Veel scheidsrechters zijn nog niet klaar voor de tweede seizoenshelft.

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Een beetje een chargerend artikel over een onderwerp, hoe zou het met de fitheid van vooral de scheidsrechters in de lagere regionen van het amateurvoetbal zijn.


jopie 2

Dit weekend gaat het amateurvoetbal, zij het mondjesmaat, weer van start. De winterstop is voorbij. De bal rolt opnieuw over de velden, de kleedkamers ruiken weer naar tijgerbalsem en nat gras, en langs de lijn verzamelen zich weer hoop, frustratie en ongevraagd commentaar. Spelers hebben wekenlang toegewerkt naar dit moment, trainers hebben schema’s aangepast en selecties voorbereid. Maar naast de voetballers keren ook de scheidsrechters terug. De mannen en vrouwen die geacht worden het spel in goede banen te leiden.

Na een maand, soms langer ,van relatieve rust mogen zij de fluit weer hanteren. Rust die bij velen niet zozeer bestond uit actief herstel of onderhoud van de conditie, maar vooral uit gourmetschalen, oliebollen, borrels en bankhangen. Dat mag. Laat dat duidelijk zijn. Het is iedereen gegund om even gas terug te nemen. Maar wie een wedstrijd wil leiden, moet ook kunnen lijden. En dat begint onvermijdelijk bij fitheid. Een scheidsrechter die niet goed mee kan lopen, kan het spel simpelweg niet goed beoordelen. Zo eenvoudig is het. Beslissingen worden zelden fout genomen uit kwade wil, maar vaker omdat iemand te laat is. Te ver van het duel staat. Omdat hij of zij moet vertrouwen op “wat ik dacht te zien” in plaats van wat er daadwerkelijk gebeurde. Dat is geen kwestie van interpretatie of spelinzicht, dat is een kwestie van conditie.

Ik sta regelmatig langs de lijn bij wedstrijden in de vierde en vijfde klasse. En eerlijk gezegd heb ik er een zwaar hoofd in. Het aantal scheidsrechters dat zichtbaar moeite heeft om het tempo bij te houden, is zorgwekkend. Sprintjes worden korte dribbels. Omschakelmomenten worden gokmomenten. En bij twijfel? Dan wint vaak het gemak: niet fluiten, of juist wel fluiten om de rust te bewaren. Beide keuzes zijn begrijpelijk, maar zelden juist.

Wat het extra wrang maakt, is dat ook deze arbiters een vergoeding ontvangen. Geen vetpot, maar wel geld. En bij een vergoeding hoort verantwoordelijkheid. Voetballers betalen contributie, trainen twee tot drie keer per week, doen kracht- en conditietraining en krijgen soms zelfs individuele schema’s mee. Teams huren sporthallen, bezoeken sportscholen en plannen oefenwedstrijden om klaar te zijn voor de tweede seizoenshelft.

En de scheidsrechters?

Die zie je nauwelijks. Geen centrale wintertrainingen. Geen gezamenlijke looptrainingen. Geen zichtbare voorbereiding, geen verhalen, geen betrokkenheid. Natuurlijk zijn ze er wel: die ene scheidsrechter die wél loopt, fietst, zwemt of zijn intervaltraining doet. Maar laten we eerlijk zijn: dat is eerder uitzondering dan regel, zeker in de lagere regionen van het amateurvoetbal.

Wat ik misschien nog wel het meest onbegrijpelijk vind, is dat juist van scheidsrechters op leeftijd iets anders verwacht zou mogen worden. Wetenschappelijk is allang bewezen dat het zicht achteruitgaat naarmate de jaren verstrijken. Reactiesnelheid neemt af. Herstel duurt langer. Dat is geen aanval, geen diskwalificatie, dat is mijn eigen ervaring als bijna 69-jarige. En juist daarom zouden conditie, positionering en loopvermogen voor scheidsrechters nóg belangrijker moeten worden.

Maar wat zien we in de praktijk? Vertrouwen op ervaring. Vertrouwen op “ik heb het wel gezien”. Vertrouwen op ogen die het tempo niet meer aankunnen en benen die dat al helemaal niet doen. Ervaring is waardevol, absoluut. Maar ervaring zonder fitheid is als een scheidsrechter zonder fluit: je staat erbij, maar je mist het instrument om het spel goed te begeleiden.

Begrijp me goed: dit is geen pleidooi tegen oudere scheidsrechters. Integendeel. Ervaring is goud waard. Rust, communicatie, spelgevoel en mensenkennis leer je niet in een sportschool. Maar ervaring moet ondersteund worden door fysieke paraatheid. Zonder dat fundament stort alles vroeg of laat in.

Wie zich aanbiedt om een wedstrijd te fluiten, zeker tegen betaling ,moet zichzelf een eerlijke vraag stellen: ben ik er klaar voor? Niet mentaal, maar fysiek. Kan ik meelopen? Kan ik sprinten als het moet? Kan ik negentig minuten scherp blijven, ook in de slotfase? Zo niet, dan doe je niet alleen jezelf tekort, maar ook het spel.

Het amateurvoetbal verdient een scheidsrechter die dichtbij het duel staat. Trainers verdienen iemand die beslissingen kan uitleggen zonder naar adem te happen. En het publiek verdient het gevoel dat een wedstrijd geleid wordt, niet overleefd.

De tweede seizoenshelft is begonnen. Voor veel scheidsrechters helaas zonder echte voorbereiding. En dat stoort mij enorm. Want wie geld ontvangt voor een taak, hoort daarin te investeren. In tijd. In inzet. En ja, ook in fitheid. De fluit pakken is makkelijk. Het spel bijbenen niet.