Licentiepunten in het amateurvoetbal: regels zijn er blijkbaar om te omzeilen

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

 

Het is en blijft een grijs gebied. Een gebied waarin list en bedrog soms hand in hand lijken te gaan. We hebben het over de licentiepunten voor trainers in de lagere regionen van het amateurvoetbal. Een onderwerp waarover binnen het amateurvoetbal regelmatig wordt gesproken, maar waarover tegelijkertijd opvallend veel wordt gezwegen. Want iedereen weet dat het speelt, iedereen kent de verhalen, maar als puntje bij paaltje komt, lijkt niemand precies te weten hoe de vork in de steel zit..
515442054 24178173598489282 4981330284453131560 n 1 1
Nu de jaarlijkse trainerscarrousel langzaam maar zeker weer op gang komt, beginnen de besturen van amateurverenigingen zich voorzichtig nerveus te maken. Vooral bij clubs die uitkomen in de vierde en vijfde klasse is de zoektocht naar een geschikte hoofdtrainer bepaald geen eenvoudige opgave. De beschikbare trainers liggen niet langer voor het oprapen en de spoeling wordt ieder seizoen dunner. Clubs moeten steeds meer moeite doen om iemand te vinden die niet alleen over de juiste papieren beschikt, maar ook bereid is om op een bescheiden niveau zijn vrije avonden en weekenden aan een voetbalvereniging te besteden.

Dat heeft verschillende oorzaken. De tijd waarin een vereniging uit een ruime keuze aan trainers kon putten, lijkt definitief voorbij. De eisen worden hoger, de vergoedingen spelen een rol en ook de verantwoordelijkheid die bij het trainerschap komt kijken, wordt niet door iedereen meer als vanzelfsprekend gezien. Daar komt nog eens het puntensysteem van de KNVB bij.

Laat ik vooropstellen: het is helemaal niet verkeerd dat de KNVB eisen stelt aan de trainers die bij verenigingen voor de groep staan. Integendeel. Een gediplomeerde trainer beschikt over bepaalde kennis en vaardigheden en kan daarmee een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van spelers en teams. Ook op het niveau van de vierde en vijfde klasse mag je verwachten dat er aandacht is voor opleiding, begeleiding en voetbalinhoudelijke ontwikkeling. Maar als je als bond regels opstelt, moet je er natuurlijk ook op toezien dat die regels worden nageleefd. En precies daar wringt de in mijn geval de NIKE-voetbalschoen.

Want wat heb je aan een systeem met licentiepunten wanneer de trainer die op papier verantwoordelijk is, in werkelijkheid nauwelijks bij de vereniging aanwezig is? De zogenoemde 'papieren trainer' is binnen het amateurvoetbal bepaald geen onbekend verschijnsel. Een trainer die zijn naam en diploma beschikbaar stelt, zodat een vereniging aan de verplichtingen voldoet, terwijl iemand anders in de praktijk de trainingen verzorgt en op de wedstrijddag de leiding heeft.

Het is een constructie die misschien op papier klopt, maar waarvan je je ernstig kunt afvragen of dit nu de bedoeling is van de regels die de KNVB heeft opgesteld. Een tijdje geleden schreef ook Modderpoel hier een mooie column over. En blijkbaar is het onderwerp nog altijd actueel.

Want laten we eerlijk zijn: als een vereniging een trainer aanstelt om aan de licentievoorwaarden te voldoen, mag je toch ook verwachten dat die trainer daadwerkelijk zijn verantwoordelijkheid neemt? Het kan toch niet de bedoeling zijn dat een diploma uitsluitend wordt gebruikt als toegangsbewijs om aan een verplichting te voldoen, terwijl de dagelijkse praktijk een heel ander verhaal vertelt? Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Niemand zal er bezwaar tegen hebben wanneer een trainer door ziekte of een blessure voor langere tijd niet in staat is om zijn werkzaamheden uit te voeren. In zo'n situatie moet er ruimte zijn voor een interne oplossing. Een assistent-trainer, een ervaren speler of iemand uit de eigen vereniging kan dan tijdelijk de werkzaamheden overnemen.

