De supporter die geen supporter is

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

 

Jaren geleden zei iemand tegen mij: "Als je in Groningen woont, hoor je voor FC Groningen te zijn." Het werd uitgesproken alsof het een natuurwet was. Zoals regen nat is en de Wadden eb en vloed kennen. Ik vond het toen al een merkwaardige opmerking. Nu vind ik haar ronduit lachwekkend.

johan 1

Niet omdat FC Groningen een verkeerde club is. Integendeel. Elke club heeft recht op liefde. Maar liefde laat zich niet opleggen. Voetbal is geen dienstplicht. Bovendien bekruipt mij de laatste jaren steeds vaker een heel andere gedachte. Misschien wil ik wel helemaal nergens meer supporter van zijn. Niet van een club. Niet van een land. Niet van een groep.

Lees een willekeurige sportkrant en de vraag is niet meer wie er gewonnen heeft. De vraag is welke supporters zich deze week weer onmogelijk hebben gemaakt. Een jongetje van acht krijgt de schrik van zijn leven omdat hij een shirt draagt van de verkeerde club. Acht jaar. Een leeftijd waarop je nog gelooft, en hoopt, dat volwassenen verstandig zijn. Tot je er een paar tegenkomt die vinden dat een kinderlichaam een prima uitlaatklep is voor hun frustraties. En zij noemen zichzelf supporter. Ik niet.

Een spits krijgt doodsbedreigingen omdat hij in een fractie van een seconde besloot zelf te schieten in plaats van af te leggen. Denk daar eens rustig over na. Negentig minuten voetbal. Eén verkeerde beslissing. En vervolgens mogen hij en zijn vriendin vrezen voor hun veiligheid. Dat is geen passie. Dat heet geestelijke armoede.

Dan zijn er nog de vaste commissies van ontvangst. De mannen die na een nederlaag de spelersbus opwachten. Het zijn altijd dezelfde beelden. Capuchons. Boze gezichten. Veel geschreeuw. Veel borstklopperij. En altijd die wonderlijke overtuiging dat zij de club zijn.

Nee. Jullie zijn niet de club. De club is die vrijwilliger die al dertig jaar de koffie schenkt. De man die iedere maandag het trainingsveld maait. De vrouw achter de kassa. De jeugdtrainer die op woensdagmiddag twintig kinderen leert dat overspelen soms slimmer is dan zelf schieten. Dat zijn de mensen die een club dragen. Niet de schreeuwers die denken dat intimidatie hetzelfde is als betrokkenheid.

Het gekke is dat we alles zijn gaan normaliseren. Een speler wordt bedreigd. Ach ja. Hoort erbij. Een scheidsrechter moet onder politiebescherming naar huis. Kan gebeuren. Een kind wordt uitgescholden omdat hij een Ajax-shirt draagt in Den Haag

Jammer. We scrollen alweer verder. Wanneer zijn we dat normaal gaan vinden? Wanneer besloten we dat voetbal geen spel meer hoefde te zijn, maar een excuus mocht worden voor wangedrag?

Clubs helpen daar soms vrolijk aan mee. Ze spreken over "de emoties die hoog opliepen". Alsof emoties ineens een vrijbrief zijn. Alsof boos zijn betekent dat je alles mag. Onzin. Ik ben ook weleens kwaad. Maar ik ben opgevoed met het idee dat je je handen thuishoudt, je mond soms ook, en dat verliezen nu eenmaal onderdeel is van sport. Het lijkt wel alsof sommige supporters vergeten zijn dat spelers geen pionnen uit een computerspel zijn.

Het zijn mensen. Ze missen kansen. Ze geven verkeerde passes. Ze maken fouten. Net als de timmerman en ook de columnist. Alleen worden hun fouten niet door dertig camera's vastgelegd en binnen drie minuten voorzien van drieduizend toetsenbordhelden die precies weten hoe het had gemoeten. Het woord supporter betekent letterlijk iemand die ondersteunt.

Dat is een prachtig woord. Ondersteunen. Niet bedreigen. Niet intimideren. Niet slopen. Niet kinderen bang maken. Misschien moeten we eindelijk stoppen met die relschoppers supporters te noemen. Want woorden doen ertoe. Een pyromaan noemen we ook geen barbecueliefhebber. En iemand die spelers opwacht omdat hij zijn zin niet krijgt, is geen supporter. Hij is een lastpost. Behandel hem dan ook zo. Geen zielige interviews. Geen begrip voor een kleine minderheid die denkt dat een seizoenkaart automatisch recht geeft op onbehoorlijk gedrag.

Die minderheid kaapt het voetbal. En het verdrietige is dat de echte supporters de rekening betalen. De mensen die gewoon een middag met hun kinderen naar het stadion willen. Dus nee, vertel mij niet dat ik supporter hoor te zijn omdat ik ergens woon. Ik houd van voetbal. Nog steeds. Misschien zelfs meer dan ooit.

Maar hoe langer ik naar sommige zogenaamde supporters kijk, hoe minder ik behoefte heb om mijzelf één van hen te noemen. Want als dit supporterschap is, dan pas ik liever. Met liefde voor het spel. Maar met steeds minder geduld en respect voor de mensen die het kapotmaken.