Tijd voor een revolutie in de B-categorie van het amateurvoetbal
Wie tegenwoordig door de competities van het seniorenvoetbal in de B-categorie scrolt, kan moeilijk om één conclusie heen: het systeem kraakt aan alle kanten. Competities worden niet uitgespeeld, wedstrijden worden doordeweeks ingehaald, teams trekken zich terug en het aantal spelers dat bereid is om een volledig seizoen te investeren in een traditionele competitie neemt zichtbaar af. Toch blijven we vasthouden aan een opzet die steeds minder aansluit bij de werkelijkheid van het moderne amateurvoetbal. Misschien is het daarom tijd voor een fundamentele koerswijziging.

De signalen zijn overduidelijk. In de laagste regionen van het amateurvoetbal is de betrokkenheid van spelers sterk veranderd. Waar voetbal vroeger voor velen het vaste middelpunt van het weekend was, concurreren tegenwoordig talloze andere activiteiten om dezelfde vrije tijd. Werk, gezin, vakanties, sociale verplichtingen en andere hobby’s zorgen ervoor dat steeds minder spelers bereid zijn om bijna elk weekend beschikbaar te zijn.
Zelfs in de A-categorie hoor je steeds vaker dezelfde geluiden. Spelers geven aan dat ze na jaren prestatief voetbal iets anders willen gaan doen. Anderen kiezen bewust voor een vriendenteam waarin het sociale belangrijker is dan het competitie-element.
Het probleem ontstaat wanneer de competitieopzet niet meebeweegt. Het huidige systeem gaat nog altijd uit van een situatie die in veel gevallen niet meer bestaat. Teams moeten een lange competitie afwerken, terwijl steeds meer verenigingen moeite hebben om elke week voldoende spelers beschikbaar te krijgen. Het gevolg zien we overal terug: afgelastingen, verplaatsingen naar doordeweekse inhaalwedstrijden en uiteindelijk competities die hun sportieve waarde verliezen. Daarom is het tijd om de B-categorie volledig anders in te richten.
Een logische oplossing is het vormen van poules van zes teams. In zo’n opzet speelt iedere ploeg vijf wedstrijden voor de winterstop en vijf wedstrijden na de winterstop. In totaal dus slechts tien competitiewedstrijden per seizoen. Voor veel traditionele voetballiefhebbers klinkt dat misschien als een enorme vermindering, maar de praktijk laat zien dat veel teams nu al niet eens toekomen aan een volledig competitieprogramma. Wat heb je aan een competitie van twintig of meer wedstrijden als een aanzienlijk deel daarvan uiteindelijk wordt verplaatst, ingehaald of helemaal niet wordt gespeeld? Kwaliteit moet boven kwantiteit komen te staan.
Door de eerste vijf wedstrijden vóór 1 november af te werken ontstaat bovendien een natuurlijk moment voor de winterstop. Vanaf november tot april wordt er niet gevoetbald in competitieverband. Juist in die periode vinden de meeste afgelastingen plaats vanwege weersomstandigheden, slechte veldbezetting en beperkte beschikbaarheid van spelers.
Vanaf 1 april kan vervolgens een tweede reeks van vijf wedstrijden worden gespeeld. Het resultaat is een overzichtelijke, haalbare en aantrekkelijke competitie die beter aansluit bij de wensen van de moderne amateurvoetballer.
