Jong-ploegen op maandag in de KKD: pure competitievervalsing
Met de stelling ‘Jong-ploegen in de KKD op maandag laten spelen is pure competitievervalsing’ ben ik het roerend eens. Het zou echter wel een heel korte column worden wanneer ik daar geen enkele kanttekening bij zou plaatsen.

Want ik word namelijk een beetje moe van trainers zoals Heracles-trainer Vincent Heilmann. De volgens Ernest Faber ‘toptrainer in spé’ krijgt na twee gewonnen duels al praatjes. Heilmann spreekt er schande van dat de Jong-teams zijn werk moeilijker maken, omdat hij vooraf niet weet welke ploeg hij tegenover zich krijgt. Dat is natuurlijk een begrijpelijke frustratie. Iedere trainer wil zich zo goed mogelijk voorbereiden op een tegenstander. Je analyseert de laatste wedstrijden, bekijkt welke spelers belangrijk zijn, bedenkt een tactisch plan en probeert vervolgens de zwakke plekken van de opponent bloot te leggen. Maar wanneer je tegen een Jong-team speelt, kan dat allemaal ineens een stuk ingewikkelder worden. De samenstelling van zo’n ploeg kan immers per wedstrijd veranderen. Toch zou Heilmann, in plaats van daarover alleen in de media te ‘janken’, ook eens naar zijn eigen directie moeten kijken. Want ook die directie heeft er ooit mee ingestemd dat Jong-teams in de Keuken Kampioen Divisie mogen uitkomen. Het is dus nogal makkelijk om uitsluitend met de vinger naar de tegenstander te wijzen wanneer je zelf onderdeel bent van een competitie waarin deze constructie is toegestaan.
Laat één ding duidelijk zijn: ik ben absoluut geen voorstander van Jong-teams in de KKD. Een competitie hoort wat mij betreft een duidelijk en gelijk speelveld te hebben. Clubs moeten met dezelfde uitgangspositie aan een seizoen beginnen en weten welke belangen er voor alle deelnemers op het spel staan. In de KKD strijden clubs om promotie en bouwen zij aan een selectie die gedurende een seizoen steeds verder moet worden ontwikkeld. Jong-teams hebben een andere doelstelling. Zij kunnen niet promoveren naar de Eredivisie en hun belangrijkste taak is het ontwikkelen van talenten. Daar is op zichzelf helemaal niets mis mee. Sterker nog: het Nederlandse voetbal heeft er baat bij wanneer jonge spelers zich op een zo hoog mogelijk niveau kunnen ontwikkelen. Maar de vraag is of de KKD daarvoor de juiste competitie is. Beleidsbepalers hebben ooit besloten dat Jong-teams in het betaald voetbal thuishoren. Dat zijn dezelfde beleidsbepalers die vervolgens allerlei regels hebben bedacht over welke spelers wel en niet mogen worden opgesteld. En laat ik het voorzichtig formuleren: mensen die soms hetzelfde voetbalverstand lijken te hebben als een pinguïn van een fietsband oppompen, hebben daarmee een systeem gecreëerd waarin de mazen van het net bijna uitnodigend groot zijn.
Want natuurlijk maken hoofdtrainers daar gebruik van. Stel dat een trainer van een Jong-team een speler uit de A-selectie tijdelijk kan inzetten omdat die speler binnen de reglementen gerechtigd is om mee te doen. Waarom zou die trainer dat dan niet doen? Een trainer wordt uiteindelijk afgerekend op resultaten en ontwikkeling. Als hij een talent uit de hoofdmacht minuten kan laten maken in een fysiek zwaardere wedstrijd, is dat vanuit zijn perspectief helemaal niet vreemd. Sterker nog: het zou pas vreemd zijn als een trainer denkt: ‘Volgens de regels mag het, maar ik laat het toch maar na, omdat mijn tegenstander dat vervelend vindt.’
Daar zit wat mij betreft de kern van het probleem. Het is inderdaad competitievervalsing wanneer een club op maandagavond ineens met een heel andere samenstelling aantreedt . De ene tegenstander treft misschien een ploeg vol talenten uit de eigen lichting, terwijl een andere club opeens spelers tegenover zich krijgt die normaal gesproken onderdeel zijn van de A-selectie. Dat verschil kan in een competitie waarin ieder punt telt enorm zijn.
Maar daarvoor moet je niet primair boos worden op de trainer van het Jong-team. Die doet namelijk precies wat hem binnen de bestaande regels wordt toegestaan. De echte verantwoordelijkheid ligt bij de mensen die die regels hebben opgesteld. Als je vindt dat het systeem niet deugt, moet je het systeem veranderen.
En daar wringt het ook met het spelen van Jong-teams op maandag. De KKD is een competitie waarin het programma soms al behoorlijk versnipperd is. Wedstrijden op maandag kunnen bovendien voor Jong-teams aantrekkelijk zijn, omdat zij daardoor andere mogelijkheden hebben met spelers uit de A-selectie. Een speler die zaterdag niet of nauwelijks in actie kwam, kan maandag ineens negentig minuten maken bij Jong. Voor de ontwikkeling van die speler is dat misschien uitstekend. Voor de tegenstander is het minder prettig wanneer hij daardoor een veel sterkere ploeg treft dan verwacht. Daarmee kom je bij een belangrijk onderscheid: wat goed is voor de ontwikkeling van een talent, hoeft niet automatisch goed te zijn voor de competitie. En precies dat onderscheid lijken sommige beleidsmakers maar niet te begrijpen.
Ik snap daarom de frustratie van Heilmann. Natuurlijk is het vervelend wanneer je een wedstrijd voorbereidt en pas laat weet welke spelers daadwerkelijk binnen de lijnen staan. Natuurlijk kan dat je tactische voorbereiding beïnvloeden. En natuurlijk mag je daar kritiek op hebben. Maar als trainer van een club in de KKD zou ik mijn boosheid toch vooral richten op de bestuurders die deze situatie mogelijk hebben gemaakt. De Jong-teams hebben geen geheim contract ondertekend waarin staat dat ze hun beste spelers thuis moeten laten wanneer dat voor een tegenstander beter uitkomt. Zolang de regels het toestaan, zullen trainers die regels gebruiken. Dat is geen kwestie van goed of slecht karakter. Dat is topsport. Dus ja, Jong-ploegen op maandag laten spelen kan wat mij betreft absoluut bijdragen aan competitievervalsing. Maar laten we wel eerlijk zijn over de oorzaak. Het probleem zit niet bij die ene trainer die slim gebruikmaakt van de mogelijkheden die hij krijgt. Het probleem zit bij een systeem dat die mogelijkheden überhaupt heeft gecreëerd. Wie de mazen in het net laat zitten, moet vervolgens niet verbaasd zijn wanneer iemand erdoorheen kruipt. En misschien moeten Heilmann en zijn collega-trainers daarom niet alleen naar de dug-out bij de buren kijken , maar ook eens naar de bestuurskamer van hun eigen club. Want uiteindelijk zijn het niet de Jong-trainers die deze competitie hebben ingericht. Dat zijn de mensen die nu doen alsof ze verrast zijn door de gevolgen van hun eigen beleid.