan spitten in een competitie van een lager seniorenteam van zijn club. Niet zomaar, maar omdat hij al langere tijd het gevoel had dat er iets niet klopte. Het competitieverloop rammelde. Dat gevoel werd gevoed door geruchten die al langer rondgingen in het amateurvoetbal: er zou in deze klasse worden ‘gesjoemeld’ met wedstrijden. Duels die officieel waren gespeeld, maar die op het veld nooit hadden plaatsgevonden.
Al snel werd duidelijk hoe groot het probleem was. Alleen al in de onderzochte competitie ging het om totaal twintig wedstrijden. Twintig duels die keurig in de boeken stonden maar die in werkelijkheid nooit waren gespeeld. Het team van de club waar deze man zelf wedstrijdsecretaris was, hoorde daar niet bij. Hij werkte principieel niet mee aan dit soort praktijken.
Die integriteit kwam hem duur te staan. De reacties uit de voetbalwereld waren fel. Scheldkanonnades, verontwaardiging en dreigende opmerkingen waren aan de orde van de dag. Wie de waarheid blootlegt, blijkt in het amateurvoetbal zelden op applaus te kunnen rekenen.
Ik schreef destijds een uitgebreid artikel voor De Oostermoer, dat ook werd doorgestuurd naar de KNVB. De reactie van de bond was logisch en op papier correct: wanneer clubs eerlijk aangeven dat er sprake is van een TNO (thuisclub niet opgekomen) of BNO (bezoekers niet opgekomen), kan de KNVB maatregelen nemen.
Maar precies dáár zit het probleem. Veel verenigingen en officials durven die eerlijkheid niet meer te betrachten. Niemand zit te wachten op bedreigingen, eindeloze discussies of langdurige conflicten met andere clubs. Zeker niet in de lagere klassen, waar iedereen elkaar kent en rivaliteit soms ongezonde vormen aanneemt. De makkelijkste weg is dan ‘creatief’ omgaan met de werkelijkheid.
Dat creatieve omgaan met de werkelijkheid heeft alles te maken met een structureel probleem in het amateurvoetbal. Te veel clubs denken dat je met minder dan veertig volwaardige seniorenspelers probleemloos twee seniorenteams kunt laten draaien. Dat is een illusie. Dat was ruim tien jaar geleden niet zo en dat is het nog steeds niet.
Blessures, werk, een weekendje weg, een festival, familie-uitjes of simpelweg geen zin: het zijn factoren die elke week opnieuw hun tol eisen. Per team heb je eigenlijk minimaal twintig spelers nodig om een seizoen normaal door te komen. En zelfs dan kan het zijn dat men moet puzzelen.
Een tijdje terug stond ik nog op een sportcomplex waar een bestuurslid, zelf speler van het tweede elftal, volledig leegliep. “Op papier hebben we 29 spelers,” zei hij, “maar vandaag stonden we met elf man op het veld. Achttien spelers hadden andere ‘verplichtingen’.” Hij voegde er cynisch aan toe: “Misschien is het voor sommige spelers handig om op vrijdagavond wat minder te zuipen, zodat ze op zaterdag wel aanwezig kunnen zijn.”
Het zijn harde woorden, maar ze zullen binnen veel verenigingen herkenbaar zijn. Sommige clubs blijven zich hiertegen verzetten en proberen normen te stellen. Andere berusten erin. Ze accepteren dat spelers steeds vaker laten zien dat voetbal slechts hun hobby is wanneer het hen uitkomt waarbij de derde helft favoriet is
En dan komen we weer terug bij de wedstrijden die alleen op papier bestaan. Ik durf te stellen dat men zich bij de KNVB kapot zou schrikken als men werkelijk wist hoe vaak dit gebeurt. Alleen al in district Noord, en zeker na de winterstop wanneer de spoeling dunner wordt, speelt dit zich ieder weekend af.
Na ruim zeventien seizoenen langs de velden en talloze bezoeken aan verenigingen leer je de wedstrijdsecretarissen kennen. Eén van hen vertelde mij onlangs dat het ook in district Noord schering en inslag is. “Alleen al in de lagere klassen van het seniorenvoetbal moet je denken aan zeker dertig wedstrijden per weekend die alleen maar op papier worden gespeeld,” zei hij. “En het gaat daarbij soms om grote clubs die daar gewoon aan meewerken.”
Dertig duels per weekend. Dat zijn geen incidenten meer, dat is een structureel probleem. De voetbalwereld mag dan in de hogere regionen zijn aangetast door het grote geld, maar in de diepste spelonken van het amateurvoetbal wordt het spel om zeep geholpen door spelers, leiders en bestuurders die nooit meer moeten zeggen dat voetbal hun hobby is. Want als dat zo was, dan zouden ze er ook naar handelen.