Een scheidsrechter met spirituele gaven
Ik ben absoluut geen fan van het beluisteren van podcasts. Eigenlijk is er maar één podcast die ik zo nu en dan bewust wil beluisteren en dat is KJEG, de podcast van Wim Kieft, Rob Jansen, Michel van Egmond en René van der Gijp. Verder laat ik alle andere podcasts met alle plezier aan mij voorbijgaan.

Tot dinsdag 29 september. Op die dag zag ik op sociale media een fragment voorbijkomen uit een podcast van Onze Club, met als gast scheidsrechter Harry Koerntjes. Ik was in eerste instantie niet van plan om de volledige aflevering te beluisteren, maar vanmorgen heb ik uiteindelijk toch een groot gedeelte van de podcast aangezet. Achteraf vraag ik me af of Harry daar zelf wel zo blij mee moet zijn. Voor hem is het namelijk te hopen dat veel mensen deze aflevering hebben overgeslagen. Want wat kwam er een hoeveelheid bijzondere uitspraken voorbij. Uitspraken waarvan ik eerlijk gezegd soms niet wist of ik nu naar een serieus interview met een scheidsrechter zat te luisteren of naar een komisch programma waarin iemand alle remmen los had gegooid. Het was Johan Derksen die ooit zei dat wanneer je domme dingen zegt of doet, je vroeg of laat een draai om je oren krijgt. Dat gezegde lijkt mij ook in dit geval wel van toepassing. Want Harry Koerntjes maakte het de luisteraar bepaald niet gemakkelijk om alles serieus te nemen. Dat verbaasde mij overigens des te meer omdat ik Harry in de afgelopen achttien jaar als verslaggever meerdere keren als scheidsrechter aan het werk heb gezien. En juist daarom vond ik de podcast zo opmerkelijk. De man die ik op het veld heb meegemaakt, kwam daar toch behoorlijk anders over dan de Harry Koerntjes die in deze podcast aan het woord was. Op het veld heb ik hem nooit zien rondlopen als iemand die over bijzondere spirituele gaven beschikte. Ik heb hem nooit tijdens een wedstrijd een soort zesde zintuig zien gebruiken om te bepalen welke speler iets op zijn kerfstok had of welke situatie op het punt stond te escaleren. Gewoon een scheidsrechter die zijn wedstrijden floot, beslissingen nam en daarbij, net als iedere andere arbiter, goede en minder goede momenten kende. Maar in de podcast bleek er toch een andere kant te zijn.
Zo kwam onder meer ter sprake dat Koerntjes over spirituele gaven zou beschikken. Hij vertelde daarover alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Nu ben ik de laatste die iemand zijn overtuigingen wil afnemen. Iedereen mag geloven in wat hij wil en iedereen mag op zijn eigen manier naar het leven kijken. Maar zodra je dergelijke zaken in verband gaat brengen met het leiden van een voetbalwedstrijd, wordt het voor mij toch een ander verhaal. Het werd helemaal bijzonder toen het over zijn fysieke kwaliteiten ging. Zo kwam de bewering voorbij dat hij, mede dankzij zijn korte benen, een tijd van tien seconden op de honderd meter zou kunnen lopen. Daar moest ik toch even om lachen. Ik heb in mijn achttien jaar als verslaggever heel wat scheidsrechters voorbij zien komen. Grote, kleine, snelle, minder snelle, gespierde en bepaald niet gespierde arbiters. Maar een scheidsrechter die zijn korte benen als verklaring gebruikt voor een sprint van tien seconden op de honderd meter, dat is er eentje die ik niet dagelijks tegenkom. Misschien moet ik mijn meetlint en stopwatch toch maar eens meenemen wanneer ik Harry weer ergens langs de lijn tegenkom. Ook een ander onderdeel van het gesprek bleef bij mij hangen. Het ging over de voorbereiding op wedstrijden en de trainers. Koerntjes vertelde dat hij voorafgaand aan een wedstrijd van de trainers wilde weten of er