Waar is het straatvoetbal gebleven? De teloorgang van de jeugdopleiding begint op het trapveldje

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

 




Op vrijdagmiddag is het voor mij om 17.00 uur eigenlijk altijd tijd om de televisie aan te zetten voor het programma De Voetbalkantine, dat door ESPN wordt uitgezonden. Of ik daadwerkelijk blijf kijken, hangt meestal een beetje af van de gasten die aan tafel mogen aanschuiven. Maar afgelopen vrijdag was het gezelschap wat mij betreft prima en bleef ik zitten. Dat leverde mij niet alleen de nodige verbazing op, maar ook direct een flinke dosis herkenning. Want opeens waren het de gasten aan tafel die het hadden over de jeugdopleiding en dan met name over de onderbouw van het jeugdvoetbal.

515442054 24178173598489282 4981330284453131560 n 1 1

Volgens de aanwezige voetballers, oud-voetballers en een oud-trainer mankeert er nogal wat aan de manier waarop tegenwoordig met jonge voetballers wordt gewerkt. De voorbeelden van trainers die langs de lijn staan te schreeuwen, kinderen voortdurend vertellen wat ze moeten doen en ondertussen vergeten dat plezier de belangrijkste drijfveer moet zijn, klonken mij bijzonder bekend in de oren.

Ook het onderwerp extra trainen kwam voorbij. Het gericht oefenen op bepaalde onderdelen van het voetbal, zoals het nemen van vrije trappen, werd besproken. Iets wat bij de profs tegenwoordig steeds minder lijkt te gebeuren. De gasten spraken daar hun verbazing over uit en ik volgde het gesprek met volle aandacht. Want terwijl zij hun ervaringen uit de professionele voetbalwereld deelden, maakte ik in gedachten voortdurend de vertaalslag naar het amateurvoetbal en dan vooral naar het huidige jeugdvoetbal. Een onderdeel van het amateurvoetbal waar ik zelf behoorlijk wat mee heb, maar waarvan ik helaas steeds vaker het gevoel krijg dat het langzaam aan het verdwijnen is.
Want naast het feit dat steeds meer jeugdteams worden getraind door goedwillende vrijwilligers, die vaak met de beste bedoelingen op het veld staan maar niet altijd over de juiste kennis of ervaring beschikken, zie je ook iets anders gebeuren. De motivatie bij jeugdspelers om buiten de reguliere trainingen extra uren op een voetbalveld of op het trapveldje in het dorp door te brengen, lijkt steeds verder af te nemen.
Ik kan natuurlijk niet in alle dorpen binnen onze regio kijken, maar wanneer ik naar mijn eigen woonplaats Ezinge kijk, zijn voetballende kinderen op straat of op een veldje inmiddels ongeveer net zo zeldzaam als een ijsbeer op de stranden van Copacabana. En dat is jammer. Want juist daar, buiten de georganiseerde trainingen, werd vroeger een belangrijk gedeelte van de voetbalontwikkeling gevormd.

Wij voetbalden vroeger wanneer we maar konden. Na schooltijd, tijdens vakanties en soms tot het moment waarop onze ouders ons naar binnen riepen. Een doelpunt betekende een discussie over buitenspel, een overtreding leverde een woordenwisseling op en een vrije trap moest natuurlijk opnieuw worden genomen wanneer de bal niet helemaal goed lag. Niemand had een trainer nodig om te vertellen dat je een bal moest aannemen, een tegenstander moest passeren of een schot op doel moest oefenen. Dat deden we vanzelf. Omdat we het leuk vonden en omdat we steeds beter wilden worden.

Dat wij vroeger meer voetbalden dan de huidige generatie mag duidelijk zijn. Dat wij daardoor gemiddeld genomen ook meer technische vaardigheden ontwikkelden, is eveneens een constatering die moeilijk te ontkennen valt. Natuurlijk waren er toen ook spelers met meer techniek dan anderen. Niet iedereen werd een rasvoetballer en ook vroeger liepen er voldoende spelers rond die moeite hadden om een bal goed onder controle te krijgen. Maar het verschil zat hem  wel in de hoeveelheid uren die je met een bal bezig was. Uren waarin je zonder druk kon experimenteren, fouten mocht maken en opnieuw kon proberen. Je leerde voetballen zonder dat iemand voortdurend vertelde wat je moest doen.

Let wel, dit verhaal is absoluut geen verwijt aan de huidige generatie jeugdvoetballers. De tijden zijn veranderd en daarmee ook de interesses, mogelijkheden en prioriteiten van kinderen. Er zijn tegenwoordig tal van andere bezigheden die hun aandacht opeisen. De aantrekkingskracht van computers, telefoons, sociale media en andere sporten is groot. Dat is de realiteit en daar moeten we niet voortdurend met een nostalgische blik over klagen. Maar we mogen ons ondertussen wel afvragen wat we als voetbalwereld kunnen doen om de liefde voor het spel weer wat meer aan te wakkeren.

Want het probleem ligt niet uitsluitend bij de jeugdspelers. Ook binnen de begeleiding van jeugdteams valt nog voldoende winst te behalen. Een goede jeugdtrainer hoeft geen tactisch wonder te zijn en al helemaal geen schreeuwende oefenmeester die vanaf de zijlijn iedere beweging van zijn spelers corrigeert maar ze moeten de nodige handvaten krijgen!!

Kinderen moeten leren voetballen door te voetballen. Ze moeten fouten kunnen maken, zelf oplossingen bedenken en ontdekken wat wel en niet werkt. Natuurlijk is begeleiding daarbij belangrijk. Een goede trainer kan een wereld van verschil maken. Iemand die enthousiasme overbrengt, technische vaardigheden aanleert en vooral begrijpt dat een speler van acht jaar iets heel anders nodig heeft dan een speler van zestien.
Maar misschien moeten we ook weer wat meer aandacht besteden aan de basis. Een bal aannemen, passen, dribbelen, een tegenstander passeren en schieten. Het lijken vanzelfsprekende onderdelen van het voetbal, maar juist daarin wordt het verschil gemaakt.
En waarom zouden we kinderen niet stimuleren om daarnaast zelf extra te oefenen? Een kwartiertje vrije trappen nemen, een wedstrijdje één tegen één of gewoon een balletje trappen met vrienden. Niet omdat het moet, maar omdat het leuk is.

Dat laatste is misschien wel het belangrijkste. We moeten voorkomen dat jeugdvoetbal een verplicht nummer van een of twee keer trainen  wordt waarbij prestaties, uitslagen en verwachtingen belangrijker zijn dan het plezier in het spelletje. Want uiteindelijk begint de ontwikkeling van een voetballer niet bij een ingewikkelde oefenvorm of een tactisch strijdplan. Die begint bij een bal, een stukje gras en de behoefte om te voetballen.

Het amateurvoetbal heeft goede jeugdtrainers nodig, enthousiaste vrijwilligers en betrokken verenigingen. Maar het heeft vooral ook kinderen nodig die uit zichzelf naar buiten willen om een balletje te trappen.
Wanneer we die laatste ontwikkeling niet weten te keren, moeten we niet verbaasd zijn wanneer het niveau van hoog tot laag steeds verder achteruitgaat. Het gaat misschien niet met de snelheid van een Formule 1-auto, maar de achteruitgang is op verschillende momenten en niveaus wel degelijk zichtbaar. Misschien moeten we daarom niet alleen kijken naar wat er tijdens de trainingen gebeurt, maar vooral ook naar wat er daarbuiten níét meer gebeurt.