Ode aan de vrijwilliger. En een spiegel voor de voetballer die het laat afweten.
Op 1 juli verdwijnt alles weer van Voetbal.nl. De standen. De uitslagen. De programma's. Alsof het seizoen nooit heeft bestaan. Alsof al die zaterdagen en zondagen worden uitgewist met één druk op de knop. Maar wat niet verdwijnt, zijn de herinneringen. En helaas ook de ergernis.

Want achter die verdwenen uitslagen schuilt een seizoen waarin opnieuw veel te vaak wedstrijden geen doorgang vonden. Niet omdat het veld onbespeelbaar was. Niet omdat de scheidsrechter niet kwam opdagen. Niet omdat de tegenstander niet kon reizen. Nee, simpelweg omdat een team niet genoeg spelers op de been kon brengen. Soms dagen van tevoren. Maar veel vaker op het allerlaatste moment. En daar mogen best eens harde woorden over worden gesproken.
Hoeveel vrijwilligers hebben in het seizoen 2025-2026 voor niets een veld speelklaar gemaakt? Hoeveel mensen hebben op vrijdagavond of zaterdagochtend de lijnen getrokken, de doelen gecontroleerd, de hoekvlaggen geplaatst en de kleedkamers schoongemaakt voor een wedstrijd die nooit gespeeld werd?
Hoeveel scheidsrechters hebben hun zaterdag vrijgehouden, een verjaardag afgezegd of een middag met hun gezin anders ingedeeld om vervolgens een telefoontje te krijgen dat de wedstrijd niet doorgaat?
Hoeveel kantinemedewerkers hebben broodjes gesmeerd, koffie gezet, frituurvet op temperatuur gebracht en inkopen gedaan voor een drukke voetbaldag die uiteindelijk veranderde in een stille middag?
Hoeveel wedstrijdsecretarissen hebben uren achter hun laptop gezeten om weer een afgelasting administratief af te handelen?
En hoeveel teleurgestelde tegenstanders stapten uiteindelijk niet in de auto, terwijl zij hun zaken wél op orde hadden? Daar hoor je eigenlijk niemand over.
Vanmorgen fietste ik langs het sportpark van vv Winsum. Iedereen die weet dat wij als inwoners van Ezinge in Winsum sporten, begrijpt waarom dat me altijd even doet kijken. Op het sportpark waren vier mannen aan het werk.
Geen camera's. Geen applaus. Geen social media-post. Gewoon vrijwilligers.
Mensen die er niet zijn omdat het moet, maar omdat ze vinden dat een vereniging alleen kan bestaan wanneer iedereen zijn steentje bijdraagt. Eén van hen zal zeker tachtig jaar zijn geweest. Een oud-voetballer. Gebogen over een stukje onkruid dat tussen de tegels vandaan moest. Dat beeld raakte me.
Want terwijl sommige spelers van twintig of vijfentwintig een wedstrijd afzeggen omdat ze een festival hebben, een avondje uit zijn geweest, "geen zin" hebben of denken dat één keer overslaan toch niet uitmaakt, loopt een man van tachtig jaar zonder klagen het sportpark netjes te houden. Dat verschil zegt eigenlijk alles.
Vrijwilligers kennen het woord afmelden bijna niet. Ze zijn er. Altijd. Regen. Wind. Vorst. Hitte. Ze staan er. Niet voor zichzelf. Maar voor de club. Voor de jeugd. Voor de senioren. Voor iedereen.
En juist daarom is het zo wrang dat sommige voetballers en voetbalsters de vereniging behandelen alsof het een sportschoolabonnement is.
Vandaag wel. Volgende week misschien. En anders zien we het wel. Een vereniging is geen Netflix-abonnement dat je even pauzeert wanneer het je niet uitkomt.
Voetbal is een teamsport. Dat betekent verantwoordelijkheid. Niet alleen voor jezelf, maar ook voor de tien medespelers die op jou rekenen. Voor de trainer die een hele week met een opstelling bezig is geweest. Voor de leider die iedereen weer achter de broek aan moest zitten. Voor de scheidsrechter. Voor de tegenstander.
En vooral voor al die vrijwilligers die ervoor zorgen dat jij überhaupt kunt voetballen.
Te vaak hoor je excuses die eigenlijk geen excuses zijn. "Ik had een feestje." "Ik ben een beetje moe." "Ik moet morgen vroeg weg." "Ik had andere plannen."
Dat zijn keuzes. Geen overmacht. En keuzes hebben gevolgen. Want jouw afmelding is misschien nét de druppel waardoor een heel team niet meer kan spelen. Dan is jouw keuze ineens niet meer alleen van jou. Dan raakt die meerdere mensen. Misschien moeten we ophouden met het normaal vinden. Misschien mag een trainer best eens zeggen dat het onacceptabel is. Misschien mag een bestuur daar ook iets van vinden. En misschien moeten medespelers elkaar daar vaker op aanspreken. Want wie iedere week op anderen rekent, moet zelf ook betrouwbaar zijn. Natuurlijk zijn er situaties waarin iemand niet kan spelen.
Blessures. Werk. Gezin. Ziekte.
Dat hoort bij het leven. Daar heeft iedereen begrip voor. Maar daar hebben we het niet over. We hebben het over de speler die zich pas op zaterdagmorgen afmeldt omdat hij eigenlijk iets leukers heeft gevonden. Over degene die een heel seizoen nauwelijks aanwezig is, maar aan het einde van het jaar wel verwacht dat hij erbij hoort. Over degene die de club vooral ziet als iets dat voor hem moet draaien.
Dat is geen verenigingsleven. Dat is consumentengedrag. En verenigingen gaan daar uiteindelijk aan kapot. Gelukkig zijn er nog altijd de vrijwilligers. Mensen die geen onderscheid maken tussen een eerste elftal of een jeugdteam. Mensen die geen applaus nodig hebben. Die gewoon doorgaan. Ook wanneer niemand kijkt. Zoals die oude vrijwilliger vanmorgen. Terwijl hij het onkruid verwijderde, dacht ik: hij verdient eigenlijk iedere week een volle tribune die voor hem applaudisseert.
Want zonder hem geen nette accommodatie. Geen bespeelbare velden. Geen schone kleedkamers. Geen lijnen. Geen doelnetten en dus geen voetbal.
Misschien zouden iedere speler en speelster aan het begin van het seizoen één ochtend verplicht mee moeten draaien met de onderhoudsploeg.
Lijnen trekken. Prullenbakken legen. Kleedkamers schoonmaken. Doelen verplaatsen. Onkruid wieden. Misschien ontstaat er dan iets wat steeds zeldzamer lijkt te worden: respect.
Respect voor mensen die niets vragen. Maar alles geven. Daarom eindigt deze column niet met kritiek. Maar met dankbaarheid. Dank aan alle vrijwilligers.
Aan de mensen die al veertig of vijftig jaar iedere week klaarstaan.
Aan de mannen en vrouwen die koffie schenken, velden onderhouden, jeugdteams rijden, wedstrijdformulieren regelen, scheidsrechters ontvangen en na afloop als laatste het licht uitdoen. Jullie zijn de ruggengraat van iedere voetbalvereniging.
En aan iedere voetballer of voetbalster die zich weleens om een onbenullige reden afmeldt, is er maar één boodschap. Loop eens een ochtend mee met die tachtigjarige vrijwilliger. Misschien begrijp je dan eindelijk wat clubgevoel werkelijk betekent.