De mooiste overwinning begint met één woord minder
Voetbal is emotie. Dat zeggen we al jaren. En het is ook zo. We juichen, we vloeken, we mopperen op de scheidsrechter, we vinden de trainer een tactisch wonder of juist een complete prutser. Op zaterdag en zondag lopen de emoties soms net zo hoog op langs een amateurveld als op zondagmiddag in een vol stadion. Maar soms kom je iemand tegen die je weer even laat beseffen dat er grenzen zijn aan wat we normaal zijn gaan vinden. Afgelopen zaterdag was zo'n moment.

Tijdens het WK in Amerika, Canada en Mexico keek ik eigenlijk iedere avond wel even om 20.00 naar SBS 6. Van maandag tot en met donderdag was er Vandaag Inside en op de andere dagen De Oranjezomer. Over dat laatste programma lopen de meningen uiteen, maar dat doet er deze keer eigenlijk niet toe. Presentator Thomas van Groningen had zaterdag een gast aan de bar die ik eerlijk gezegd niet kende: Angelo Boonman.
Toen zijn naam werd genoemd, hoorde ik dat hij assistent-scheidsrechter is in het betaald voetbal. Een man die dus al jarenlang langs de lijnen van de Nederlandse voetbalvelden staat. Maar daarvoor zat hij deze keer niet in de studio. Hij zat daar als vader. Als weduwnaar. Als iemand die meer heeft meegemaakt dan je een mens ooit zou toewensen.
Thomas van Groningen deed iets wat op televisie lang niet altijd gebeurt. Hij gaf Angelo de tijd. Geen haast, geen flauwe onderbrekingen en geen behoefte om zelf op de voorgrond te staan. Gewoon luisteren. En daardoor kwam het verhaal bij mij binnen. Hij vertelde over zijn zoon Devano en over zijn vrouw Angelique. Allebei overleden aan kanker. Allebei veel te jong.
Iedere ouder die dit leest, krijgt al een brok in zijn keel bij alleen die gedachte. En toch zat daar een man die niet verbitterd was, maar juist iets wilde betekenen voor anderen.
Hij richtte, samen met zijn zoon de stichting Stop Schelden met KK op.
Dat lijkt misschien een klein initiatief. Dat is het niet. Want als iemand weet wat dat woord werkelijk betekent, is hij het wel. Toen de uitzending was afgelopen, bleef zijn verhaal in mijn hoofd rondzingen. Vandaag moest ik er opnieuw aan denken. En ineens stelde ik mezelf een simpele vraag. Hoe vaak zou Angelo Boonman tijdens zijn carrière assistent-scheidsrechter langs de lijn het woord "kanker" naar zijn hoofd hebben gekregen?
Honderd keer? Duizend keer? Waarschijnlijk nog veel vaker. Niet alleen in de Eredivisie of de Keuken Kampioen Divisie. Ga op een willekeurige zaterdag eens langs een amateurveld staan. Luister eens een kwartier. Je schrikt. "Kanker dit. Kankerlijer." Alsof het de normaalste zaak van de wereld is geworden.
En misschien is dat nog wel het grootste probleem. We horen het bijna niet meer. We zijn eraan gewend geraakt. Terwijl vrijwel iedereen die dat woord gebruikt wel iemand kent die aan die verschrikkelijke ziekte is overleden of er nog iedere dag tegen vecht. Een vader,moeder, opa, oma, vriend,buurman, teamgenoot. Bijna niemand ontsnapt eraan. En toch blijft het een van de meest gebruikte scheldwoorden op onze voetbalvelden.
Na de uitzending ben ik op google gaan zoeken naar Angelo Boonman. Ik las verschillende interviews en iedere alinea zorgde voor nog meer respect. Niet omdat hij assistent-scheidsrechter is. Niet omdat hij op televisie zat. Maar omdat hij na alles wat hij heeft meegemaakt de kracht vindt om zich in te zetten voor iets waar de hele wereld beter van kan worden. Samen met zijn dertienjarige dochter Milana probeert hij zijn leven opnieuw vorm te geven. In een interview las ik een zin die me raakte. "Het gaat ons lukken." Zo'n korte zin. Maar als je weet wat eraan vooraf is gegaan, voel je hoeveel kracht daarvoor nodig is. Aan tafel zei Hugo Borst iets wat ik misschien nog wel net zo sterk vond. Hij gaf eerlijk toe dat hij het woord vroeger ook gebruikte. Geen excuses. Geen uitleg. Gewoon erkennen dat het zo was. Die eerlijkheid siert hem. Waarschijnlijk geldt dat voor meer mensen van mijn generatie. Ik hoef mezelf ook niet beter voor te doen dan ik ben. Maar ik weet wel één ding.
Sinds maart 2003 heb ik het woord nooit meer gebruikt. En ik zal het ook nooit meer doen. Omdat ik toen bij iemand van heel dichtbij heb gezien wat kanker werkelijk betekent. Dan verdwijnt een scheldwoord. Dan blijft alleen een ziekte over die levens kapotmaakt.
Voetbal zal altijd emotie blijven. Gelukkig maar. Een stadion zonder emotie is geen stadion. Een amateurwedstrijd zonder beleving bestaat niet. Maar emotie mag nooit een vrijbrief zijn om alles maar normaal te vinden. Racisme accepteren we gelukkig steeds minder. Discriminatie accepteren we steeds minder. Waarom zouden we dan blijven accepteren dat een ziekte, waaraan jaarlijks duizenden gezinnen een dierbare verliezen, nog altijd als krachtterm wordt gebruikt? Het mooie aan Angelo Boonman is dat hij niemand veroordeelt. Hij schreeuwt niet. Hij wijst niet met een beschuldigende vinger. Hij vraagt alleen of we even nadenken voordat we iets roepen. Meer niet.
En misschien is dat juist waarom zijn verhaal zoveel indruk maakt. Sommige mensen veranderen de wereld niet met grote woorden. Maar door hun eigen verhaal te vertellen. Ik hoop dat iedereen die deze column leest één keer de naam Angelo Boonman intypt op Google. Lees zijn verhaal. Lees waarvoor hij zich inzet. En denk de volgende keer, als de scheidsrechter een verkeerde beslissing neemt of een tegenstander je bloed onder de nagels vandaan haalt, nog één seconde extra na voordat je iets roept. Misschien winnen we daardoor geen wedstrijd. Misschien levert het geen drie punten op. Maar het zou zomaar eens de mooiste overwinning kunnen zijn die het Nederlandse voetbal de komende jaren behaalt.