Binnen een club is niemand onmisbaar

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Binnen een club is niemand onmisbaar

Binnen een club is niemand onmisbaar. Het staat misschien hard, het klinkt voor sommigen ongemakkelijk, maar het is de absolute waarheid. Sterker nog: zodra mensen binnen een vereniging wél gaan denken dat zij onmisbaar zijn, begint het verval. Niet altijd direct zichtbaar, vaak sluipend, maar uiteindelijk onvermijdelijk.

jopie 2


Vrijwilligers zijn de ruggengraat van iedere club. Zonder twijfel. Er zijn mensen die bergen werk verzetten, taken oppakken waar anderen met een grote boog omheen lopen en daar vaak ook nog eens weinig erkenning voor krijgen. Dat verdient respect. Maar wat het níet verdient, is een verheven status. Vrijwilliger zijn is geen vrijbrief om je boven de club te plaatsen, eigen regels te hanteren of beslissingen te nemen zonder overleg “omdat het altijd zo is gegaan”.

Juist daar gaat het mis. Een vereniging die haar ziel en zaligheid in handen legt van één persoon, hoe kundig of betrokken diegene ook lijkt, neemt een enorm risico. Het is verleidelijk, zeker. “Hij regelt het wel.” “Zij weet hoe het moet.” “Daar hoeven we ons geen zorgen over te maken.” Tot het moment komt waarop blijkt dat die persoon vooral zijn eigen gelijk heeft georganiseerd.

Het gevolg? Zaken blijven liggen. Of worden half opgepakt. Of verkeerd aangepakt. En de dupe is zelden degene die de fout maakt, maar vrijwel altijd een team. Of erger nog: kinderen.

Dat werd deze week opnieuw pijnlijk duidelijk bij een club waar iets níet werd opgepakt terwijl dat juist wel had gemoeten. Geen kwade wil, zo lijkt het. Wel een verschil van inzicht. En vooral: een schrijnend gebrek aan overleg. Overleg dat structureel ontbreekt zodra één persoon te veel ruimte krijgt en te weinig tegenspraak.

Het ging hier om een zeer jong jeugdteam. Een leeftijdscategorie waar plezier, ontwikkeling en continuïteit centraal zouden moeten staan. Voor de wintermaanden januari en februari was een prima alternatief mogelijk. Niet elke week, maar wel met regelmaat. En met een beetje creativiteit had er zelfs op de overige zaterdagen nog iets georganiseerd kunnen worden.

Maar ook daar wringt het. Creativiteit. Initiatief. Meedenken. Het lijkt bij sommige leiders en trainers volledig verdwenen. Zeker bij de jongere jeugd. Waar het vroeger ondenkbaar was dat je in de wintermaanden niets voor je team deed, lijkt het nu steeds vaker de norm te worden om achterover te leunen en te wijzen naar “de club”.

Vroeger, en ja, dat mag best gezegd worden, was een trainer of leider, ja ook ik, voortdurend bezig. Niet omdat het moest, maar omdat je verantwoordelijkheid voelde. Voor je team. Voor de kinderen. Voor hun plezier. Je dacht vooruit. Je zocht oplossingen. Je organiseerde iets extra’s. Juist in de winter.

Tegenwoordig lijkt het soms alsof alles moet worden voorgekauwd. Alsof initiatief verdacht is. En alsof degene die toevallig een functie bekleedt automatisch het laatste woord heeft, ook als die persoon aantoonbaar verkeerd zit.

En dan ontstaat het echte probleem: reparatiewerk. Onnodig reparatiewerk. Dingen die achteraf rechtgezet moeten worden omdat er vooraf niet is nagedacht. Omdat er geen overleg is geweest. Omdat iemand de vrijheid kreeg om een foute beslissing te nemen zonder dat iemand ingreep.

Dat is funest voor een vereniging.

Want laten we één ding helder stellen: in een competitie waar geen uitslagen en standen worden bijgehouden ,en dat geldt voor de jongste jeugd, kun je fase 3, de zogeheten voorjaarscompetitie in januari, februari en begin maart, gewoon overslaan. Zeker met een JO7-team. Dat is geen mening, dat is een feit. Dat weet iedereen die zich daadwerkelijk verdiept in de opzet van het jeugdvoetbal. En ja, dat behoort ook iemand die zichzelf ‘onmisbaar’ acht gewoon te weten.

Het probleem is niet dat er fouten worden gemaakt. Dat gebeurt overal. Het probleem is dat er geen ruimte meer lijkt te zijn om elkaar te corrigeren. Om vragen te stellen. Om samen tot betere oplossingen te komen. Zodra één persoon boven de club wordt geplaatst, verdwijnt die ruimte.

Een gezonde vereniging zorgt voor spreiding van verantwoordelijkheden. Voor transparantie. Voor overleg. En vooral: voor het besef dat iedereen vervangbaar is. Niet omdat mensen niets voorstellen, maar juist omdat de club groter is dan wie dan ook

Niemand is onmisbaar. Wie dat wél denkt, is vaak degene die het meeste schade aanricht. En wie dat durft te benoemen, is uiteindelijk degene die het beste voor heeft met de club. Met de teams. En met de kinderen, waar het allemaal om zou moeten draaien.