Twee keer afzeggen, de derde keer eruit: amateurvoetbal heeft geen gebrek aan regels, maar aan ruggengraat.
Er zijn van die uitspraken die blijven hangen. Niet omdat ze ingewikkeld zijn, niet omdat er een ingewikkeld beleidsplan aan ten grondslag ligt, maar juist omdat ze glashelder zijn. Deze week hoorde ik er weer zo een. ‘Twee keer als team afzeggen mag, maar bij een derde keer halen we jullie uit de competitie.’

Een bestuurslid van een voetbalvereniging sprak deze week deze woorden die aan alle leden was medegedeeld in aanloop naar een nieuw seizoen. Geen wollig verhaal, geen ingewikkelde voorwaarden en geen ontsnappingsroute voor wie achteraf toch liever een andere uitleg aan de gemaakte afspraken geeft. Gewoon duidelijkheid. Voor iedereen. En wat mij betreft een uitspraak waar menig voetbalbestuur een voorbeeld aan mag nemen.
Want laten we eerlijk zijn: het amateurvoetbal heeft inmiddels een probleem dat veel groter is dan een wedstrijd die op zaterdagmiddag niet doorgaat. Het heeft een probleem met verantwoordelijkheid, met mentaliteit en vooral met de bereidheid om elkaar nog ergens op aan te spreken. Wie zich inschrijft voor een competitie, kiest niet alleen voor een shirt, een kleedkamer en een wedstrijdje op zaterdag of zondag. Je kiest voor een verplichting. Een voetbalwedstrijd ontstaat namelijk niet vanzelf. Daarvoor moeten spelers komen opdagen, moeten begeleiders aanwezig zijn en moet de accommodatie klaarstaan En dan komt er ineens een afmelding.
Dat kan gebeuren. Blessures, ziekte, persoonlijke omstandigheden: niemand zal beweren dat een vereniging voor iedere onvoorziene situatie de deur dicht moet gooien. Voetbal is en blijft een amateursport, waarin mensen hun sport combineren met werk, studie en gezin. Maar er is een wezenlijk verschil tussen overmacht en structureel onvermogen om een team op de been te brengen.
Wie keer op keer niet genoeg spelers heeft, kan niet eindeloos doen alsof het probleem uit de lucht komt vallen. Op een gegeven moment moet je jezelf afvragen of je nog wel verantwoordelijkheid wilt dragen voor een plek in de competitie. Wie namelijk denkt dat een wedstrijd afzeggen uitsluitend een probleem is van de eigen vereniging, begrijpt kennelijk niet helemaal wat competitievoetbal inhoudt.
Juist daarom vind ik de aangekondigde maatregel niet alleen duidelijk, maar ook dapper. Twee keer afzeggen en bij de derde keer uit de competitie worden gehaald. Natuurlijk zullen er mensen zijn die onmiddellijk beginnen over uitzonderingen, omstandigheden en de vraag of zo'n maatregel niet te streng is. Maar waarom eigenlijk? Als een vereniging vooraf duidelijk maakt wat de gevolgen zijn, weet iedereen waar hij aan toe is. Spelers weten het. Leiders weten het. Het bestuur weet het zodat niemand achteraf vol overtuiging kan beweren dat de maatregel uit de lucht kwam vallen.
Het bestuur verschuilt zich niet achter eindeloze gesprekken en loze waarschuwingen, maar neemt verantwoordelijkheid voor de competitie én voor de andere verenigingen.
Dat is besturen. En ja, natuurlijk moet er ruimte blijven voor echte overmacht. Een uitzondering is iets anders dan een terugkerend probleem waarbij een team er kennelijk niet in slaagt voldoende spelers beschikbaar te krijgen. Duidelijke regels vragen om een consequente toepassing, maar ook om gezond verstand. Dat neemt niet weg dat een bestuur grenzen mag stellen. Sterker nog: soms is dat precies waarvoor een bestuur er zit. Dan volgt onvermijdelijk het argument dat de goeden onder de kwaden moeten lijden. Ook dat argument verdient een kritische blik.
Want waar waren die goeden toen hun teamgenoten voor de zoveelste keer besloten dat voetbal kennelijk niet zo belangrijk was? Waar was het onderlinge gesprek? Waar was de verantwoordelijkheid om elkaar aan te spreken op gemaakte afspraken?
Een team is geen verzameling individuen die uitsluitend verschijnt wanneer het hun persoonlijk goed uitkomt. Teamsport vraagt om samenwerking, ook buiten de lijnen. Je bent er niet alleen voor jezelf, maar ook voor je medespelers.
Natuurlijk is niet iedere speler verantwoordelijk voor iedere afmelding. En natuurlijk zijn er situaties waarin een kleine groep het probleem veroorzaakt terwijl de rest alles probeert te redden. Maar als een team structureel niet aan spelen toekomt, moet het ook intern de moed hebben om dat probleem onder ogen te zien. Altijd maar wijzen naar het bestuur is de gemakkelijkste weg. Je eigen verantwoordelijkheid nemen, elkaar aanspreken en samen tot een oplossing komen, is een stuk moeilijker. Maar precies daar begint teamsport.
Wie langs de competities in de B-categorie van zowel het mannen- als het vrouwenvoetbal kijkt, ziet een ontwikkeling die de KNVB en de verenigingen serieus moeten nemen. Het aantal niet gespeelde wedstrijden is in sommige competities nu al schrikbarend hoog en moet de herfst nog beginnen.
Daarom zou het goed zijn wanneer de verenigingen het voorbeeld van dit bestuurslid volgen. Niet door blind dezelfde grens te kopiëren, maar door vooraf duidelijke regels te stellen en die vervolgens serieus te nemen. Geen dreigementen die na twee weken alweer vergeten zijn. Geen eindeloze uitzonderingen omdat iemand boos wordt. Geen bestuur dat uiteindelijk toch maar toegeeft omdat handhaven lastig is.
Duidelijkheid, redelijkheid en consequent handelen. Dat is wat nodig is om het voetballen in de B-categorie te redden