Daar mag de KNVB nooit moeilijk over doen. We hebben het immers over amateurvoetbal, waar vrijwilligerswerk, betrokkenheid en improvisatie nog altijd een belangrijke rol spelen. Niet iedere situatie laat zich vangen in een reglement en soms vraagt de praktijk om gezond verstand. Maar een tijdelijke noodoplossing is iets heel anders dan een constructie die bewust wordt opgezet om de regels te omzeilen. En juist dat onderscheid zou voor iedereen duidelijk moeten zijn.

Wat mij vooral tegenstaat, is de kennelijk verschillende manier waarop met deze regels wordt omgegaan. Bij de ene vereniging wordt streng gecontroleerd en wordt er weinig ruimte geboden voor uitzonderingen, terwijl bij een andere club blijkbaar de andere kant op wordt gekeken. Dat is niet alleen moeilijk uit te leggen, maar bovenal respectloos tegenover verenigingen die wel hun verantwoordelijkheid nemen.

Clubs die moeite doen om een gediplomeerde trainer aan te stellen, die daarvoor misschien diep in de buidel moeten tasten en die ervoor zorgen dat de betreffende trainer daadwerkelijk op het veld staat, mogen toch verwachten dat hun concurrenten aan dezelfde voorwaarden worden gehouden? Gelijke monniken, gelijke kappen. Dat zou toch het uitgangspunt moeten zijn.

En dan komen we automatisch uit bij een andere belangrijke schakel in dit verhaal: de scheidsrechter. Want ook daar ligt een verantwoordelijkheid. Voor aanvang van een wedstrijd worden spelerspassen en andere wedstrijdgegevens gecontroleerd. Maar hoe serieus wordt daarbij gekeken naar de aanwezigheid en de identiteit van de verantwoordelijke trainer? Wordt daadwerkelijk gecontroleerd wie er op de bank zit en of dat ook degene is die volgens de administratie van de KNVB als trainer staat geregistreerd? Of wordt er, zoals dat helaas vaker gebeurt, vooral gekeken of de administratie op het eerste gezicht in orde is, waarna iedereen zich op de wedstrijd kan richten? Ik wil daarmee niet alle scheidsrechters over één kam scheren. Zij doen hun werk doorgaans onder omstandigheden waarin waardering niet altijd vanzelfsprekend is. Bovendien ligt de primaire verantwoordelijkheid voor het naleven van de trainersregels uiteraard bij de vereniging en de KNVB. Maar controle heeft alleen zin wanneer die ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Een pasje controleren omdat het nu eenmaal op het lijstje staat, is iets anders dan controleren of de persoon die op het pasje staat ook daadwerkelijk de trainer is die zijn verantwoordelijkheid bij de vereniging vervult.

De KNVB kan prachtige reglementen opstellen, licentiepunten invoeren en verenigingen verplichtingen opleggen, maar zolang de controle onvoldoende is, blijft het dweilen met de kraan open. Dan creëer je een systeem waarin de goedwillende verenigingen zich aan de regels houden, terwijl anderen mogelijk op zoek gaan naar een achterdeur. En dat kan nooit de bedoeling zijn.

Het amateurvoetbal heeft al genoeg uitdagingen. Vrijwilligers zijn steeds moeilijker te vinden, trainers worden schaarser en besturen moeten alle zeilen bijzetten om hun vereniging draaiende te houden. Dan moet je als bond niet ook nog eens een situatie laten ontstaan waarin eerlijkheid en naleving van regels blijkbaar afhankelijk zijn van de vereniging waar je actief bent.

Mijn oproep aan de KNVB is dan ook simpel: zorg voor duidelijke regels, communiceer helder over uitzonderingen en controleer vervolgens bij alle verenigingen op dezelfde manier. Niet alleen wanneer er toevallig een klacht binnenkomt, maar structureel en zichtbaar. Want als een vereniging verplicht wordt om een gediplomeerde trainer aan te stellen, mag je ook verlangen dat deze trainer daadwerkelijk op het veld en op de bank aanwezig is.

En zolang de controle van trainerspassen niet serieus en consequent wordt uitgevoerd, blijft het een grijs gebied waarin de ene vereniging zich netjes aan de regels houdt en de andere mogelijk handig om de verplichtingen heen manoeuvreert. Misschien wordt het daarom tijd dat de KNVB niet alleen naar de licentiepunten kijkt, maar vooral naar de persoon achter het diploma. Want een trainer op papier is nog altijd geen trainer op het veld. En dat verschil zou in het amateurvoetbal toch voor iedereen duidelijk moeten zijn!