iemand uit de selectie in de dagen voor het duel een traumatische ervaring had meegemaakt. Daar kon hij als eigenaar van een spiritueel centrum vervolgens iets mee. Ook daar zat ik met enige verbazing naar te luisteren. Niet omdat een scheidsrechter geen interesse mag hebben in het welzijn van spelers. Integendeel. Als iemand ergens mee zit of een moeilijke periode doormaakt, is het natuurlijk alleen maar goed wanneer daar aandacht voor is. Maar wanneer je als arbiter vooraf informatie wilt hebben over traumatische ervaringen binnen een selectie om daar vervolgens op een spirituele manier je voordeel mee te doen tijdens een wedstrijd, dan wordt het voor mij wel erg bijzonder. Ik vraag me dan vooral af wat een scheidsrechter daar op het veld vervolgens mee moet. Kijkt hij anders naar een speler omdat hij weet dat die een moeilijke week achter de rug heeft? Fluit hij een overtreding anders omdat hij weet dat een bepaalde speler emotioneel kwetsbaar is? Of probeert hij op basis van spirituele inzichten te bepalen hoe een wedstrijd zich gaat ontwikkelen? Voor mij is voetbal uiteindelijk een stuk eenvoudiger. Een scheidsrechter moet de regels toepassen, situaties beoordelen, communiceren met spelers en trainers en ervoor zorgen dat een wedstrijd zo eerlijk mogelijk verloopt. Daar komt al genoeg bij kijken zonder dat daar allerlei spirituele theorieën aan toegevoegd hoeven te worden. Ook de discussie over handdoeken en bidons van keepers kwam voorbij. Keepers hebben er een gewoonte van gemaakt om een handdoek of bidon mee het doel in te nemen en daar neer te leggen. Koerntjes bleek daar geen voorstander van te zijn en zag die spullen liever enkele meters naast het doel liggen. Ook dat vond ik weer zo'n onderwerp waarvan ik dacht: waar hebben we het eigenlijk over? Natuurlijk moeten we ervoor zorgen dat er geen spullen op het speelveld liggen die gevaar opleveren of het spel beïnvloeden. Maar een handdoek of bidon die netjes achter de doellijn ligt, lijkt mij toch niet het grootste probleem waar een scheidsrechter zich tijdens een voetbalwedstrijd druk over hoeft te maken.
Zo trok er gedurende de podcast een hele batterij aan bijzondere uitspraken voorbij. Op een gegeven moment begon ik mij zelfs af te vragen of ik niet naar een parodie zat te luisteren.
Een paar uur later had ik het er met een collega van Koerntjes over. Onze conclusie was simpel: dit moeten we maar niet te serieus nemen. En misschien is dat uiteindelijk ook de beste manier om naar deze podcast te luisteren. Niet alles wat iemand vertelt, hoeft direct voor waar te worden aangenomen. Zeker niet wanneer iemand uitspraken doet die zo ver afstaan van wat je normaal gesproken binnen de voetbalarbitrage hoort. Laat ik daarom vooral benadrukken dat mijn kritiek niet gaat over Harry Koerntjes als persoon. Iedereen heeft recht op zijn eigen overtuigingen, interesses en opvattingen. Maar zodra je die overtuigingen publiekelijk verkondigt en ze koppelt aan je functioneren als scheidsrechter, mag daar natuurlijk ook met een kritische blik naar worden gekeken. Ik heb Harry in mijn achttien jaar als verslaggever meerdere keren als scheidsrechter bezig gezien. En op basis daarvan durf ik één ding wel met zekerheid te zeggen: een wedstrijd in de Champions League gaat er, ondanks zijn eigen andere mening daarover, naar mijn inschatting niet meer inzitten voor deze in zijn ogen spiritueel begaafde arbiter. Want na het beluisteren van deze podcast weet ik één ding zeker: sommige wedstrijden kun je beter gewoon fluiten zonder spirituele gaven, traumatische ervaringen en korte benen als uitgangspunt te nemen.

