De Beleving verdwijnt: Een waarschuwend signaal voor het voetbal van morgen

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Gisteren, zaterdag 6 december, was weer zo’n dag. Zo’n dag waarop je,zonder dat je het plant, opnieuw geconfronteerd wordt met een ontwikkeling in het voetbal die steeds moeilijker te negeren is. Een ontwikkeling die schuurt, verbaast en ergens zelfs een beetje pijn doet. Een ontwikkeling die draait om één woord: beleving. En meer nog, het langzaam verdwijnen daarvan.



jopie 2

In de bestuurskamer van Warffum

In de bestuurskamer van Warffum ging het gesprek zaterdagmiddag al snel over hoe de beleving van de voetbalsport door de jaren heen is veranderd. Iedereen aan tafel, zonder uitzondering, was het over één ding eens: de manier waarop spelers tegenwoordig omgaan met hun sport, hun team en hun verantwoordelijkheid, die is simpelweg niet meer te vergelijken met die van vroeger. En ja, nostalgie ligt altijd op de loer wanneer je het woord “vroeger” laat vallen. Maar dit ging niet over ‘vroeger was alles beter’. Dit ging over feiten. Over ervaringen. Over een realiteit mensen wekelijks voelen. Dat de term “prima trainingsopkomst” tegenwoordig al een onderwerp van gesprek is, zegt eigenlijk genoeg. Want vroeger, zo klonk het unaniem, bestond een slechte trainingsopkomst simpelweg niet. Iedereen was er. Niet omdat het moest, maar omdat het vanzelfsprekend was. Je miste geen training, tenzij je echt ziek was. En dan moest het ook nog ernstig zijn. Blessures? Alleen wanneer je met een brace, mitella of krukken liep, kon je met goed fatsoen aangeven dat je niet mee kon doen. Zelfs dan kwam je vaak nog even het veld op om je gezicht te laten zien.

Het nieuwe normaal: 2/3 is een feest

Hoe anders is dat vandaag. Trainers zijn al blij, opgelucht soms zelfs ,wanneer twee derde van hun eerste selectie verschijnt op de trainingen. Wanneer er genoeg spelers zijn om fatsoenlijk partij te spelen, wordt er bijna opgelucht ademgehaald. In de bestuurskamer grapte iemand dat de plaatselijke fanfare tegenwoordig zou kunnen uitrukken bij een trainingsopkomst die de zestig procent overstijgt. Het was natuurlijk cynisch bedoeld, maar het is die harde humor die voortkomt uit iets dat wringt. Want hoe is het in vredesnaam zover gekomen? De conclusie van het gezelschap in Warffum was duidelijk: dit is de nieuwe realiteit. En die gaat niet meer teruggedraaid worden. De trainer van nu moet ermee leren omgaan, hoe onbegrijpelijk het soms ook voelt voor de generaties die zijn opgegroeid in een tijd waarin de sport leven was en geen activiteit die je inplant tussen andere afspraken door.

Later op de avond: een trainer die dankbaar is

Later die avond, in een gesprek met een trainer, viel er nog zo’n zin die mij de wenkbrauwen deed fronsen. Hij was blij. Niet alleen met het behaalde resultaat, maar vooral met het feit dat de geblesseerde spelers aanwezig waren. Op dat moment voelde ik dezelfde verbazing die me eerder die dag al had overvallen. De aanwezigheid van geblesseerde spelers op de wedstrijddag, dat bleek tegenwoordig bijzonder. Noemenswaardig zelfs. Iets om blij mee te zijn. Maar vroeger ,en dit is zo’n moment waarop het woord “vroeger” wél terecht is, was dat niet bijzonder. Het was normaal. Een vanzelfsprekend onderdeel van het teamgevoel. Ziek? Geblesseerd? Dan stond je uiteraard langs de lijn. Niet omdat het moest van iemand. Niet omdat het ergens in een beleidsplan stond. Maar omdat het hoorde. Het idee dat je, omdat je niet mee kon doen, maar gewoon thuis bleef, dat kwam simpelweg niet in je op. Je liet je team niet alleen. En daarnaast: je wilde zelf ook zien wat je ploeg deed.

Waar is dat gevoel gebleven?

De constatering dat deze vanzelfsprekendheid inmiddels is verdwenen, is nogal wat. Het zegt iets over hoe de jeugd van nu opgroeit in het voetbal. En belangrijk: het zegt iets over hoe we dat blijkbaar met elkaar laten gebeuren. We hebben het niet alleen over minder trainingsopkomst of minder betrokkenheid tijdens blessures. We hebben het over afbrokkelende beleving. Over een generatie voor wie voetbal steeds vaker één van de vele hobby’s is, in plaats van een passie die prioriteit krijgt. Een activiteit die je doet “als het uitkomt”. Een afspraak waar je gemakkelijk onderuit komt, soms met redenen die vroeger tot grote verbazing hadden geleid. En natuurlijk zijn er uitzonderingen. Jongens en meisjes die alles geven, altijd komen, zelfs met een verkoudheid langs de lijn staan en hun team blijven steunen. Die zijn er, gelukkig. Maar als we eerlijk zijn: het worden er steeds minder.

Wat betekent dit voor de toekomst?

We kunnen doen alsof het allemaal wel meevalt. Alsof dit slechts een tijdelijke verschuiving is. Maar laten we niet naïef zijn. Dit gebrek aan beleving heeft gevolgen. Voor teams. Voor clubs. Voor trainers die het plezier in hun vak verliezen. Voor vrijwilligers die zich afvragen waarom zij hun tijd wél opofferen terwijl spelers dat steeds minder doen. Het heeft zelfs invloed op de sportcultuur in het dorp, in de regio, in heel Nederland. Want voetbal is altijd meer geweest dan negentig minuten op zaterdag. Samen ergens voor gaan ,ook op de dagen dat het even niet uitkomt.

Een waarschuwing – en een oproep

Want laten we eerlijk zijn: dit gaat niet meer alleen over “gebruikte excuses” of “drukke agenda’s”. Dit gaat over mentaliteit. Over het idee dat sport iets is wat je doet wanneer je zin hebt, in plaats van iets waar je onderdeel van bént. En als we niet oppassen, glijden we af naar een situatie waarin betrokkenheid ,echte betrokkenheid, een zeldzaamheid wordt. Waarin trainers steeds vaker tegen een halve selectie praten. Waarin geblesseerde spelers thuisblijven omdat ze toch “niets kunnen doen”. Waarin een training met veertien man voelt als een luxe. En dat heeft alles te maken met BELEVING !