Ben ik nu zo slim of zijn jullie zo dom?
Het was Louis van Gaal die in 1996 met zijn inmiddels legendarische uitval richting de toen nog journalist en later technisch directeur Ted van Leeuwen de voetbalwereld een zin schonk die tot op de dag van vandaag blijft hangen: “Ben ik zo slim of jij zo dom?”
Een uitspraak die Van Gaal in zijn verdere loopbaan vaker zou achtervolgen, maar dat terzijde.

Diezelfde vraag dringt zich anno 2026 opnieuw op. Niet in de context van tactiek, wisselbeleid of mediagedrag, maar in iets wat vele malen fundamenteler is: de manier waarop wij omgaan met kinderen van zeven jaar en jonger binnen het jeugdvoetbal.Want ook voor deze jonge voetballers in onze regio begint de derde reeks,in de wandelgangen ook de voorjaarsreeks genoemd , op zaterdag 24 januari 2026. Een datum waarvan ik zonder enige twijfel stel: je mag kinderen van zeven jaar en jonger dan simpelweg nog niet het veld opsturen.
Doe je dat als club wel, dan ben je niet slim. Sterker nog: dan ben je dom. En niet omdat het niet anders kan, maar juist omdat het wél anders kan.
We hebben het hier niet over volwassen amateurs die bewust kiezen om bij windkracht zes en een gevoelstemperatuur van min vijf negentig minuten over een bevroren grasmat te harken. Dit gaat niet over doorzettingsvermogen, karakter of ‘mentaliteit’.
We hebben het over kinderen die nog bezig zijn met leren wat links en rechts is. Kinderen die soms hun veters nog niet eens zelf kunnen strikken. Kinderen voor wie voetbal in de eerste plaats plezier, beweging en beleving zou moeten zijn.
En toch sturen we ze in januari massaal naar buiten.
Naar kille sportparken.
Naar halfbevroren of keiharde velden.
Naar trainers die met handschoenen en muts langs de lijn staan.
En naar ouders die zich hardop afvragen waar ze in vredesnaam aan begonnen zijn.
En dat alles omdat “het schema het zo zegt”.
Omdat “de KNVB het zo heeft ingepland”.
Omdat “het nu eenmaal zo hoort”.
Maar sinds wanneer is je verstand uitzetten onderdeel van jeugdbeleid?
Sinds wanneer is volgen belangrijker geworden dan nadenken?
Sinds wanneer is gemak een betere raadgever dan gezond verstand?
In plaats van blind te doen wat er op papier staat, zou je ook iets anders kunnen doen. Iets wat wél getuigt van visie, liefde voor het spel en verantwoordelijkheid richting kinderen.
Ga inventariseren.
Kijk welke clubs in het verspreidingsgebied van de Ommelander Courant een JO7-team hebben.
Ga met elkaar om tafel., Leg contact, stem af, werk samen. Maak samen een schema voor een zaalcompetitie. Geen competitie met uitslagen, standen en lijstjes. Geen prestatiedruk, geen rangorde, geen ‘kampioenen’. Maar gewoon: lekker voetballen. Rennen. Lachen. Spelen.
In een warme, veilige omgeving. In een periode waarin je met kinderen van deze leeftijd niet buiten móét willen voetballen.
Dit is geen revolutionair idee. Dit is geen onhaalbare droom. Dit is geen ingewikkeld beleidsstuk van vijftig pagina’s met bijlagen. Dit bestond al.
Uit mijn tijd als jeugdtrainer van het team waarin mijn dochter Saskia speelde, was dit geen discussiepunt. In de winter gingen we de zaal in. Punt. De kosten waren laag, zoals het hoort in de daluren ,en de beleving voor de kinderen was hoog. Geen koude tenen, geen tranende ogen, geen zeurende ouders langs de kant. Iedereen blij. Zo simpel kan het zijn. Maar daar zit precies de crux.
Alles staat of valt met beleving. Met liefde voor het jeugdvoetbal.
Niet omdat het moet.
Niet omdat het in een schema past.
Maar omdat je snapt waar je mee bezig bent.
En juist daar gaat het vandaag de dag te vaak mis.
Te veel jeugdtrainers en leiders zijn uitvoerders geworden in plaats van opvoeders. Ze draaien hun programma af, zetten hun pionnen neer, vinken hun aanwezigheid af en gaan weer naar huis. Er wordt georganiseerd, gepland en gereguleerd, maar zelden nog écht nagedacht.
Het systeem draait.
Maar het hart klopt niet meer.
Wat je geeft, krijg je terug. Zo heb ik het altijd ervaren in het jeugdvoetbal.
Aandacht levert betrokkenheid op.
Plezier levert ontwikkeling op.
Warmte levert loyaliteit op.
Maar wat zie je bij de huidige generatie leiders en trainers steeds vaker?
Ze geven niets extra’s.
Geen stap meer dan nodig.
Geen creativiteit.
Geen lef om af te wijken van de gebaande paden.
En laten we eerlijk zijn: ook beleidsbepalers dragen hierin een forse verantwoordelijkheid. Het gemak waarmee jonge kinderen in januari en februari nog altijd buiten worden ingepland, zegt alles over hoe ver sommige besluitvormers inmiddels verwijderd zijn van de praktijk. Van het kind. Van het spel.
Jeugdvoetbal is een maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Dus ja, dan komt die vraag vanzelf weer bovendrijven:
Ben ik nu zo slim, of zijn jullie zo dom?
