Hesjes tijdens een amateurvoetbalwedstrijd: de schande van het weekend
Het was weer zo’n weekend. Zo’n weekend waarin je hoopt op een potje amateurvoetbal, op nat gras, op moddergeur, op spelers die te laat zijn omdat ze nog snel een broodje bal moesten scoren. Maar dit weekend bracht iets anders. Iets dat de grenzen van het toelaatbare tartte. Iets wat elke voetballiefhebber met een greintje gevoel naar adem doet happen: het dragen van hesjes tijdens een officiële wedstrijd.

Laat ik jullie meenemen naar zaterdag. Een ontspannen rondje met Bietsj, het soort weekendwandeling waarbij je normaal alleen schrikt van een uit het water opspringende vis of een te hard racende E-biker. Maar nee hoor. Opeens schrok ik van twee teams in het wit. Dat is al onhandig. Maar de oplossing? Het thuisteam had zichzelf getransformeerd tot een brigade verkeersregelaars. Oranje hesjes over de shirts. Alsof de aanvaller elk moment het verkeer moest gaan staan regelen. En ik, sportkledingfanaat in hart en nieren, stond erbij en keek ernaar. Gillend gek van binnen. Want een tenue moet bij mij altijd kloppen. Altijd. Punt.
Op maandag ging het verder. Ik scrol wat gedachteloos door mijn telefoon. Nietsvermoedend. En dan: foto’s van een duel met als eindstand 1–7. Een uitslag die al pijn doet, maar volledig verklaarbaar bleek toen ik de beelden zag. De thuisploeg droeg blauwe hesjes over het iconische rood-wit. Blauwe. Hesjes. Over dat prachtige shirt dat al decennia over de Groninger voetbalvelden dartelt. Alsof de reservebank in de warming-up per ongeluk het veld op was gestuurd.
Als sportkledingfreak doet zoiets bij mij meer pijn dan een natrappende spits op zondagmorgen om half elf. Dit is armoe. Dit is pure kledingschande. Dit is amateurvoetbal op z’n allerlelijkst. En dan die kleurcombinatie. Rood, wit, blauw. Alsof Wimpie van Oranje en Máxima Argentina incognito het duel kwamen vereren met een verrassingsbezoek. De tegenstander moet gedacht hebben dat het koningspaar zelf als gelegenheidsduo de aftrap zou verrichten. Maar nee. De Oranjes waren elders. De hesjes waren simpelweg... de vervangers van de reserveshirts die er dus niet waren.
Geen reserveshirts. In 2025. Bij een club met meerdere elftallen, een eigen complex, een kantine, vrijwilligers en sponsors. Geen reserveshirts… maar waarschijnlijk wel een TV in de kantine waarop de samenvattingen van de duels in de eredivisie drie keer per uur voorbij komen en de stand nooit veranderd. Prioriteiten, noemen ze dat dan. En daar gaat mijn bloeddruk, ondanks mijn medicatie, van omhoog.
Want laten we eerlijk zijn: het is toch te triest voor woorden dat je als vereniging liever een flatscreen ophangt dan dat je zorgt dat je teams in fatsoenlijke reserveshirts het veld op kunnen? Een basisvoorziening. Een must. Een teken van respect voor de sport. Maar blijkbaar niet belangrijk genoeg. Laat de spelers dan maar in hesjes het veld op, joh. Alsof we een recreatief potje trefbal spelen op kamp. Ik hoor de jeugdteams al. “Jeetje, die kneuzen hebben niet eens een reserveshirt.” En wie kan het ze kwalijk nemen? Kinderen zijn hard. Maar eerlijk. Meedogenloos eerlijk. En als je dan als club aankomt met fluorescerend oranje of knalblauw dat meer wegheeft van een bouwplaats dan van een voetbalveld, dan wek je het hoongelach niet alleen op, je verdient het als club nog ook.
En dan hebben we de senioren nog. Die tegenstanders lachen zich helemaal suf. Die zien een team in hesjes en voelen zich meteen winnaar voordat de bal überhaupt gerold heeft. Je kunt het ze niet eens kwalijk nemen. Het straalt namelijk een gebrek aan organisatie uit. Amateurisme in de puurste vorm. En dát is misschien nog wel erger dan rondlopen in de kleuren van de Nederlandse vlag alsof je zojuist een Koningsdagmarkt hebt opgeruimd.
Maar het allerschrijnendst? Het is helemaal niet nodig. Want het bestáát: goedkope, kwalitatief prima reserveshirts. Sterker nog, op kwd.nl liggen ze praktisch voor het oprapen. Voor prijzen waar je beter niet hardop over praat, want dan ga je twijfelen waarom clubs dat nog steeds niet geregeld hebben. Je kunt daar shirts laten bedrukken, ontwerpen, vormgeven alsof je zelf bij een profclub in de materiaalruimte staat. Maar nee. Een hesje vol statische elektriciteit doet het blijkbaar ook. Hesjes horen in de warming-up. Hesjes horen op training. Hesjes horen niet – en ik herhaal: niet – op het veld in een officiële wedstrijd. Als je als club het logo met trots op je borst draagt, draag dan ook de verantwoordelijkheid om spelers in een waardig tenue het veld op te sturen. Dus ja, dit is een schande. Een regelrechte schande. Een aanklacht ook. Aan alle clubs die dit nog steeds laten gebeuren: fix het. Koop reserveshirts. Investeer niet in beeldschermen, maar in het aanzien van je club. Stop met amateurisme binnen het amateurvoetbal!!

