Wanneer de grens bereikt is

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Ik verbaas mij eigenlijk nergens meer over als het om Gianni Infantino gaat. De man lijkt zich met iedere nieuwe actie verder te verwijderen van waar voetbal ooit voor stond. Wat mij inmiddels minstens zo veel stoort, is de houding van de KNVB. Een bond die zich zonder enig zichtbaar ongemak blijft scharen achter alles wat deze bestuurder met de internationale voetbalsport uithaalt.

johan 1

Het woord distantiëren lijkt in Zeist eenvoudigweg niet in het woordenboek voor te komen. Integendeel. Vanuit het bondsbureau lopen ze liever keurig in de pas met de FIFA-top, alsof er niets aan de hand is. Alsof alle kritiek op de gang van zaken slechts wat gemopper aan de zijlijn is.

Dat werd voor mij nog eens extra duidelijk toen Marianne van Leeuwen op sociale media een 'like' uitdeelde aan een bericht waarin Gianni Infantino sprak over een fantastisch WK. Dat is natuurlijk haar goed recht, maar het zegt wel iets over hoe de KNVB naar zo'n toernooi kijkt. En eerlijk gezegd vond ik dat onthutsend. Want in niets was dit een fantastisch wereldkampioenschap.

Ja, voor Kaapverdië was het een prachtig avontuur. Dat gun ik die ploeg ook van harte. Zulke verhalen maken voetbal mooi. Hetzelfde geldt voor landen die voor het eerst op een groot podium verrassen of boven zichzelf uitstijgen. Dat zijn de momenten waar je als liefhebber warm van wordt. Maar daar hield het voor mij grotendeels ook op.

Rond dit WK bleef veel te veel hangen waarvan je als voetballiefhebber alleen maar kunt denken: dit kan toch niet waar zijn? De overvolle speelkalender, de steeds grotere commerciële belangen, de manier waarop spelers tot het uiterste worden belast, de voortdurende zelfverheerlijking van de FIFA en haar voorzitter. Het leek allemaal belangrijker dan het voetbal zelf. Het spel, waar miljoenen mensen wereldwijd van houden, dreigt steeds meer een decorstuk te worden voor de machtswellust van bestuurders die zichzelf graag op de voorgrond plaatsen. Gianni Infantino is daar wat mij betreft het levende voorbeeld van.

Waar een FIFA-voorzitter ooit op de achtergrond hoorde te opereren, lijkt Infantino juist overal zichtbaar te willen zijn. Iedere finale, iedere prijsuitreiking, iedere persconferentie draait uiteindelijk ook om hem. Alsof hij de hoofdrolspeler is en de spelers slechts figuranten. Dat vind ik een zorgelijke ontwikkeling. Nog zorgelijker vind ik dat nationale bonden daar nauwelijks tegenin gaan. Ook de KNVB niet.

Juist van een bond die zegt op te komen voor de belangen van het Nederlandse voetbal zou je verwachten dat zij af en toe een grens trekt. Dat zij zegt: tot hier en niet verder. Dat zij zich uitspreekt wanneer de geloofwaardigheid van de sport onder druk staat. Maar die moed zie ik niet.

In plaats daarvan lijkt de KNVB zich zonder veel vragen neer te leggen bij alles wat vanuit Zürich wordt bedacht. Of het nu gaat om nieuwe toernooien, een nog voller programma of het kritiekloos prijzen van een omstreden WK. Dat doet pijn.

Niet alleen als supporter van het voetbal, maar ook als iemand die zelf nog iedere week plezier beleeft aan het spelletje. Ik speel Walking Football bij SV Bedum. Iedere woensdagochtend is dat een mooi moment om samen met anderen een balletje te trappen. Het gaat niet meer om winnen of verliezen. Het gaat om bewegen, om gezondheid, om sociale contacten en vooral om het plezier dat voetbal nog altijd kan geven. Maar om dat te mogen doen, ben je verplicht lid van de KNVB. Een deel van mijn contributie verdwijnt dus automatisch naar de bond.

Dat irriteert mij al weken steeds meer. Voor dit seizoen is die bondscontributie al betaald. Daar verander ik niets meer aan. Dus zolang mijn gezondheid het toelaat en de weersomstandigheden mij gunstig gezind zijn, blijf ik voorlopig nog genieten van het Walking Football. Maar er zit wel degelijk een grens aan mijn loyaliteit. Ik heb daarom bij SV Bedum aangegeven dat wanneer ik ook in 2027 opnieuw verplicht bondscontributie moet afdragen, dit mijn laatste seizoen als Walking Footballer zal zijn. Dat besluit neem ik niet lichtvaardig. Ik speel met veel plezier bij de club. Ik waardeer de vrijwilligers die alles mogelijk maken. Ik heb niets dan respect voor iedereen die zich inzet om ook ouderen in beweging te houden. Juist daarom vind ik het jammer.

Mijn contributie – nu nog 132 euro – hoort wat mij betreft binnen de club te blijven. Daar wordt er iets mee gedaan waar ik volledig achter kan staan. Bij de vereniging zie ik mensen die zich belangeloos inzetten voor hun leden. Die investeren in sport, gezondheid en saamhorigheid. Dat is iets heel anders dan geld afdragen aan een bond die zonder zichtbare kritiek blijft samenwerken met een bestuurder die de voetbalsport steeds verder commercialiseert en naar mijn mening haar ziel verkoopt.

Iedereen zal daar anders over denken. Dat is prima. Maar voor mij is ergens een punt bereikt waarop je jezelf moet afvragen of je nog wilt meewerken aan een systeem waar je fundamenteel niet meer achter staat. Dat geldt niet alleen voor supporters, maar ook voor leden van amateurverenigingen. Misschien verandert er niets. Misschien haalt mijn besluit niets uit. Maar soms gaat het niet om het effect dat je hebt. Soms gaat het erom dat je voor jezelf een grens trekt en zegt: tot hier en niet verder. Ik hoop dan ook dat SV Bedum samen met andere amateurverenigingen ooit meer ruimte krijgt , en pakt, om zelfstandig keuzes te maken zonder verplichte afdracht aan een bond waarvan steeds meer voetballiefhebbers zich afvragen of die nog wel voldoende oog heeft voor de waarden waarop onze sport is gebouwd. Want uiteindelijk begint voetbal niet in de bestuurskamers van Zürich of Zeist. Voetbal begint op de velden van verenigingen als SV Bedum. Daar waar mensen, jong en oud, iedere week simpelweg komen om met elkaar een bal te trappen. Dat is het voetbal dat ik wil blijven koesteren. Niet het voetbal van eindeloze marketingcampagnes, zelfgenoegzame bestuurders en applaus voor een toernooi dat in mijn ogen allesbehalve fantastisch was.