Wanneer een keeperstenue niet klopt – deel twee
Het was al vrij snel nadat mijn artikel ‘Wanneer een keeperstenue niet klopt’ op Puurvoetbalonline was verschenen dat er reacties kwamen. Reacties van bezoekers van Puurvoetbalonline die het met mij eens waren dat een keeperstenue voor een doelman, en zeker voor een doelman van een selectieteam, goed moet voelen..

Niet alleen letterlijk goed voelen, maar ook figuurlijk. Een keeper moet zich prettig voelen in zijn tenue. Hij moet vertrouwen uitstralen en het gevoel hebben dat hij er goed in kan bewegen. Dat klinkt misschien voor sommige mensen als een detail, maar voor een doelman is dat absoluut niet het geval. Met een bezoeker, toevallig zelf ook doelman, sprak ik af dat ik in deel twee wat dieper op deze materie in zou gaan. Dat gesprek zette mij opnieuw aan het denken over hoe er binnen verenigingen naar keeperstenues wordt gekeken. Want nog steeds zie ik regelmatig tenues waarvan ik denk: hoe kan iemand bedenken dat dit een goed keeperstenue is?
In mijn periode bij Sporthuis Sjoerd van der Baan, in de beginjaren zeventig, kwam de shirtreclame langzaam maar zeker opzetten. Dat was een interessante ontwikkeling binnen het voetbal. Er werden steeds vaker complete sets besteld en daarbij gebeurde het bijna altijd dat er een speler meekwam om mee te denken over de keuze van het tenue. Maar minstens zo belangrijk was dat de doelman een stem had bij de keuze van zijn eigen tenue. En eerlijk gezegd vind ik nog steeds dat dit zo hoort.
Wanneer een selectieteam bij de senioren twee nieuwe tenue krijgt, is bijna overal standaard, zou hij wat mij betreft de doelman zelf zijn twee tenues uit mogen kiezen. Ik zie nu namelijk regelmatig combinaties voorbij komen waarbij ik mij afvraag: welke ‘kleurenblinde’ heeft dit bedacht?
Dat klinkt misschien wat scherp, maar als oud-doelman kijk ik nu eenmaal anders naar een keeperstenue dan iemand die alleen naar het uiterlijk van een shirt kijkt. Voor een buitenstaander is het misschien simpelweg een kwestie van een mooie kleur en een bijpassende broek. Voor een keeper ligt dat anders. Een doelman moet zich goed kunnen bewegen. Hij moet zich prettig voelen wanneer hij naar een hoek duikt, wanneer hij uitkomt, wanneer hij een voorzet probeert te onderscheppen of wanneer hij na een redding weer snel overeind moet komen. Een tenue moet daarbij niet in de weg zitten. Maar er speelt nog iets anders mee: vertrouwen. Een keeper moet het gevoel hebben dat hij er staat. Dat hij de baas is in zijn zestienmetergebied. Dat hij met zijn uitstraling duidelijk maakt dat aanvallers niet zomaar bij hem in de buurt komen. Een goed gekozen keeperstenue kan daar onderdeel van zijn. Mijn mening is daarom dat een keeper te allen tijde de baas over zijn eigen tenue moet zijn en niet automatisch een zogenaamd ‘clubtenue voor keepers’ moet dragen. Een clubtenue voor keepers…dus worden het eenheidsworsten Wie bedenkt deze gekkigheid?
Ik begrijp best dat een kledingcommissie graag voor uniformiteit zorgt. Dat is logisch. Een vereniging wil herkenbaar zijn en wil dat de verschillende teams er netjes en verzorgd uitzien. Daar is helemaal niets mis mee. Maar keepers moet je wat mij betreft iets meer ruimte moeten bieden. Een doelman is nu eenmaal een ander type voetballer. Hij draagt andere kleding, heeft vaak andere eisen en beweegt op een andere manier dan een veldspeler. Waarom zou je dan verwachten dat één door een kledingcommissie gekozen keeperstenue automatisch bij iedere doelman past? Dat begrijp ik niet. Een kledingcommissie bestaat bovendien vaak uit mensen die denken verstand te hebben van kleding, sponsoring, prijzen en clubuitstraling. Allemaal belangrijke zaken. Maar hoeveel mensen binnen zo’n commissie kunnen zich werkelijk inleven in wat een doelman tijdens een wedstrijd ervaart? Niemand!