Laat ik jullie meenemen naar zaterdag. Een ontspannen rondje met Bietsj, het soort weekendwandeling waarbij je normaal alleen schrikt van een uit het water opspringende vis of een te hard racende E-biker. Maar nee hoor. Opeens schrok ik van twee teams in het wit. Dat is al onhandig. Maar de oplossing? Het thuisteam had zichzelf getransformeerd tot een brigade verkeersregelaars. Oranje hesjes over de shirts. Alsof de aanvaller elk moment het verkeer moest gaan staan regelen. En ik, sportkledingfanaat in hart en nieren, stond erbij en keek ernaar. Gillend gek van binnen. Want een tenue moet bij mij altijd kloppen. Altijd. Punt.
Op maandag ging het verder. Ik scrol wat gedachteloos door mijn telefoon. Nietsvermoedend. En dan: foto’s van een duel met als eindstand 1–7. Een uitslag die al pijn doet, maar volledig verklaarbaar bleek toen ik de beelden zag. De thuisploeg droeg blauwe hesjes over het iconische rood-wit. Blauwe. Hesjes. Over dat prachtige shirt dat al decennia over de Groninger voetbalvelden dartelt. Alsof de reservebank in de warming-up per ongeluk het veld op was gestuurd.
Als sportkledingfreak doet zoiets bij mij meer pijn dan een natrappende spits op zondagmorgen om half elf. Dit is armoe. Dit is pure kledingschande. Dit is amateurvoetbal op z’n allerlelijkst. En dan die kleurcombinatie. Rood, wit, blauw. Alsof Wimpie van Oranje en Máxima Argentina incognito het duel kwamen vereren met een verrassingsbezoek. De tegenstander moet gedacht hebben dat het koningspaar zelf als gelegenheidsduo de aftrap zou verrichten. Maar nee. De Oranjes waren elders. De hesjes waren simpelweg... de vervangers van de reserveshirts die er dus niet waren.
Geen reserveshirts. In 2025. Bij een club met meerdere elftallen, een eigen complex, een kantine, vrijwilligers en sponsors. Geen reserveshirts… maar waarschijnlijk wel een TV in de kantine waarop de samenvattingen van de duels in de eredivisie drie keer per uur voorbij komen en de stand nooit veranderd. Prioriteiten, noemen ze dat dan. En daar gaat mijn bloeddruk, ondanks mijn medicatie, van omhoog.
Want laten we eerlijk zijn: het is toch te triest voor woorden dat je als vereniging liever een flatscreen ophangt dan dat je zorgt dat je teams in fatsoenlijke reserveshirts het veld op kunnen? Een basisvoorziening. Een must. Een teken van respect voor de sport. Maar blijkbaar niet belangrijk genoeg. Laat de spelers dan maar in hesjes het veld op, joh. Alsof we een recreatief potje trefbal spelen op kamp. Ik hoor de jeugdteams al. “Jeetje, die kneuzen hebben niet eens een reserveshirt.” En wie kan het ze kwalijk nemen? Kinderen zijn hard. Maar eerlijk. Meedogenloos eerlijk. En als je dan als club aankomt met fluorescerend oranje of knalblauw dat meer wegheeft van een bouwplaats dan van een voetbalveld, dan wek je het hoongelach niet alleen op, je verdient het als club nog ook.
En dan hebben we de senioren nog. Die tegenstanders lachen zich helemaal suf. Die zien een team in hesjes en voelen zich meteen winnaar voordat de bal überhaupt gerold heeft. Je kunt het ze niet eens kwalijk nemen. Het straalt namelijk een gebrek aan organisatie uit. Amateurisme in de puurste vorm. En dát is misschien nog wel erger dan rondlopen in de kleuren van de Nederlandse vlag alsof je zojuist een Koningsdagmarkt hebt opgeruimd.
Maar het allerschrijnendst? Het is helemaal niet nodig. Want het bestáát: goedkope, kwalitatief prima reserveshirts. Sterker nog, op kwd.nl liggen ze praktisch voor het oprapen. Voor prijzen waar je beter niet hardop over praat, want dan ga je twijfelen waarom clubs dat nog steeds niet geregeld hebben. Je kunt daar shirts laten bedrukken, ontwerpen, vormgeven alsof je zelf bij een profclub in de materiaalruimte staat. Maar nee. Een hesje vol statische elektriciteit doet het blijkbaar ook. Hesjes horen in de warming-up. Hesjes horen op training. Hesjes horen niet – en ik herhaal: niet – op het veld in een officiële wedstrijd. Als je als club het logo met trots op je borst draagt, draag dan ook de verantwoordelijkheid om spelers in een waardig tenue het veld op te sturen. Dus ja, dit is een schande. Een regelrechte schande. Een aanklacht ook. Aan alle clubs die dit nog steeds laten gebeuren: fix het. Koop reserveshirts. Investeer niet in beeldschermen, maar in het aanzien van je club. Stop met amateurisme binnen het amateurvoetbal!!