Vijf voor twaalf: wie durft binnen de toekomst van het Groninger voetbal te kiezen?

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

 

De laatste maanden, maar zeker de laatste weken, hangt het woord fusie als een donkere wolk boven het voetballandschap in het noorden van de provincie Groningen.

johan 1

Waar je ook komt, wie je ook spreekt: het woord fuseren is steeds vaker een terugkerend begrip geworden. Soms voorzichtig uitgesproken, soms bijna fluisterend, maar steeds vaker ook gewoon hardop. Je kunt er natuurlijk omheen draaien. Je kunt blijven zeggen dat het allemaal wel meevalt, dat iedere vereniging zelfstandig verder moet kunnen en dat het allemaal vooral een kwestie van goede organisatie is. Maar wat mijn stijl niet is en ook nooit gaat worden, je moet dingen niet mooier maken dan ze zijn. Je kunt de werkelijkheid namelijk ook gewoon benoemen en wat ik dus ook gewoon doe.

Zo reed ik zaterdag via Oldehove vanuit Ulrum terug naar Ezinge, langs het complex van OKVC. Het eerste elftal had nog geen uur eerder met maar liefst 9-1 verloren van het nieuwe De Marne en trok zich dinsdag 1 september ook nog eens terug uit het bekeravontuur. Een club in verval? Misschien wel. In ieder geval een club waarbij je je als liefhebber van het amateurvoetbal serieus moet afvragen hoe de toekomst eruitziet. Terwijl ik langs het complex reed, dacht ik daarover na. Een voetbalveld, een kantine, kleedkamers, lichtmasten en alles wat bij een dorpsvereniging hoort. Ooit het kloppend hart van een dorp, maar wat gebeurt er wanneer het aantal spelers, vrijwilligers en bestuursleden steeds verder afneemt? Even verderop, in Feerwerd, wordt een nieuwe kantine met kleedkamers gebouwd. Prachtig natuurlijk. Een investering waarmee de voetbalvereniging weer jaren verder kan. En laat ik vooropstellen: ik gun iedere vereniging een mooie accommodatie. Maar tegelijkertijd bekruipt mij de vraag of dit beeld ook past bij de sportieve toekomst van Ezinge als zelfstandige voetbalclub. Gezien ook de sportieve resultaten van de senioren van Ezinge denk ik van niet. Sterker nog: wanneer ik kijk naar de fusie in De Marne, weet ik één ding zeker. Voor meer voetbalclubs op Het Hogeland en in het Westerkwartier is het inmiddels vijf voor twaalf.

En daarom durf ik ook een stap verder te gaan. Maak van het complex in Oldehove bouwgrond voor de broodnodige woningen en stimuleer als gemeente Westerkwartier dat OKVC en Ezinge samengaan. Geef die nieuwe vereniging als gemeentelijk cadeautje een prachtig kunstgrasveld waarop altijd getraind kan worden. Geen noodgreep, maar een toekomstgerichte keuze. Want wat hebben twee kleine verenigingen, die op het gebied van de jeugd al samenwerken, eraan om ieder afzonderlijk krampachtig vast te houden aan een eigen complex, eigen bestuursleden, eigen vrijwilligers, wanneer het steeds moeilijker wordt om dat allemaal overeind te houden? Het woord fuseren klonk dinsdagavond ook in de kantine van Noordpool. Ook daar kwam en komt bij velen steeds meer het besef binnen dat alleen doorgaan op een gegeven moment een kansloos verhaal wordt. Dat is geen schande. Integendeel. Het is juist verstandig om op tijd te erkennen dat de wereld veranderd is. Natuurlijk zou ik het prachtig vinden wanneer, net als vroeger, bijna ieder dorp een eigen voetbalclub had. Een eigen eerste elftal, eigen jeugd, een volle kantine op zaterdagmiddag en vrijwilligers die zich jarenlang voor hun club inzetten. Het voetbal was onderdeel van de identiteit van een dorp. Je speelde voor je buurman, je broer, je neef of de zoon van de bakker. Maar dat tijdperk komt niet terug.

Door krimp, vergrijzing, veranderende interesses en vooral een andere mentaliteit is het dorpse voetballandschap ingrijpend veranderd. Kinderen hebben tegenwoordig meer keuzes. Ouders rijden met hun kinderen het hele land door voor sport, muziek en andere activiteiten. Vrijwilligers zijn schaarser geworden en bestuursfuncties worden steeds moeilijker ingevuld. En laten we daar vooral eerlijk over zijn: een voetbalvereniging draait niet alleen op spelers. Een club heeft een bestuur nodig. Mensen voor de jeugdcommissie, scheidsrechters, trainers, leiders, kantinemedewerkers, onderhoudsploegen en vrijwilligers die op zaterdagmorgen de lijnen trekken. Wanneer een vereniging minder dan tweehonderd leden heeft en het bestuur regelmatig incompleet is, moet je jezelf serieus afvragen hoe lang je dat nog kunt volhouden. Alleen doorknoeien moet je niet willen.

Dat klinkt misschien hard, maar doorgaan om het doorgaan is geen toekomstvisie. Het is uitstel van executie. Een fusie kan juist een nieuwe start betekenen. Grotere jeugdteams, meer vrijwilligers, een breder kader, betere faciliteiten en misschien zelfs weer ruimte voor ambitie. Natuurlijk verlies je iets. De naam van een oude vereniging verdwijnt mogelijk, het vertrouwde clubgebouw kan verdwijnen en emoties zullen ongetwijfeld oplopen. Maar wat is het alternatief?

Over vijf jaar misschien twee verenigingen die ieder nog maar enkele tientallen seniorenleden hebben, geen compleet bestuur meer kunnen vinden en met pijn en moeite één jeugdteam op de been krijgen? Dan ben je te laat. Daarom moeten bestuurders, leden en gemeenten niet wachten tot het water daadwerkelijk over de drempel stroomt. Kijk vooruit. Durf scenario's te bespreken. En vooral: durf ook te praten over wat je misschien liever niet wilt horen. Een gemeente kan daarbij veel meer betekenen dan alleen vergunningen verstrekken en subsidies verdelen. Gemeenten kunnen partijen bij elkaar brengen, woningbouw mogelijk maken en investeringen in nieuwe sportvoorzieningen stimuleren. Als een oud voetbalcomplex plaats kan maken voor woningen en twee verenigingen, of drie, samen een moderne accommodatie krijgen, kan dat voor een dorp uiteindelijk zelfs winst opleveren. Het gaat er namelijk niet om hoeveel voetbalclubs we over tien jaar op papier hebben. Het gaat erom hoeveel clubs dan nog écht leven.

Liever één gezonde vereniging met een volle kantine, voldoende jeugd, een compleet bestuur en een prachtig kunstgrasveld dan twee verenigingen die ieder afzonderlijk langzaam leeglopen. Dat klinkt misschien niet romantisch. Maar voetbal gaat uiteindelijk niet over stenen, clubnamen of nostalgie. Voetbal gaat over mensen. En als we willen dat die mensen over tien, twintig of dertig jaar nog steeds op zaterdagmiddag hun wedstrijden kunnen spelen, moeten we nu keuzes durven maken. Het is vijf voor twaalf. Wie wacht tot twaalf uur, heeft straks misschien niets meer te kiezen.