Twaalf jaar verder en er is niets veranderd.

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

In november 2013 verscheen op X (toen nog Twitter) een korte maar veelzeggende noodkreet van een Twitteraar. Gericht aan @KNVBNoord stelde hij dat het afgelasten van wedstrijden wel erg gemakkelijk was geworden. Op vrijdagmiddag kon je volgens hem al beginnen met aftellen: wie zou er dit weekend weer niet spelen? Zijn conclusie was helder en scherp: sancties moesten terugkeren, want spelers en ouders werden opgevoed met het idee dat op het laatste moment afzeggen normaal was. Het plezier verdween. Tijd voor actie..


jopie 2

We zijn inmiddels januari 2026. Iets meer dan twaalf jaar verder. En de pijnlijke vraag is: wat is er werkelijk veranderd? Wie tegenwoordig op zaterdagochtend een rondje maakt langs sociale media, clubapps of websites van verenigingen, ziet het antwoord vrijwel direct. Een hoeveelheid afgelastingen waar je bijna verdrietig van wordt. Niet vanwege sneeuw, vorst, hoosbuien, stormen en dus onbespeelbare velden, maar simpelweg omdat teams geen elftal (of zevental) op de been kunnen brengen. Vooral in de B-categorie van het seniorenvoetbal is het structureel ontspoord. De standen spreken boekdelen: ploegen die halverwege het seizoen drie wedstrijden meer of minder hebben gespeeld dan directe concurrenten. Competities die sportief hun waarde verliezen nog vóórdat de lente begint.

De oorzaken zijn al jaren bekend, maar worden te vaak, zeg maar gerust zelden , echt benoemd. “We hebben op papier een selectie van vijfentwintig spelers, maar vandaag waren er acht beschikbaar.” Het is een uitspraak die je op menig sportpark hoort, uitgesproken met een mengeling van berusting en ongeloof. Een simpele rekensom leert dat zeventien spelers afwezig waren. Zeventien. Dan moet je je als team, maar zeker ook als vereniging, achter de oren krabben. Niet over voetbaltechnische zaken, maar over iets fundamentelers: de bereidheid om onderdeel te zijn van een teamsport.

Want daar wringt het steeds vaker. Teamsport veronderstelt verplichting. Aanwezigheid. Rekening houden met elkaar. Maar in de praktijk is voetbal voor velen verworden tot een vrijblijvende vrijetijdsbesteding, die moeiteloos plaatsmaakt voor verjaardagen, weekendjes weg, festivals, werk, “lichte pijntjes” of simpelweg geen zin. Het collectief delft het onderspit tegen het individu.

Al jaren geleden was zichtbaar hoe externe factoren ,Sinterklaasintocht(en), koopzondagen of andere sociale evenementen, extra afwezigheid zouden veroorzaken. Wie dat benoemde, kreeg steevast te horen dat het “wel mee zou vallen”. Maar de realiteit bleek voorspelbaar. Elk jaar opnieuw. De kalender vol andere activiteiten wint het van het voetbal.

De KNVB ziet het, maar grijpt niet in. Of beter gezegd: grijpt vooral níét in waar het pijn zou doen. Sancties zijn afgeschaft, afgezwakt of vervangen door goedbedoelde richtlijnen en pilots. Teams krijgen uitstel, dispensatie of zelfs volledige speeldagen vrij. Het pamperen is beleid geworden. In plaats van normstelling is er begrip. In plaats van handhaving is er flexibiliteit. Dat klinkt sympathiek, maar het ondermijnt de kern van de sport.

Het contrast met het verleden is groot. Een vrij weekend voelde ooit als een zeldzaamheid. Tegenwoordig ervaren veel spelers het als last wanneer ze meerdere weken achter elkaar moeten spelen. Zeker in de B-categorie. Blessures schieten dan ineens als paddenstoelen uit de grond. Op internet circuleren eindeloze lijstjes met mogelijke kwaaltjes, waardoor afwezigheid altijd wel “gedekt” kan worden. Controle ontbreekt. Vertrouwen wordt misbruikt.

Het probleem beperkt zich niet tot het amateurvoetbal. Ook op hoger niveau zie je een doorgeschoten protocolcultuur, waarin regels belangrijker lijken dan gevoel en context. Zo werd recent nog een profwedstrijd tijdelijk gestaakt omdat supporters teksten richting de bond scandeerden. Of je dat netjes vindt of niet, het toont een bredere tendens: angst om af te wijken, angst om niet te volgen wat is voorgeschreven. En als dat de mentaliteit is aan de top, waarom zou je dan onderin verwachten dat er wél hard wordt ingegrepen?

Wat vooral ontbreekt, is leiderschap. Een bond die durft te zeggen: meedoen betekent meedoen. Niet wanneer het uitkomt, maar structureel. Teams die zonder geldige reden niet opkomen, moeten consequenties voelen. Niet om te straffen, maar om te beschermen wat dreigt te verdwijnen: competitie, gelijkwaardigheid en spelplezier.

Want laten we daar eerlijk over zijn. Het grootste slachtoffer van deze ontwikkeling is niet de KNVB, niet de scheidsrechter en zelfs niet het bestuur. Het zijn de spelers die wél komen opdagen. Die hun zaterdag vrijhouden. Die zich voorbereiden op een wedstrijd die er uiteindelijk niet komt. En het zijn de vrijwilligers die elke week weer proberen de boel draaiende te houden.

De frustratie die de Twitteraar  uitsprak, is anno 2026 alleen maar gegroeid. En misschien is dat wel het meest zorgelijke. Dat zoveel mensen zich erbij hebben neergelegd. Dat afgelastingen zijn genormaliseerd. Dat het idee van verplichting binnen een teamsport bijna ouderwets klinkt.

Voor sommigen is dat reden geweest om te stoppen. Om het voetbal vaarwel te zeggen, niet uit afkeer van het spel, maar uit teleurstelling in de randvoorwaarden. En dat zou de bond zich moeten aantrekken. Want regels, pilots en beleidsnota’s zijn uiteindelijk waardeloos als ze het probleem waar iedereen het over heeft niet durven aan te pakken.

De vraag is dus niet óf het tijd is voor actie. Die vraag is al meer dan tien jaar niet beantwoord. De vraag is of iemand bij de KNVB de moed heeft om die actie ook echt in te zetten.