Walking Football: de sport waarin iedereen wandelt, behalve wanneer de bal in de buurt is

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

 

We mogen niet rennen. Dat staat in de regels. Maar zodra de bal een beetje lekker voor de voeten rolt, veranderen veel keurige Walking Footballers in een Usain Bolt op voetbalschoenen. En daarna elkaar streng toespreken. Welkom in de wonderlijke wereld van de dubbele moraal.



515442054 24178173598489282 4981330284453131560 n 1 1

Er zijn sporten waarbij de spelregels duidelijk zijn. Bij schaken bijvoorbeeld. Je zet een paard niet ineens drie vakjes vooruit omdat je toevallig haast hebt. Bij tennis sla je de bal niet met je handen terug omdat je tegenstander even niet kijkt. En bij Walking Football mag je niet rennen. Tenminste, dat laatste is de bedoeling.

In de praktijk blijkt Walking Football een bijzondere sport te zijn. Een sport waarin wandelen verplicht is, behalve wanneer iemand een bal ziet liggen die mogelijk richting het doel kan worden gespeeld. Dan verdwijnt de wandelaar. Zijn plaats wordt ingenomen door een soort voetballende Max Verstappen, die plotseling ontdekt dat zijn benen nog uitstekend functioneren. En daarna wordt er gefloten. Niet door de scheidsrechter, maar door de spelers zelf. Vooral wanneer de tegenstander iets doet wat ze zelf vijf minuten eerder ook hebben gedaan.

Vrijdag reed ik langs de velden van vv Winsum. Op kunstgrasveld 2 waren de mannen heerlijk bezig. Er werd gevoetbald, gelachen en genoten. Prachtig om te zien. Mannen die op leeftijd zijn, maar nog altijd plezier beleven aan een balletje trappen. Daar is helemaal niets mis mee. Alleen had iemand kennelijk vergeten te vertellen dat het Walking Football was.

Ik zag spelers rennen. Met de bal, zonder de bal en soms met een overtuiging alsof de Champions League-finale op het punt stond te beginnen. Eén voetballer besloot zelfs om met de bal aan de voet richting het doel te dribbelen en vervolgens te scoren. Zijn ploeggenoten waren uitzinnig. Alsof Nederland zojuist wereldkampioen was geworden.

Ik miste alleen de confettikanonnen en een huldiging op het dorpsplein in Winsum. Een prachtig doelpunt? Absoluut. Maar Walking Football? Dat is toch een ander verhaal.

In Bedum hebben we namelijk regels. Bij de SV Bedum Oldstars proberen we die regels serieus te nemen. Hans, Jan en Klaas staan als scheidsrechters niet langs de lijn om het gras te bewonderen. Zij moeten erop toezien dat er volgens de afspraken wordt gespeeld. Rennen met de bal aan de voet is niet toegestaan. En wanneer iemand daar toch toe besluit, klinkt er een fluitsignaal. Dat is niet altijd gezellig en leuk. Maar regels zijn nu eenmaal niet bedacht om de gezelligheid van de overtreder te beschermen. Wat mij vooral verbaast, is de selectieve verontwaardiging binnen het Walking Football-wereldje. Wanneer een andere vereniging de regels overtreedt, staan de keurige sportrechters onmiddellijk klaar. Er wordt gewezen, gemopperd en gediscussieerd. Soms lijkt het alsof er een volledig parlementair onderzoek nodig is omdat iemand drie passen te veel heeft gezet.

Maar wanneer een eigen ploeggenoot met de bal aan de voet richting het doel sprint, verandert de situatie plotseling. Dan heet het enthousiasme. Fanatisme. En is het een mooi doelpunt. En soms heet het zelfs: ach, laat hem toch lekker voetballen. Dat laatste is natuurlijk een schitterende uitvinding. Vooral wanneer je zelf degene bent die de regels aan zijn voetbalschoenen heeft gelapt.

Op sociale media wordt het verschijnsel nog interessanter. Daar verschijnen regelmatig filmpjes van Walking Footballers die zich gedragen alsof ze nog twintig zijn. De bal wordt vooruit gespeeld, de speler zet aan, sprint erachteraan en juicht vervolgens alsof hij zojuist de winnende treffer in de Champions League heeft gemaakt. De reacties zijn prachtig. Hartjes, duimpjes en complimenten. Wat een snelheid! Wat een actie! Wat een doelpunt! Niemand die vraagt of het misschien ook Walking Football was.