Het grote voordeel van deze aanpak is dat het mes aan twee kanten snijdt. Niet alleen ontstaat er meer rust en ruimte binnen het seniorenvoetbal, ook de jeugd profiteert direct. Op dit moment is het in veel gevallen nog steeds normaal dat kinderen van zes, zeven of acht jaar in de wintermaanden om 08.30 uur op een koud en donker sportpark aanwezig moeten zijn voor een wedstrijd. Dat is eigenlijk nauwelijks uit te leggen. Wanneer de senioren in de B-categorie minder beslag leggen op de beschikbare velden en wedstrijdmomenten, ontstaat er veel meer flexibiliteit in de planning. Verenigingen kunnen ervoor kiezen om op de speeldagen van de B-categorie geen wedstrijden voor de jongste jeugd in te plannen. Hierdoor verdwijnen de extreem vroege aanvangstijden en kunnen kinderen onder veel prettiger omstandigheden sporten. Dat levert niet alleen meer plezier op voor de spelers zelf, maar ook voor ouders, vrijwilligers en begeleiders. Tegenstanders zullen wellicht stellen dat tien wedstrijden per seizoen te weinig zijn. Maar die kritiek gaat voorbij aan de werkelijkheid. De vraag is niet hoeveel wedstrijden we idealiter zouden willen spelen. De vraag is hoeveel wedstrijden daadwerkelijk haalbaar en aantrekkelijk zijn voor de doelgroep van de B-categorie. Kijk simpelweg naar de huidige competities. Kijk naar de vele niet-uitgespeelde seizoenen. Kijk naar de enorme hoeveelheid avondwedstrijden die nodig zijn om achterstanden weg te werken. Kijk naar het aantal teams dat gedurende een seizoen afhaakt. Het antwoord staat letterlijk in de uitslagenlijsten. De huidige structuur sluit onvoldoende aan bij de behoeften van spelers en verenigingen.
Een moderne competitieopzet moet uitgaan van realisme. Van beschikbaarheid. Van plezier. Van haalbaarheid. Niet van nostalgie naar een tijd waarin spelers vanzelfsprekend elk weekend beschikbaar waren. Het amateurvoetbal heeft altijd zijn kracht gevonden in het vermogen om zich aan te passen aan maatschappelijke veranderingen. De sterke opkomst van het zaterdagvoetbal, de opkomst van de 35+- en 45+-competities en nieuwe wedstrijdvormen voor de jeugd zijn daar voorbeelden van. Een hervorming van de B-categorie past in precies diezelfde traditie.
Als we willen voorkomen dat steeds meer teams verdwijnen en steeds meer competities hun geloofwaardigheid verliezen, dan moeten we durven nadenken over een andere inrichting. Kleinschaliger, overzichtelijker en beter passend bij de wensen van de hedendaagse amateurvoetballer. Misschien klinkt het revolutionair. Maar als de huidige situatie jaar na jaar dezelfde problemen oplevert, is de echte vraag niet of verandering nodig is. De echte vraag is waarom we er nog steeds mee wachten.

De signalen zijn overduidelijk. In de laagste regionen van het amateurvoetbal is de betrokkenheid van spelers sterk veranderd. Waar voetbal vroeger voor velen het vaste middelpunt van het weekend was, concurreren tegenwoordig talloze andere activiteiten om dezelfde vrije tijd. Werk, gezin, vakanties, sociale verplichtingen en andere hobby’s zorgen ervoor dat steeds minder spelers bereid zijn om bijna elk weekend beschikbaar te zijn.
Zelfs in de A-categorie hoor je steeds vaker dezelfde geluiden. Spelers geven aan dat ze na jaren prestatief voetbal iets anders willen gaan doen. Anderen kiezen bewust voor een vriendenteam waarin het sociale belangrijker is dan het competitie-element.
Het probleem ontstaat wanneer de competitieopzet niet meebeweegt. Het huidige systeem gaat nog altijd uit van een situatie die in veel gevallen niet meer bestaat. Teams moeten een lange competitie afwerken, terwijl steeds meer verenigingen moeite hebben om elke week voldoende spelers beschikbaar te krijgen. Het gevolg zien we overal terug: afgelastingen, verplaatsingen naar doordeweekse inhaalwedstrijden en uiteindelijk competities die hun sportieve waarde verliezen. Daarom is het tijd om de B-categorie volledig anders in te richten.