Hoe voelt het om negentig minuten lang in dat tenue te staan? Hoe voelt het wanneer je voortdurend moet bewegen? Hoe voelt het wanneer je op een nat veld een redding moet maken en vervolgens weer overeind moet komen? En misschien nog belangrijker: voel jij je er als keeper goed in? Als het antwoord op die laatste vraag nee is, dan heb je als club misschien wel een mooi tenue gekocht, maar heb je de belangrijkste persoon in het verhaal vergeten: de doelman zelf. Als oud-doelman zie ik bij clubs op Het Hogeland regelmatig keeperstenues voorbij komen waarvan ik denk: daar zou ik zelf geen wedstrijd in willen spelen. Niet omdat de kleuren per definitie lelijk zijn, maar omdat de combinatie soms totaal niet klopt. Een shirt, broek en kousen die elkaar niet versterken, maar juist een vreemde combinatie vormen bij het tenue van de spelers. Soms lijkt het alsof er simpelweg is gekeken wat er in de sportshop of op internet ergens nog voor een zacht prijsje beschikbaar was
En dan komt mijn oude ervaring bij Sporthuis Sjoerd van der Baan weer naar boven. Daar zag je dat er samen met de spelers werd gekeken naar wat er nodig was. De doelman had daarbij een duidelijke stem. Dat vond ik toen logisch en dat vind ik ruim vijftig jaar later eigenlijk nog steeds logisch. Sterker nog: misschien is het nu wel belangrijker dan vroeger.
Een keeper heeft tegenwoordig veel meer te maken met allerlei details. De moderne doelman is niet alleen meer de speler die ballen tegenhoudt. Hij moet meevoetballen, coachen, hoge ballen verwerken, snel kunnen reageren en vaak ook als een soort extra verdediger fungeren. Dan moet je hem in ieder geval de mogelijkheid geven om zich goed te voelen in zijn uitrusting. Daarom ben ik met de doelman waar ik eerder over schreef gaan kijken naar mogelijke combinaties. We hebben niet alleen gekeken naar wat er mooi uitziet, maar vooral naar wat bij hem past. Welke kleuren geven hem een goed gevoel? Welke combinatie straalt iets uit? Welke broek en welke kousen passen bij het shirt? En misschien wel het belangrijkste: zou hij hier zelf met vertrouwen het veld op stappen? We kwamen uiteindelijk tot mooiere tenues. Tenues waarvan ik dacht: ja, dit klopt. Niet alleen omdat het er beter uitziet, maar omdat de doelman zich er prettig in zou voelen. En uiteindelijk is dat waar het volgens mij om draait. Want wie weet levert dat nieuwe tenue hem straks ook nog een paar extra punten op voor zijn team. Natuurlijk weet ik ook wel dat een ander shirt geen tegendoelpunt voorkomt. Een keeper wordt niet automatisch beter omdat hij een mooi tenue draagt. Maar wanneer je je goed voelt, straal je dat uit. En zelfvertrouwen is voor een doelman ontzettend belangrijk. Daarom blijf ik erbij: laat de keeper van een selectieteam zelf mee beslissen over zijn tenue. Luister naar hem. Vraag hem wat hij prettig vindt. Laat hem niet alleen maar aantrekken wat een kledingcommissie achter een tafel heeft bedacht. Want uiteindelijk staat niet de kledingcommissie tijdens de wedstrijd tussen de palen. Staat niet de sponsor in het doel. Staat niet degene die de bestelling heeft geplaatst negentig minuten lang ballen tegen te houden. Dat doet de keeper. En die keeper verdient een tenue waarin hij zich keeper voelt. Misschien is dat wel de belangrijkste regel van allemaal. Een goed keeperstenue moet niet alleen bij de club passen. Het moet vooral bij de keeper passen.