Supporter of schaduwbestuurder? Het voetbal wordt gegijzeld door de tribune
“Deze selectie was te goed om te degraderen.” Met die paar woorden meende een woordvoerder van een supportersgroep het ontslag van een trainer te kunnen verklaren. Alsof hij de technische evaluatie had geleid. Alsof hij de gesprekken met spelers had gevoerd. Alsof hij inzicht had in budgetten, blessures, interne conflicten, vormcurves en bestuurskeuzes. Maar vooral: alsof het zijn taak was. Het is een ontwikkeling die al jaren sluipend gaande is in het Nederlandse voetbal en inmiddels zorgwekkende vormen aanneemt. Supporters zijn allang niet meer alleen supporters. Ze gedragen zich steeds vaker als aandeelhouder zonder aandelen, bestuurder zonder verantwoordelijkheid en technisch directeur zonder kennis van zaken. En clubs laten het gebeuren
.

Neem het ontslag van Rick Kruys bij FC Volendam. Natuurlijk mag iedereen een mening hebben over zijn functioneren. Dat hoort bij voetbal. Dat is zelfs de charme van voetbal. De man op de tribune, de vrouw achter de bar, de taxichauffeur en de journalist; iedereen kijkt naar dezelfde wedstrijd en vormt een oordeel. Maar er zit een wereld van verschil tussen een oordeel hebben en denken dat jouw oordeel bepalend moet zijn voor beleid. Dat verschil lijkt verdwenen.
Een supporterswoordvoerder die publiekelijk uitlegt waarom een trainer terecht is ontslagen. Een supportersgroep die rechtstreeks contact onderhoudt met trainers en bestuurders. Supporters die vinden dat zij recht hebben op uitleg over personeelsbesluiten. Wanneer is dat normaal geworden?
Wanneer zijn we gaan accepteren dat mensen die geen enkele verantwoordelijkheid dragen voor de financiële, sportieve en organisatorische gevolgen van beleid zich gedragen alsof zij mede-eigenaar van de club zijn? Het antwoord is simpel: omdat clubs jarenlang zijn gezwicht voor de druk van de tribune.
Bestuurders zijn bang geworden. Bang voor spandoeken. Bang voor spreekkoren. Bang voor boze berichten op sociale media. Bang voor een groep van honderd man die voor de hoofdingang verschijnt. En dus wordt er geluisterd. Niet naar de meerderheid van de supporters, maar naar de luidruchtigste minderheid.
Voetbalwedstrijden worden niet gewonnen door de grootste mond op de tribune. Trainers worden niet beter omdat een supportersgroep vertrouwen uitspreekt. En beleidskeuzes worden niet verstandiger omdat een woordvoerder van een harde kern zijn zegen geeft. Sterker nog: de geschiedenis bewijst het tegendeel. Supporters zijn emotioneel. Dat is hun kracht. Maar precies daarom moeten zij geen beleid maken.
Op zaterdagavond moet een supporter boos kunnen zijn. Hij mag vloeken op een wissel. Hij mag een trainer ongeschikt vinden. Hij mag een bestuurder weg wensen.
We zien supporters die spelersbussen opwachten na een nederlaag. We zien delegaties die “gesprekken” voeren met spelersgroepen. We zien harde kernen die eisen stellen aan transfers, trainers en bestuurders. En het meest absurde is misschien nog wel dat veel mensen dit inmiddels normaal vinden. Stel je voor dat een groep klanten van een restaurant na een slechte maand de chef-kok thuis gaat uitleggen hoe hij moet koken.
Stel je voor dat seizoenkaarthouders van een theater bepalen welke acteurs ontslagen moeten worden. Iedereen zou direct zien hoe krankzinnig dat is. In het voetbal vinden we het kennelijk acceptabel. De gevolgen worden steeds zichtbaarder.
Trainers werken onder een permanente druk die niets meer met sport te maken heeft. Niet alleen resultaten tellen mee, maar ook de stemming van supportersgroepen. Bestuurders nemen beslissingen met één oog op de begroting en het andere oog op sociale media. En ondertussen ontstaat de illusie dat supporters altijd gelijk hebben.
Dat is natuurlijk onzin. Als supporters altijd gelijk hadden, zou iedere club kampioen worden. Dezelfde tribunes die vandaag een trainer wegsturen, dragen hem morgen op de schouders.
Rick Kruys is daar een perfect voorbeeld van. Als die bal van Robert Mühren via de paal binnenvalt in plaats van naast, blijft Volendam misschien in de Eredivisie. Dan wordt Kruys geprezen om zijn vechtlust, zijn werkwijze en zijn karakter. Het verschil tussen held en mislukkeling bedraagt soms drie centimeter aluminium. Maar achteraf wordt gedaan alsof het allemaal logisch en voorspelbaar was.
Alsof degradatie automatisch betekent dat een trainer gefaald heeft. Alsof voetbal een exacte wetenschap is. Het is lachwekkend. En tegelijk gevaarlijk. Want de volgende trainers staan alweer klaar voor hetzelfde circus.
Anthony Correia zal bij FC Utrecht niet alleen worden beoordeeld op resultaten, maar ook op sentiment. Dick Lukkien zal merken dat verwachtingen sneller groeien dan realisme. Johan Plat en Henk Brugge zullen ontdekken dat succes van hun voorgangers vooral leidt tot onmogelijke vergelijkingen. Dat is het moderne voetbal. Niet de wedstrijd staat centraal. Niet de ontwikkeling van spelers. Niet de lange termijn. Maar de waan van de dag. De luidste mening. De grootste verontwaardiging. En clubs werken daar zelf aan mee door supportersgroepen een status te geven die ze nooit hadden moeten krijgen.
Laat één ding duidelijk zijn: supporters zijn het hart van een club. Zonder supporters bestaat betaald voetbal niet. Hun passie, hun trouw en hun emotionele investering zijn onbetaalbaar. Maar zodra supporters gaan bepalen wie trainer wordt, wie ontslagen wordt en welke koers een club moet varen, is het eind zoek En dat loopt zelden goed af. Supporters moeten zingen, juichen, mopperen, bekritiseren en hun club steunen. Bestuurders moeten besturen. Trainers moeten trainen. Technisch directeuren moeten selecties samenstellen. Iedereen zijn rol.
Dat was jarenlang de kracht van het voetbal. Nu lijkt het alsof steeds meer mensen denken dat een seizoenkaart automatisch recht geeft op invloed. Dat is geen betrokkenheid. Dat heet zelfoverschatting. En zolang clubs blijven luisteren naar degenen die het hardst schreeuwen, zullen de echte problemen niet verdwijnen. Dan wordt het voetbal geen sport meer. Dan wordt het een permanente ‘volksvergadering’ waarin iedereen denkt dat hij de trainer, technisch directeur en voorzitter tegelijk is. Met voorspelbaar rampzalige gevolgen zoals als volgende club ze nu bij Volendam gaan beleven..