Misschien wel helemaal niets zeggen en de kinderen lekker laten voetballen

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

 

‘Misschien wel helemaal niets zeggen en de kinderen lekker laten voetballen.’ Dat was een opmerking die werd geplaatst als reactie op mijn artikel ‘Laat kinderen voetballen en vooral fouten maken’, dat ik voor www.puurvoetbalonline.nl schreef. Een korte opmerking, maar wel eentje die bij mij bleef hangen. Sterker nog, het was een opmerking waar ik vandaag opnieuw over nadacht. Want soms hoeft een boodschap helemaal niet ingewikkeld te zijn om toch precies de kern te raken.
logo

In de onderbouw van het jeugdvoetbal draait het namelijk niet om winnen, verliezen, kampioenschappen of de stand op de ranglijst. In die leeftijdscategorieën gaat het om plezier, ontwikkeling en het ontdekken van het voetbalspel. Kinderen moeten de kans krijgen om te ontdekken wat ze met een bal kunnen, hoe ze moeten samenwerken en hoe ze steeds beter worden in het spelletje dat ze zo leuk vinden. Meer is het eigenlijk niet. Toch lijkt dat voor een aantal volwassenen langs de lijn behoorlijk ingewikkeld te zijn.

Wie op een willekeurige zaterdagmorgen een rondje langs de voetbalvelden maakt, ziet regelmatig situaties waarvan je je kunt afvragen voor wie het jeugdvoetbal eigenlijk bedoeld is. Kinderen zijn aan het voetballen, maar ondertussen klinkt er vanaf de zijlijn een onafgebroken stroom aanwijzingen. ‘Speel af!’ ‘Schiet!’ ‘Naar voren!’ ‘Niet dribbelen!’ ‘Terug!’ En wanneer een kind vervolgens iets anders doet dan de volwassene had bedacht, volgt er vaak ook nog een afkeurende reactie. Maar waarom eigenlijk?

Waarom vinden volwassenen het zo moeilijk om kinderen gewoon hun gang te laten gaan? Waarom moet iedere actie worden voorzien van commentaar? En waarom denken we dat een kind beter gaat voetballen wanneer het tijdens een wedstrijd voortdurend wordt verteld wat het moet doen? Juist in de onderbouw zouden we daar eens wat kritischer naar mogen kijken.

Een kind dat met de bal aan de voet op een tegenstander afgaat, moet de ruimte krijgen om zelf een keuze te maken. Misschien lukt het om de tegenstander voorbij te spelen. Misschien raakt het kind de bal kwijt. Dat laatste is helemaal niet erg. Sterker nog, daar leert een kind van. De volgende keer probeert het misschien iets anders. Of juist hetzelfde, omdat het ervan overtuigd is dat het de volgende keer wel lukt. Dat heet ontwikkelen.

Wanneer een trainer, leider of ouder bij iedere actie roept wat een kind moet doen, neem je een stukje van dat leerproces weg. Het kind leert dan vooral luisteren naar wat een volwassene wil in plaats van zelf na te denken over wat er op het voetbalveld gebeurt. En dat is nu juist wat we niet moeten willen.

Natuurlijk heeft een trainer een belangrijke rol. Kinderen moeten op een leuke en begrijpelijke manier kennismaken met voetbal. Ze mogen leren hoe ze een bal aannemen, hoe ze passen en hoe ze samen kunnen spelen. Maar dat betekent niet dat een trainer tijdens een wedstrijd voortdurend als een soort afstandsbediening langs de lijn moet staan.

Een training is er om te oefenen. Een wedstrijd is vervolgens een prachtige gelegenheid om datgene wat kinderen hebben geleerd in de praktijk te brengen. Daarbij horen fouten. Veel fouten zelfs. Want wie nooit fouten mag maken, zal ook niet snel nieuwe dingen proberen. En laten we eerlijk zijn: welke volwassene maakt nooit fouten?

Toch zien we langs de lijn soms gedrag dat we bij diezelfde volwassenen waarschijnlijk niet zouden accepteren wanneer ze zelf op het voetbalveld zouden staan. Er wordt geschreeuwd, gemopperd en soms zelfs op een manier gereageerd waar kinderen zichtbaar last van hebben. Alsof er op zaterdagochtend een finale van een groot toernooi op het spel staat, terwijl het gewoon om een wedstrijdje in de onderbouw gaat.

Op veel sportcomplexen lijkt het soms een vrijgevochten bende tussen volwassenen. Mensen die zich zo laten meeslepen door een wedstrijdje jeugdvoetbal dat ze vergeten dat er kinderen op het veld staan. Kinderen die vooral plezier moeten hebben en die niet verantwoordelijk zijn voor de emoties, verwachtingen of ambities van de volwassenen langs de lijn.

Het wordt misschien tijd dat we onszelf eens terugzien op beeld. Niet om iemand publiekelijk aan de schandpaal te nagelen, maar om eens eerlijk naar ons eigen gedrag te kijken. Zouden we ons schamen wanneer we zien hoe we reageren op een verkeerde pass, een gemiste kans of een tegendoelpunt?

Ik vermoed dat er dan bij een aantal mensen toch even een moment van bezinning zou ontstaan. Want uiteindelijk moeten we ons één ding realiseren: het jeugdvoetbal is er voor de kinderen en niet voor de volwassenen.

Dat betekent dat we als trainers, leiders en ouders soms bewust een stap terug moeten doen. Niet iedere situatie vraagt om een aanwijzing. Niet iedere verkeerde keuze hoeft direct gecorrigeerd te worden. En niet iedere wedstrijd hoeft vanaf de eerste tot de laatste minuut begeleid te worden met aanwijzingen vanaf de zijlijn.

Soms is een glimlach voldoende. Nog vaker is een compliment op zijn plaats. En soms is helemaal niets zeggen misschien wel het beste wat je kunt doen.

Want soms help je kinderen het meest door ze gewoon hun gang te laten gaan.