Tot dinsdag 29 september. Op die dag zag ik op sociale media een fragment voorbijkomen uit een podcast van Onze Club, met als gast scheidsrechter Harry Koerntjes. Ik was in eerste instantie niet van plan om de volledige aflevering te beluisteren, maar vanmorgen heb ik uiteindelijk toch een groot gedeelte van de podcast aangezet. Achteraf vraag ik me af of Harry daar zelf wel zo blij mee moet zijn. Voor hem is het namelijk te hopen dat veel mensen deze aflevering hebben overgeslagen. Want wat kwam er een hoeveelheid bijzondere uitspraken voorbij. Uitspraken waarvan ik eerlijk gezegd soms niet wist of ik nu naar een serieus interview met een scheidsrechter zat te luisteren of naar een komisch programma waarin iemand alle remmen los had gegooid. Het was Johan Derksen die ooit zei dat wanneer je domme dingen zegt of doet, je vroeg of laat een draai om je oren krijgt. Dat gezegde lijkt mij ook in dit geval wel van toepassing. Want Harry Koerntjes maakte het de luisteraar bepaald niet gemakkelijk om alles serieus te nemen. Dat verbaasde mij overigens des te meer omdat ik Harry in de afgelopen achttien jaar als verslaggever meerdere keren als scheidsrechter aan het werk heb gezien. En juist daarom vond ik de podcast zo opmerkelijk. De man die ik op het veld heb meegemaakt, kwam daar toch behoorlijk anders over dan de Harry Koerntjes die in deze podcast aan het woord was. Op het veld heb ik hem nooit zien rondlopen als iemand die over bijzondere spirituele gaven beschikte. Ik heb hem nooit tijdens een wedstrijd een soort zesde zintuig zien gebruiken om te bepalen welke speler iets op zijn kerfstok had of welke situatie op het punt stond te escaleren. Gewoon een scheidsrechter die zijn wedstrijden floot, beslissingen nam en daarbij, net als iedere andere arbiter, goede en minder goede momenten kende. Maar in de podcast bleek er toch een andere kant te zijn.
Zo kwam onder meer ter sprake dat Koerntjes over spirituele gaven zou beschikken. Hij vertelde daarover alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Nu ben ik de laatste die iemand zijn overtuigingen wil afnemen. Iedereen mag geloven in wat hij wil en iedereen mag op zijn eigen manier naar het leven kijken. Maar zodra je dergelijke zaken in verband gaat brengen met het leiden van een voetbalwedstrijd, wordt het voor mij toch een ander verhaal. Het werd helemaal bijzonder toen het over zijn fysieke kwaliteiten ging. Zo kwam de bewering voorbij dat hij, mede dankzij zijn korte benen, een tijd van tien seconden op de honderd meter zou kunnen lopen. Daar moest ik toch even om lachen. Ik heb in mijn achttien jaar als verslaggever heel wat scheidsrechters voorbij zien komen. Grote, kleine, snelle, minder snelle, gespierde en bepaald niet gespierde arbiters. Maar een scheidsrechter die zijn korte benen als verklaring gebruikt voor een sprint van tien seconden op de honderd meter, dat is er eentje die ik niet dagelijks tegenkom. Misschien moet ik mijn meetlint en stopwatch toch maar eens meenemen wanneer ik Harry weer ergens langs de lijn tegenkom. Ook een ander onderdeel van het gesprek bleef bij mij hangen. Het ging over de voorbereiding op wedstrijden en de trainers. Koerntjes vertelde dat hij voorafgaand aan een wedstrijd van de trainers wilde weten of er iemand uit de selectie in de dagen voor het duel een traumatische ervaring had meegemaakt. Daar kon hij als eigenaar van een spiritueel centrum vervolgens iets mee. Ook daar