Misschien moeten we de sport gewoon een nieuwe naam geven. Walking Football Deluxe. Walking Football met turbo. Of Seniorenvoetbal met een wandelstok als reserveonderdeel.

Begrijp me goed: ik gun iedereen zijn plezier. Sterker nog, ik vind het geweldig dat mensen op latere leeftijd nog samen kunnen sporten. De gezelligheid, de contacten, de beweging en de lach na afloop zijn misschien wel belangrijker dan de uitslag. Maar dan moeten we ook ophouden met toneelspelen.

Want ook binnen onze eigen SV Bedum Oldstars zijn we bepaald niet heilig. Afgelopen woensdag maakte een van onze scheidsrechters een opmerking die behoorlijk raak was. Ook bij ons wordt er soms te veel gerend wanneer de bal in de buurt van de voeten komt. En hij had gelijk.

Dat is misschien nog wel het belangrijkste van deze hele discussie. We moeten niet alleen kijken naar Winsum, GEO of welke andere vereniging dan ook. We moeten vooral naar onszelf kijken. Want het is nogal gemakkelijk om met een opgeheven wijsvinger langs de lijn te staan wanneer een ander een overtreding maakt, terwijl je eigen ploeggenoot ondertussen een sprint trekt waar een gemiddelde marathonloper jaloers op zou zijn.

Woensdag komt GEO uit Garmerwolde naar Bedum voor een toernooi. Daar gelden de regels zoals we die in Bedum hanteren. Prima. Dat is vooraf duidelijk en daar moet iedereen zich aan houden. Zo moeilijk kan dat toch niet zijn? Je maakt afspraken, je houdt je eraan en je accepteert dat een scheidsrechter soms fluit. Ook wanneer je net op weg bent naar een doelpunt dat je kleinkinderen nog jarenlang op verjaardagen hadden moeten aanhoren.

Zelf ben ik woensdag niet aanwezig. Een nadeel op 3 november kan een dag later zomaar een voordeel blijken door te zorgen voor een niet ontmoeting . Maar eerlijk gezegd heeft wat ik vrijdag in Winsum zag mijn enthousiasme over het Walking Football-wereldje opnieuw geen goed gedaan. Niet vanwege het voetballen. Niet vanwege de spelers. En zeker niet vanwege de gezelligheid. Wel vanwege het meten met twee maten.

Want wat is een regel nog waard wanneer die alleen geldt voor de tegenstander? Wat betekent fair play wanneer je zelf de scheidsrechter wilt zijn, maar je eigen overtredingen liever onder het tapijt schuift? En hoe serieus moeten we onze sport nemen wanneer we filmpjes delen van acties die we bij een andere vereniging onmiddellijk zouden afkeuren?

Misschien moeten we voortaan bij ieder toernooi twee scheidsrechters meenemen. Eén voor de tegenstander en één voor onze eigen ploeg. Of nog beter: een VAR. Dan kunnen we na afloop twintig minuten discussiëren over de vraag of iemand nu werkelijk heeft gerend of slechts bijzonder enthousiast heeft gewandeld.

Ik zie het al voor me. Een speler loopt met de bal aan de voet richting het doel. De scheidsrechter fluit. De speler protesteert. Zijn ploeggenoten protesteren mee. En uiteindelijk wordt besloten dat het geen rennen was, maar een versneld wandeltempo onder invloed van wedstrijdspanning. Prachtig toch, die sportiviteit?

Laten we het vooral niet ingewikkelder maken dan nodig. Walking Football is Walking Football. Daar horen afspraken bij. Die afspraken gelden voor iedereen. Voor Winsum, voor Bedum, voor GEO en voor alle andere verenigingen die deze sport beoefenen.

En wie vindt dat rennen eigenlijk best mag, moet misschien gewoon bij het gewone voetbal gaan spelen. Daar is ruimte genoeg om achter een bal aan te hollen. Desnoods met een ambulance langs de lijn.

Dus, Walking Footballers, stop eens met dat hypocriete gedoe. Kijk eerst naar je eigen voeten voordat je naar die van een ander wijst. Spreek elkaar aan, wees consequent en accepteer dat regels niet veranderen zodra je eigen ploeggenoot aan de bal is. Want het begint inmiddels een merkwaardige sport te worden. We noemen het Walking Football, we verbieden het rennen, we fluiten wanneer anderen rennen en we juichen wanneer onze eigen mensen rennen. En het mooiste? Na afloop hoor je dan , ik heb lekker gevoetbald.

Walking Football. De enige sport waarin je officieel niet mag rennen, maar waarin de hypocrisie ondertussen een wereldrecord loopt.