Een kampioenschap in oktober? Lachwekkend.

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

 





De stelling van de week: Clubs die een kampioenschap in oktober vieren moeten we keihard uitlachen.

515442054 24178173598489282 4981330284453131560 n 1 1

Ik moest voor deze stelling terugdenken aan mijn eigen voetbalperiode. Inmiddels ben ik 69 jaar en toch kan ik mij de drie kampioenschappen die ik als voetballer mocht meemaken nog moeiteloos voor de geest halen. Een keer met de toenmalige C-junioren van Eenrum. Een keer met het tweede elftal van Eenrum en een keer met Kloosterburen 4. Drie kampioenschappen waar ik nog steeds met een glimlach aan terugdenk. En weet je waarom?Omdat een kampioenschap vroeger nog echt iets betekende.

Je begon aan een seizoen en wist dat er een lange weg voor je lag. Een competitie met uit- en thuiswedstrijden. Met uitslagen. Met standen. Met wedstrijden waarin je punten kon verspelen en vervolgens wekenlang achter de feiten aan kon lopen. Met gesprekken in de kleedkamer over de volgende tegenstander. Met spanning wanneer de competitie richting het einde ging en je wist dat iedere wedstrijd belangrijker werd. En uiteindelijk was daar dat moment. De laatste wedstrijd. De stand die klopte, de bloemen, de felicitaties en vooral het gevoel dat je samen iets had bereikt waar je maandenlang voor had gevochten. Dát was een kampioenschap.

Daarom moet ik tegenwoordig lachen wanneer ik zie dat een club in oktober de kampioensfoto al op de website zet. Sterker nog: ik moet er gewoon keihard om lachen. Want wat is er in hemelsnaam nog bijzonder aan een kampioenschap als je er al een paar weken na de start van de competitie eentje kunt vieren?

De KNVB heeft de afgelopen jaren van alles geprobeerd om het jeugdvoetbal aantrekkelijker te maken. Daar is op zichzelf niets mis mee. Integendeel. De wereld verandert, kinderen hebben andere interesses, verenigingen hebben te maken met teruglopende aantallen spelers en het wordt steeds moeilijker om iedereen op dezelfde manier jarenlang aan het voetballen te houden. Het vierfasenvoetbal is daar een voorbeeld van. Een poging om kinderen op hun eigen niveau te laten voetballen. Minder nadruk op uitslagen en standen in de onderbouw. Meer plezier. Meer ontwikkeling. Minder druk. Allemaal prima uitgangspunten. Maar vervolgens ontstaat er iets wat ik persoonlijk totaal niet begrijp.

In de onderbouw worden uitslagen en standen niet openbaar gemaakt omdat winnen blijkbaar niet het belangrijkste mag zijn. Maar ondertussen vliegen de kampioenschappen je om de oren. Kampioentje hier. Kampioentje daar. En als je een beetje pech hebt, is een team nog voor de winterstop alweer kampioen.Sterker nog: er zijn verenigingen waar teams in één seizoen vier keer kampioen worden.Vier keer kampioen in één seizoen.

Dan moet je toch bijna een vergrootglas pakken om nog te ontdekken wat er eigenlijk gevierd wordt? Want als je vier keer kampioen wordt, is er maar één conclusie mogelijk: je hebt als club ergens iets niet goed gedaan. Je bent namelijk drie keer te laag ingedeeld. En dat is geen prestatie waar je als vereniging trots op zou moeten zijn. Het zegt namelijk helemaal niets over hoe goed je spelers zich ontwikkelen. Het zegt vooral dat ze gedurende een deel van het seizoen wedstrijden spelen waarin ze eigenlijk nauwelijks worden uitgedaagd. Ze winnen met 8-0, 10-1 of 12-2. Iedereen blij. Ouders langs de lijn enthousiast. Spelers krijgen te horen hoe goed ze zijn. En na een paar weken volgt er een kampioenschap. Maar wat heeft die speler daar nu werkelijk aan? Voetbal wordt je namelijk niet beter van door iedere week met grote cijfers te winnen. Je wordt beter van wedstrijden waarin je moet nadenken. Waarin je onder druk staat. Waarin je een tegenstander tegenover je hebt die misschien net iets sneller, sterker of slimmer is. Je wordt beter wanneer je een keer op je bek gaat. Wanneer je een wedstrijd verliest en in de kleedkamer denkt: hoe hebben we dit in vredesnaam laten gebeuren? Je wordt beter wanneer je de volgende zaterdag revanche wilt nemen. Dat is voetbal. Dat is competitie. En dat is precies wat ik mis in een deel van het huidige jeugdvoetbal. We zijn blijkbaar zo bang geworden dat kinderen een wedstrijd verliezen, dat we liever een omgeving creëren waarin ze vooral vaak kunnen winnen. Maar daar worden kinderen niet weerbaar van. En zeker niet automatisch beter. Sterker nog: je kunt een heel seizoen ongeslagen blijven en uiteindelijk toch nauwelijks beter zijn geworden.

Het mooiste voorbeeld is misschien wel de speler die jarenlang alles wint en vervolgens op een bepaald moment tegenover een tegenstander staat die wél goed kan voetballen. Dan blijkt plotseling dat winnen nooit hetzelfde is geweest als ontwikkelen.

Natuurlijk begrijp ik dat de KNVB probeert om het jeugdvoetbal leuk te houden. Natuurlijk snap ik dat we kinderen niet op zesjarige leeftijd moeten opzadelen met de druk van een kampioenschap, promotie of degradatie. Maar laten we alsjeblieft niet doorschieten. Voetbal mag best weer een beetje voetbal worden.

Met winnen en verliezen, vreugde en teleurstelling.

Met een stand die ertoe doet en een laatste wedstrijd waarin je nog kampioen kunt worden. Met een seizoen waarin je maandenlang ergens naartoe werkt. Want juist daardoor blijft een kampioenschap iets bijzonders.

Ik weet na al die jaren nog precies hoe die drie kampioenschappen voelden die ik zelf mocht meemaken. Niet omdat ik inmiddels 69 ben. Maar omdat je dingen onthoudt waarvoor je daadwerkelijk hebt moeten vechten. Daarom vind ik het ook zo jammer dat het woord kampioen tegenwoordig zo gemakkelijk wordt gebruikt. Een kampioenschap hoort een beloning te zijn voor een seizoen lang presteren.

Niet voor een paar weken toevallig bovenaan staan in een competitie die zo is ingericht dat de sterkste ploeg eigenlijk nauwelijks tegenstand krijgt.

Dus ja. Clubs die een kampioenschap in oktober vieren moeten we keihard uitlachen.

Niet om de kinderen. Zij kunnen er helemaal niets aan doen. Lach vooral om de volwassenen die zichzelf wijsmaken dat een vroeg kampioenschap automatisch betekent dat ze het geweldig hebben gedaan. Want als je in oktober kampioen bent, is de kans groot dat je niet zo goed hebt gepresteerd als je denkt. Je bent waarschijnlijk gewoon te laag begonnen. En als je daarna nóg een keer kampioen wordt, en nóg een keer, en uiteindelijk zelfs vier keer in één seizoen… Dan is er maar één ding dat je als vereniging zou moeten vieren. Dat je eindelijk op het juiste niveau bent ingedeeld.

Dát zou pas een kampioenschap zijn om trots op te zijn.