Want wie kinderen van zeven jaar en jonger in de winter de kou instuurt terwijl er betere, warmere en leukere alternatieven zijn, maakt geen vergissing.
Die maakt een keuze. En dat is misschien wel het pijnlijkste van alles.
Een uitspraak die Van Gaal in zijn verdere loopbaan vaker zou achtervolgen, maar dat terzijde.

Diezelfde vraag dringt zich anno 2026 opnieuw op. Niet in de context van tactiek, wisselbeleid of mediagedrag, maar in iets wat vele malen fundamenteler is: de manier waarop wij omgaan met kinderen van zeven jaar en jonger binnen het jeugdvoetbal.Want ook voor deze jonge voetballers in onze regio begint de derde reeks,in de wandelgangen ook de voorjaarsreeks genoemd , op zaterdag 24 januari 2026. Een datum waarvan ik zonder enige twijfel stel: je mag kinderen van zeven jaar en jonger dan simpelweg nog niet het veld opsturen.
Doe je dat als club wel, dan ben je niet slim. Sterker nog: dan ben je dom. En niet omdat het niet anders kan, maar juist omdat het wél anders kan.
We hebben het hier niet over volwassen amateurs die bewust kiezen om bij windkracht zes en een gevoelstemperatuur van min vijf negentig minuten over een bevroren grasmat te harken. Dit gaat niet over doorzettingsvermogen, karakter of ‘mentaliteit’.
We hebben het over kinderen die nog bezig zijn met leren wat links en rechts is. Kinderen die soms hun veters nog niet eens zelf kunnen strikken. Kinderen voor wie voetbal in de eerste plaats plezier, beweging en beleving zou moeten zijn.
En toch sturen we ze in januari massaal naar buiten.
Naar kille sportparken.
Naar halfbevroren of keiharde velden.
Naar trainers die met handschoenen en muts langs de lijn staan.
En naar ouders die zich hardop afvragen waar ze in vredesnaam aan begonnen zijn.
En dat alles omdat “het schema het zo zegt”.
Omdat “de KNVB het zo heeft ingepland”.
Omdat “het nu eenmaal zo hoort”.
Maar sinds wanneer is je verstand uitzetten onderdeel van jeugdbeleid?
Sinds wanneer is volgen belangrijker geworden dan nadenken?
Sinds wanneer is gemak een betere raadgever dan gezond verstand?
In plaats van blind te doen wat er op papier staat, zou je ook iets anders kunnen doen. Iets wat wél getuigt van visie, liefde voor het spel en verantwoordelijkheid richting kinderen.
Ga inventariseren.
Kijk welke clubs in het verspreidingsgebied van de Ommelander Courant een JO7-team hebben.
Ga met elkaar om tafel., Leg contact, stem af, werk samen. Maak samen een schema voor een zaalcompetitie. Geen competitie met uitslagen, standen en lijstjes. Geen prestatiedruk, geen rangorde, geen ‘kampioenen’. Maar gewoon: lekker voetballen. Rennen. Lachen. Spelen.
In een warme, veilige omgeving. In een periode waarin je met kinderen van deze leeftijd niet buiten móét willen voetballen.
Dit is geen revolutionair idee. Dit is geen onhaalbare droom. Dit is geen ingewikkeld beleidsstuk van vijftig pagina’s met bijlagen. Dit bestond al.
Uit mijn tijd als jeugdtrainer van het team waarin mijn dochter Saskia speelde, was dit geen discussiepunt. In de winter gingen we de zaal in. Punt. De kosten waren laag, zoals het hoort in de daluren ,en de beleving voor de kinderen was hoog. Geen koude tenen, geen tranende ogen, geen zeurende ouders langs de kant. Iedereen blij. Zo simpel kan het zijn. Maar daar zit precies de crux.
Alles staat of valt met beleving. Met liefde voor het jeugdvoetbal.
Niet omdat het moet.
Niet omdat het in een schema past.
Maar omdat je snapt waar je mee bezig bent.
En juist daar gaat het vandaag de dag te vaak mis.
Te veel jeugdtrainers en leiders zijn uitvoerders geworden in plaats van opvoeders. Ze draaien hun programma af, zetten hun pionnen neer, vinken hun aanwezigheid af en gaan weer naar huis. Er wordt georganiseerd, gepland en gereguleerd, maar zelden nog écht nagedacht.
Het systeem draait.
Maar het hart klopt niet meer.
Wat je geeft, krijg je terug. Zo heb ik het altijd ervaren in het jeugdvoetbal.
Aandacht levert betrokkenheid op.
Plezier levert ontwikkeling op.
Warmte levert loyaliteit op.
Maar wat zie je bij de huidige generatie leiders en trainers steeds vaker?
Ze geven niets extra’s.
Geen stap meer dan nodig.
Geen creativiteit.
Geen lef om af te wijken van de gebaande paden.
En laten we eerlijk zijn: ook beleidsbepalers dragen hierin een forse verantwoordelijkheid. Het gemak waarmee jonge kinderen in januari en februari nog altijd buiten worden ingepland, zegt alles over hoe ver sommige besluitvormers inmiddels verwijderd zijn van de praktijk. Van het kind. Van het spel.
Jeugdvoetbal is een maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Dus ja, dan komt die vraag vanzelf weer bovendrijven:
Ben ik nu zo slim, of zijn jullie zo dom?
Want wie kinderen van zeven jaar en jonger in de winter de kou instuurt terwijl er betere, warmere en leukere alternatieven zijn, maakt geen vergissing.
Die maakt een keuze. En dat is misschien wel het pijnlijkste van alles.