De kerstboom van Co… waarom niet?
Gisteravond, op het moment dat de kerstdagen al bijna achter ons lagen en het eerste vuurwerk ook in Ezinge hoorbaar was, zond ESPN op het open kanaal opnieuw de documentaire De kerstboom van Co uit. Een verhaal over het systeem dat Co Adriaanse in het seizoen 1988-1989 introduceerde bij FC Den Haag en dat de club via promotie naar de eredivisie bracht.

Ik had de documentaire al eens gezien – ESPN is niet vies van herhalingen – maar dit keer bleef ik hangen. Misschien omdat Martine geconcentreerd bezig was met het tekenen van oren, neuzen, monden en ogen. Misschien ook omdat sommige dingen, net als voetbalideeën, nooit helemaal verdwijnen.
De kerstboom verdween nooit echt uit mijn hoofd. Ooit speelde ik zelf met een team in dat systeem. Niet uit romantiek of nostalgie, maar uit pure noodzaak. Met een veredeld B-elftal moesten we bij de A-junioren aantreden en werden we in de eerste twee wedstrijden in een klassiek 4-4-2-systeem compleet kleurenblind gespeeld. We kwamen overal te laat, verloren elk duel op het middenveld en liepen voortdurend achter de feiten aan.
Daar hadden we samen geen zin in. Dus gooiden we het om. Het werd 1-4-3-2-1, de kerstboom. Compact, logisch, duidelijk. Wat volgde was verrassend effectief. Tot aan de winterstop verloren we geen wedstrijd meer en stonden we, in een toen nog volledige competitie, keurig zesde. Met minder individuele kwaliteit, maar met meer structuur, duidelijkheid en vertrouwen.
Het verhaal kreeg geen mooi einde. In de winterstop bleek dat binnen de club andere prioriteiten golden dan de ontwikkeling van een jeugdteam. Dat was voor mij het moment om conclusies te trekken en de deur,letterlijk en figuurlijk,achter me dicht te trekken. Maar het systeem bleef. Het idee bleef.
En gisteravond, kijkend naar die documentaire, dacht ik opeens: ik hoop dat er trainers in onze regio zijn die dit ook zien. Trainers die even loskomen van modewoorden en vastgeroeste overtuigingen. Trainers die zich durven afvragen: past wat ik wil eigenlijk wel bij wat ik héb?
Toevallig sprak ik woensdag tijdens een wandeling met Bietsj een oud-voetballer. Zonder dat ik het onderwerp aansneed, zei hij het zelf: “Ik zie ploegen systemen spelen waarvan ik denk: dit past totaal niet bij die spelers.” Dat gevoel herken ik. Zeker op Het Hogeland, waar ik wekelijks teams zie die vaak iets proberen te zijn wat ze simpelweg niet zijn.
De wijze les van Dick Advocaat blijft actueel: een goed huis begint bij een stevig fundament. Geen hogere wiskunde, geen romantiek, maar realisme.
Zelfs in de vijfde klasse hoor je tegenwoordig termen als hoog druk zetten, backs die hoog moeten staan en voetballend oplossen. Prachtig, als je daar de spelers voor hebt. Maar als die backs vooral beschikken over een “op goed geluk”-voorzet en bij balverlies twintig meter ruimte in hun rug laten liggen, dan is dat geen modern voetbal. Dan is dat vragen om problemen.
Het kerstboom-systeem van Co Adriaanse, ruim 25 jaar geleden bedacht, is in essentie juist het tegenovergestelde. Het is compact. Het is duidelijk. Het dwingt spelers om dicht bij elkaar te spelen, om elkaar te helpen, om in lijnen te denken in plaats van in individuele opdrachten.
Voor clubs onderin de ranglijst,en ja, ook in het amateurvoetbal,zou dit systeem zomaar eens een reddingsboei kunnen zijn. Niet omdat het magisch is, maar omdat het logisch is. Drie middenvelders die de as dicht houden. Twee spelers daarvóór die kunnen aansluiten of inzakken. Eén spits die niet alles alleen hoeft te doen, maar weet dat er altijd steun in de buurt is.
Het vraagt discipline, zeker. Het vraagt trainers die durven kiezen voor zekerheid in plaats van mooi weer spelen. Maar het levert rust op. Houvast. En vooral: herkenbaarheid.
Te vaak zie ik ploegen die in balbezit groot willen spelen en bij balverlies uit elkaar vallen. Ploegen die denken dat ze moeten spelen zoals op televisie, terwijl hun realiteit die van een drassig veld, beperkte trainingsuren en wisselende beschikbaarheid is. Dan is eenvoud geen zwakte, maar een kracht. De kerstboom is geen stap terug. Het is een stap naar passend voetbal. Naar voetbal dat klopt met de spelers, met de competitie, met de omstandigheden. Co Adriaanse begreep dat toen al. Hij keek niet naar wat hip was, maar naar wat nodig was. Misschien is het tijd dat we dat weer eens doen. Niet alleen bij profclubs, maar juist ook daar waar voetbal nog puur is. Op trainingsvelden waar lichtmasten knipperen, waar tactiek soms overschreeuwd wordt door enthousiasme, maar waar structuur het verschil kan maken tussen meedoen en ondergaan.
