Weer een seizoen voor de prullenbak

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

 

Vier competities. Vier voorbeelden. Vier keer dezelfde conclusie: het seniorenvoetbal in de B-categorie is zichzelf opnieuw voorbijgelopen. Kijk alleen al naar de cijfers.
johan 1

In de 6e klasse poule 19 werd de competitie niet uitgespeeld. Van de tien ploegen kwamen er een paar tot achttien wedstrijden, twee teams speelden er zeventien en twee zelfs maar zestien. In de 6e klasse poule 4 is het beeld niet veel beter. Drie teams speelden twintig wedstrijden, zes ploegen negentien en twee clubs bleven steken op zeventien duels. De 5e klasse poule 12? Zeven teams kwamen twintig keer in actie, vier clubs negentien keer. En dan de 4e klasse poule 1. Zeven ploegen werkten twintig wedstrijden af, vier teams negentien.

Als je dit overzicht ziet, moet je eigenlijk lachen. Niet omdat het grappig is, maar omdat het inmiddels zo absurd is geworden dat je bijna niet anders meer kunt. Dit is geen incident. Dit is geen pech. Dit is geen uitzonderlijk seizoen. Dit is het nieuwe normaal geworden in het amateurvoetbal van de B-categorie. Competities worden niet uitgespeeld. Wedstrijden verdwijnen van het programma. Teams trekken zich terug. Clubs krijgen elftallen niet meer op de been. Tegenstanders staan voor niets klaar. Scheidsrechters rijden voor niets naar een sportpark. Vrijwilligers openen voor niets de kantine. En aan het einde van het seizoen haalt iedereen zijn schouders op en zegt: “Jammer, volgend jaar beter.” Maar waarom eigenlijk? Waarom accepteren we dit inmiddels alsof het de normaalste zaak van de wereld is?

Een competitie hoort een competitie te zijn. Dat klinkt misschien ouderwets, maar het is wel de basis van sport. Je schrijft je in, speelt je wedstrijden en aan het einde van de rit staat er een eindstand waar iedereen zich in kan vinden. Kampioenen promoveren. De onderste ploegen degraderen. Winnaars hebben iets gewonnen en verliezers hebben iets verloren. In grote delen van de B-categorie is dat principe ondertussen aardig uitgehold.

Want wat zegt een ranglijst nog wanneer niet iedereen evenveel wedstrijden heeft gespeeld? Wat zegt een kampioenschap nog wanneer een concurrent drie wedstrijden minder, of op papier, heeft afgewerkt? Wat zegt dit allemaal. Het antwoord is simpel: steeds minder.

Natuurlijk zijn er verzachtende omstandigheden. Clubs kampen met teruglopende ledenaantallen. Vrijwilligers zijn moeilijker te vinden. Studenten vertrekken naar de stad. Werkroosters veranderen. Blessures stapelen zich op. Iedereen kent de argumenten. Maar op een gegeven moment moet je ook durven constateren dat het systeem niet meer werkt zoals het bedoeld is.

Want laten we eerlijk zijn: hoeveel energie wordt er inmiddels verspild aan het organiseren van wedstrijden die uiteindelijk niet doorgaan? Hoeveel frustratie ontstaat er bij clubs die wél iedere week proberen een elftal op de been te brengen? Hoeveel spelers verliezen hun plezier wanneer ze voor de derde keer in een maand horen dat hun wedstrijd is afgelast omdat de tegenstander geen team heeft? Dat zijn geen kleine ergernissen meer. Dat zijn structurele problemen. Maar het meest opvallende is misschien nog wel de gelatenheid waarmee iedereen ermee omgaat. Bestuurders halen hun schouders op. Spelers halen hun schouders op. Clubs halen hun schouders op.

En na de zomer beginnen we weer opnieuw. Met dezelfde aantal teams. In dezelfde competities. Met dezelfde problemen. Alsof er niets aan de hand is. Maar er is wel degelijk iets aan de hand.

Want iedere niet-uitgespeelde competitie tast de geloofwaardigheid van het amateurvoetbal aan. Iedere terugtrekking ondermijnt de sportieve waarde van een seizoen. Iedere wedstrijd die niet wordt gespeeld, is een signaal dat de organisatie achter deze competities onder druk staat. De KNVB kan daar niet eindeloos voor wegkijken.

Misschien is het tijd om eerlijk te zijn over de toekomst van de B-categorie. Misschien zijn sommige poules simpelweg te groot geworden voor het aantal beschikbare spelers. Misschien moeten competities kleiner worden en moet er voor de winter maximaal 4 en na de winter 4 keer worden gespeeld. Misschien moeten er andere wedstrijdvormen komen. Misschien moet er veel harder worden opgetreden tegen teams die zich tijdens het seizoen terugtrekken. Wat de oplossing precies is, daar kun je over discussiëren. Waar je niet meer over kunt discussiëren, is dat het huidige model piept en kraakt.

De cijfers liegen niet. Vier competities. Geen daarvan volledig uitgespeeld. Dat zou in een uitzonderlijk seizoen al reden tot zorg zijn. Dat het inmiddels nauwelijks nog verbazing oproept, is misschien wel het grootste probleem van allemaal. Want op het moment dat chaos normaal wordt, verdwijnt de urgentie om iets te veranderen.

En dus dreigt volgend seizoen precies hetzelfde scenario. Een paar teams trekken zich terug. Een aantal wedstrijden wordt nooit gespeeld.

De eindstanden krijgen iets vaags En ergens in mei of juni maken we opnieuw de balans op en constateren we dat een competitie wederom geen echte competitie is geweest. Daar zouden we niet om moeten lachen. Daar zouden alle alarmbellen voor af moeten gaan.

Want voetbal draait uiteindelijk om spelen. Om winnen, verliezen, promoveren, degraderen en strijden voor punten. Niet om afgelastingen, terugtrekkingen en onafgemaakte ranglijsten.

Vier competities die niet worden uitgespeeld. Dat is geen detail in de marge van het amateurvoetbal.

Dat is een signaal.

De vraag is alleen of iemand nog bereid is ernaar te luisteren.