zat ik met enige verbazing naar te luisteren. Niet omdat een scheidsrechter geen interesse mag hebben in het welzijn van spelers. Integendeel. Als iemand ergens mee zit of een moeilijke periode doormaakt, is het natuurlijk alleen maar goed wanneer daar aandacht voor is. Maar wanneer je als arbiter vooraf informatie wilt hebben over traumatische ervaringen binnen een selectie om daar vervolgens op een spirituele manier je voordeel mee te doen tijdens een wedstrijd, dan wordt het voor mij wel erg bijzonder. Ik vraag me dan vooral af wat een scheidsrechter daar op het veld vervolgens mee moet. Kijkt hij anders naar een speler omdat hij weet dat die een moeilijke week achter de rug heeft? Fluit hij een overtreding anders omdat hij weet dat een bepaalde speler emotioneel kwetsbaar is? Of probeert hij op basis van spirituele inzichten te bepalen hoe een wedstrijd zich gaat ontwikkelen? Voor mij is voetbal uiteindelijk een stuk eenvoudiger. Een scheidsrechter moet de regels toepassen, situaties beoordelen, communiceren met spelers en trainers en ervoor zorgen dat een wedstrijd zo eerlijk mogelijk verloopt. Daar komt al genoeg bij kijken zonder dat daar allerlei spirituele theorieën aan toegevoegd hoeven te worden. Ook de discussie over handdoeken en bidons van keepers kwam voorbij. Keepers hebben er een gewoonte van gemaakt om een handdoek of bidon mee het doel in te nemen en daar neer te leggen. Koerntjes bleek daar geen voorstander van te zijn en zag die spullen liever enkele meters naast het doel liggen. Ook dat vond ik weer zo'n onderwerp waarvan ik dacht: waar hebben we het eigenlijk over? Natuurlijk moeten we ervoor zorgen dat er geen spullen op het speelveld liggen die gevaar opleveren of het spel beïnvloeden. Maar een handdoek of bidon die netjes achter de doellijn ligt, lijkt mij toch niet het grootste probleem waar een scheidsrechter zich tijdens een voetbalwedstrijd druk over hoeft te maken.
Zo trok er gedurende de podcast een hele batterij aan bijzondere uitspraken voorbij. Op een gegeven moment begon ik mij zelfs af te vragen of ik niet naar een parodie zat te luisteren.
Een paar uur later had ik het er met een collega van Koerntjes over. Onze conclusie was simpel: dit moeten we maar niet te serieus nemen. En misschien is dat uiteindelijk ook de beste manier om naar deze podcast te luisteren. Niet alles wat iemand vertelt, hoeft direct voor waar te worden aangenomen. Zeker niet wanneer iemand uitspraken doet die zo ver afstaan van wat je normaal gesproken binnen de voetbalarbitrage hoort. Laat ik daarom vooral benadrukken dat mijn kritiek niet gaat over Harry Koerntjes als persoon. Iedereen heeft recht op zijn eigen overtuigingen, interesses en opvattingen. Maar zodra je die overtuigingen publiekelijk verkondigt en ze koppelt aan je functioneren als scheidsrechter, mag daar natuurlijk ook met een kritische blik naar worden gekeken. Ik heb Harry in mijn achttien jaar als verslaggever meerdere keren als scheidsrechter bezig gezien. En op basis daarvan durf ik één ding wel met zekerheid te zeggen: een wedstrijd in de Champions League gaat er, ondanks zijn eigen andere mening daarover, naar mijn inschatting niet meer inzitten voor deze in zijn ogen spiritueel begaafde arbiter. Want na het beluisteren van deze podcast weet ik één ding zeker: sommige wedstrijden kun je beter gewoon fluiten zonder spirituele gaven, traumatische ervaringen en korte benen als uitgangspunt te nemen.