Een logische oplossing is het vormen van poules van zes teams. In zo’n opzet speelt iedere ploeg vijf wedstrijden voor de winterstop en vijf wedstrijden na de winterstop. In totaal dus slechts tien competitiewedstrijden per seizoen. Voor veel traditionele voetballiefhebbers klinkt dat misschien als een enorme vermindering, maar de praktijk laat zien dat veel teams nu al niet eens toekomen aan een volledig competitieprogramma. Wat heb je aan een competitie van twintig of meer wedstrijden als een aanzienlijk deel daarvan uiteindelijk wordt verplaatst, ingehaald of helemaal niet wordt gespeeld? Kwaliteit moet boven kwantiteit komen te staan.
Door de eerste vijf wedstrijden vóór 1 november af te werken ontstaat bovendien een natuurlijk moment voor de winterstop. Vanaf november tot april wordt er niet gevoetbald in competitieverband. Juist in die periode vinden de meeste afgelastingen plaats vanwege weersomstandigheden, slechte veldbezetting en beperkte beschikbaarheid van spelers.
Vanaf 1 april kan vervolgens een tweede reeks van vijf wedstrijden worden gespeeld. Het resultaat is een overzichtelijke, haalbare en aantrekkelijke competitie die beter aansluit bij de wensen van de moderne amateurvoetballer.
Het grote voordeel van deze aanpak is dat het mes aan twee kanten snijdt. Niet alleen ontstaat er meer rust en ruimte binnen het seniorenvoetbal, ook de jeugd profiteert direct. Op dit moment is het in veel gevallen nog steeds normaal dat kinderen van zes, zeven of acht jaar in de wintermaanden om 08.30 uur op een koud en donker sportpark aanwezig moeten zijn voor een wedstrijd. Dat is eigenlijk nauwelijks uit te leggen. Wanneer de senioren in de B-categorie minder beslag leggen op de beschikbare velden en wedstrijdmomenten, ontstaat er veel meer flexibiliteit in de planning. Verenigingen kunnen ervoor kiezen om op de speeldagen van de B-categorie geen wedstrijden voor de jongste jeugd in te plannen. Hierdoor verdwijnen de extreem vroege aanvangstijden en kunnen kinderen onder veel prettiger omstandigheden sporten. Dat levert niet alleen meer plezier op voor de spelers zelf, maar ook voor ouders, vrijwilligers en begeleiders. Tegenstanders zullen wellicht stellen dat tien wedstrijden per seizoen te weinig zijn. Maar die kritiek gaat voorbij aan de werkelijkheid. De vraag is niet hoeveel wedstrijden we idealiter zouden willen spelen. De vraag is hoeveel wedstrijden daadwerkelijk haalbaar en aantrekkelijk zijn voor de doelgroep van de B-categorie. Kijk simpelweg naar de huidige competities. Kijk naar de vele niet-uitgespeelde seizoenen. Kijk naar de enorme hoeveelheid avondwedstrijden die nodig zijn om achterstanden weg te werken. Kijk naar het aantal teams dat gedurende een seizoen afhaakt. Het antwoord staat letterlijk in de uitslagenlijsten. De huidige structuur sluit onvoldoende aan bij de behoeften van spelers en verenigingen.
Een moderne competitieopzet moet uitgaan van realisme. Van beschikbaarheid. Van plezier. Van haalbaarheid. Niet van nostalgie naar een tijd waarin spelers vanzelfsprekend elk weekend beschikbaar waren. Het amateurvoetbal heeft altijd zijn kracht gevonden in het vermogen om zich aan te passen aan maatschappelijke veranderingen. De sterke opkomst van het zaterdagvoetbal, de opkomst van de 35+- en 45+-competities en nieuwe wedstrijdvormen voor de jeugd zijn daar voorbeelden van. Een hervorming van de B-categorie past in precies diezelfde traditie.
Als we willen voorkomen dat steeds meer teams verdwijnen en steeds meer competities hun geloofwaardigheid verliezen, dan moeten we durven nadenken over een andere inrichting. Kleinschaliger, overzichtelijker en beter passend bij de wensen van de hedendaagse amateurvoetballer. Misschien klinkt het revolutionair. Maar als de huidige situatie jaar na jaar dezelfde problemen oplevert, is de echte vraag niet of verandering nodig is. De echte vraag is waarom we er nog steeds mee wachten.