Het was weer fijn langs de lijn. Maar niet echt.

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Maandagmorgen, op de sportschool. De standaardvraag: ,,En, leuk weekend gehad Johan ?” Het is zo’n vraag waar eigenlijk maar één antwoord op verwacht wordt. Iets met “prima”, “lekker rustig” of “mooie wedstrijden gezien”. Maar dit keer kwam er iets anders uit. Iets eerlijks. “Nee, ik heb geen leuk weekend gehad.”

jopie 2

En dat had alles te maken met wat er zich langs de lijn afspeelt. Of beter gezegd: wat zich daar níet afspeelt. Want het voetbal lijkt steeds vaker bijzaak. Het decor is er nog: een veld, twee doelen, 22 spelers en een scheidsrechter. Maar daaromheen loopt een groeiende groep mensen rond waarvan je je serieus begint af te vragen waarom ze er eigenlijk zijn. Afgelopen weekend was daarin helaas geen uitzondering. In Eenrum, bij het duel tussen de thuisploeg en ZEC, begon het al. Mensen langs de lijn die geen idee hebben wat er op het veld gebeurt. Die het spel niet volgen, geen oog hebben voor wat zich tussen de lijnen afspeelt, maar wel voortdurend aanwezig zijn met commentaar. Hard, ongenuanceerd en vaak compleet losgeslagen van de realiteit.
Natuurlijk, voetbal is emotie. Voetbal is roepen, reageren, meeleven. Dat hoort erbij. Sterker nog: dat maakt het juist mooi, zeker op amateurniveau. Maar wat je steeds vaker ziet, heeft niets meer met betrokkenheid te maken. Het is geschreeuw om het schreeuwen. Onzin, gevoed door alcohol en een gevoel van onaantastbaarheid.

Een dag later, in Usquert bij het duel tegen Woltersum, werd pijnlijk duidelijk waar dat toe kan leiden. Wat begint als wat geroep en misplaatste opmerkingen, kan in no-time escaleren. En dat gebeurde dus ook. Letterlijk. Een jasje ging uit, een bril werd afgezet, en voor je het wist stond iemand klaar om een ander een pak slaag te geven. Op zo’n moment hoop je nog heel even dat het een slechte grap is. Dat je naar een soort van toneelstuk kijkt. Iets wat zo overdreven is dat het niet echt kan zijn. Een scène die zo uit Jiskefet lijkt te komen. Maar die illusie verdwijnt snel. Want dit was geen satire maar realiteit langs de lijn bij het amateurvoetbal.

En die realiteit is heel erg triest

Want laten we eerlijk zijn: Een normaal iemand komt voor dit soort gedrag naar het voetbalveld. Je komt voor de wedstrijd. Voor het dorpsgevoel. Voor de praatjes langs de lijn, de herkenning, de sociale contacten. Zeker in de lagere klassen, waar het niveau niet hoog ligt, maar waar de charme juist zit in de sfeer eromheen. Die sfeer was er ook. In Eenrum, in Usquert. Gelukkig wel. Er zijn nog steeds genoeg mensen die komen voor waar het echt om draait. Die genieten van het spel, hoe rommelig of onvoorspelbaar het soms ook is. Die het gesprek zoeken, lachen, napraten. Die begrijpen dat voetbal meer is dan alleen negentig minuten. Maar die groep lijkt steeds vaker overschaduwd te worden door een andere categorie, die ik met alle plezier ‘mafklappers’ noem. Mensen die zich langs de lijn gedragen alsof ze op een vrijplaats staan waar alles maar kan. Waar geen grenzen zijn. Waar alcohol de boventoon voert en fatsoen het eerste slachtoffer is. En dat is zorgelijk.

Want wat er in Usquert gebeurde, is geen incident meer. Het is een signaal. Een teken dat de grens bereikt is, of misschien al wel overschreden. Dat het niet langer gaat om een verdwaalde schreeuwlelijk, maar om een cultuur die langzaam maar zeker de verkeerde kant op beweegt. Voor mij persoonlijk was het in ieder geval genoeg. In achttien jaar als verslaggever ben ik nog nooit eerder bij een wedstrijd vertrokken. Nooit. Wat er ook gebeurde, hoe slecht het spel ook was, hoe matig de weersomstandigheden soms ook waren en zelf niet bij niet fit zijn, ik bleef. Altijd. Tot afgelopen zondag.

Omdat het simpelweg niet meer de moeite waard was. Omdat de ergernis het won van het plezier. Omdat je je afvraagt waar je eigenlijk naar staat te kijken. Niet op het veld, maar ernaast. En dat is misschien wel het meest trieste van alles.

Voetbal hoort te verbinden. Hoort mensen samen te brengen. Hoort een plek te zijn waar iedereen zich welkom voelt. Maar als het langs de lijn steeds vaker gaat om geschreeuw, provocatie en zelfs fysieke confrontaties, dan gaat er iets fundamenteel mis. De vraag is dan ook niet óf er iets moet gebeuren, maar wanneer. Want als er geen duidelijke grenzen worden gesteld, gaat dit alleen maar verder escaleren. En ja, dat betekent ook dat er gekeken moet worden naar maatregelen die misschien niet populair zijn, maar wel noodzakelijk. Zoals het beperken of zelfs verbieden van alcoholgebruik buiten de kantine. Niet omdat een biertje op z’n tijd niet kan. Dat kan en mag zeker omdat gezelligheid niet verboden moet worden. Maar omdat de balans zoek is. Omdat er een punt komt waarop tolerantie omslaat in naïviteit. En dat punt lijkt bereikt.

Want “het is niet fijn langs de lijn” mag geen terugkerend thema worden. Niet voor spelers, niet voor scheidsrechters en zeker niet voor de mensen die gewoon willen genieten van een middagje voetbal. Het moet niet gekker worden.

Maar als er door clubs, en misschien zelfs de KNVB niet ingegrepen wordt, gaat dat wel gebeuren.