De kerstboom van Co… waarom niet? Soms ligt de toekomst gewoon in een goed idee uit het verleden.

Ik had de documentaire al eens gezien – ESPN is niet vies van herhalingen – maar dit keer bleef ik hangen. Misschien omdat Martine geconcentreerd bezig was met het tekenen van oren, neuzen, monden en ogen. Misschien ook omdat sommige dingen, net als voetbalideeën, nooit helemaal verdwijnen.
De kerstboom verdween nooit echt uit mijn hoofd. Ooit speelde ik zelf met een team in dat systeem. Niet uit romantiek of nostalgie, maar uit pure noodzaak. Met een veredeld B-elftal moesten we bij de A-junioren aantreden en werden we in de eerste twee wedstrijden in een klassiek 4-4-2-systeem compleet kleurenblind gespeeld. We kwamen overal te laat, verloren elk duel op het middenveld en liepen voortdurend achter de feiten aan.
Daar hadden we samen geen zin in. Dus gooiden we het om. Het werd 1-4-3-2-1, de kerstboom. Compact, logisch, duidelijk. Wat volgde was verrassend effectief. Tot aan de winterstop verloren we geen wedstrijd meer en stonden we, in een toen nog volledige competitie, keurig zesde. Met minder individuele kwaliteit, maar met meer structuur, duidelijkheid en vertrouwen.
Het verhaal kreeg geen mooi einde. In de winterstop bleek dat binnen de club andere prioriteiten golden dan de ontwikkeling van een jeugdteam. Dat was voor mij het moment om conclusies te trekken en de deur,letterlijk en figuurlijk,achter me dicht te trekken. Maar het systeem bleef. Het idee bleef.
En gisteravond, kijkend naar die documentaire, dacht ik opeens: ik hoop dat er trainers in onze regio zijn die dit ook zien. Trainers die even loskomen van modewoorden en vastgeroeste overtuigingen. Trainers die zich durven afvragen: past wat ik wil eigenlijk wel bij wat ik héb?
Toevallig sprak ik woensdag tijdens een wandeling met Bietsj een oud-voetballer. Zonder dat ik het onderwerp aansneed, zei hij het zelf: “Ik zie ploegen systemen spelen waarvan ik denk: dit past totaal niet bij die spelers.” Dat gevoel herken ik. Zeker op Het Hogeland, waar ik wekelijks teams zie die vaak iets proberen te zijn wat ze simpelweg niet zijn.
De wijze les van Dick Advocaat blijft actueel: een goed huis begint bij een stevig fundament. Geen hogere wiskunde, geen romantiek, maar realisme.
Zelfs in de vijfde klasse hoor je tegenwoordig termen als hoog druk zetten, backs die hoog moeten staan en voetballend oplossen. Prachtig, als je daar de spelers voor hebt. Maar als die backs vooral beschikken over een “op goed geluk”-voorzet en bij balverlies twintig meter ruimte in hun rug laten liggen, dan is dat geen modern voetbal. Dan is dat vragen om problemen.
Het kerstboom-systeem van Co Adriaanse, ruim 25 jaar geleden bedacht, is in essentie juist het tegenovergestelde. Het is compact. Het is duidelijk. Het dwingt spelers om dicht bij elkaar te spelen, om elkaar te helpen, om in lijnen te denken in plaats van in individuele opdrachten.
Voor clubs onderin de ranglijst,en ja, ook in het amateurvoetbal,zou dit systeem zomaar eens een reddingsboei kunnen zijn. Niet omdat het magisch is, maar omdat het logisch is. Drie middenvelders die de as dicht houden. Twee spelers daarvóór die kunnen aansluiten of inzakken. Eén spits die niet alles alleen hoeft te doen, maar weet dat er altijd steun in de buurt is.
Het vraagt discipline, zeker. Het vraagt trainers die durven kiezen voor zekerheid in plaats van mooi weer spelen. Maar het levert rust op. Houvast. En vooral: herkenbaarheid.
Te vaak zie ik ploegen die in balbezit groot willen spelen en bij balverlies uit elkaar vallen. Ploegen die denken dat ze moeten spelen zoals op televisie, terwijl hun realiteit die van een drassig veld, beperkte trainingsuren en wisselende beschikbaarheid is. Dan is eenvoud geen zwakte, maar een kracht. De kerstboom is geen stap terug. Het is een stap naar passend voetbal. Naar voetbal dat klopt met de spelers, met de competitie, met de omstandigheden. Co Adriaanse begreep dat toen al. Hij keek niet naar wat hip was, maar naar wat nodig was. Misschien is het tijd dat we dat weer eens doen. Niet alleen bij profclubs, maar juist ook daar waar voetbal nog puur is. Op trainingsvelden waar lichtmasten knipperen, waar tactiek soms overschreeuwd wordt door enthousiasme, maar waar structuur het verschil kan maken tussen meedoen en ondergaan.
De kerstboom van Co… waarom niet? Soms ligt de toekomst gewoon in een goed idee uit het verleden.