“De boeken van Johan Cruijff gaan nooit naar boven”
Er zijn van die momenten dat ik mezelf even toespreek. “Het is weer zover,” zeg ik dan, half glimlachend, half zuchtend. “Er moet weer een beetje orde in de chaos komen.”
En met chaos bedoel ik niet de garage, de schuur of mijn kledingkast – nee, ik heb het over mijn voetbalboekenkast. Mijn heiligdom. Mijn museum van papier en herinnering..
Om de zoveel tijd komt dat moment terug: ik sta voor de kast, handen in de zakken, en laat mijn blik dwalen over de ruggen van de boeken. Daar staan ze, in keurige ,of beter gezegd, persoonlijke, wanorde. Want er komen steeds nieuwe exemplaren bij. Soms een recente biografie, soms een vergeten parel van een rommelmarkt of kringloop. En dan moet er dus weer wat plaats gemaakt worden. De regel is simpel: wat niet meer echt in mijn hart zit, mag naar de zolder.
Die zolder, dat is eigenlijk een wereld op zich. Martine heeft er haar eigen hoek, vol garen, potloden en ideeën. Terwijl zij nieuwe kussens, wandkleden of tekeningen maakt, blader ik tussen mijn voetbalboeken die ooit een eervolle plek in de kast hadden. We werken daar samen in stilte – ieder op zijn eigen manier scheppend. Zij met kleur en draad, ik met letters en herinneringen.
Maar beneden, in de woonkamer, staat de kern van de verzameling: de boeken die er écht toe doen. De biografieën vooral. Want hoe mooi een tactisch boek of een historisch overzicht ook kan zijn, ik wil de mens achter de voetballer/trainer/scheidsrechter/bestuurder leren kennen.
Die boeken lees ik niet één keer, maar twee. Soms drie. Zoals die van Leo Beenhakker,de man die net zo eigenwijs als geniaal was. Of van René van der Gijp, met zijn grappen en zijn demonen. Wim Kieft, eerlijk en breekbaar. Johan Derksen, die zegt wat velen niet durven. En dan die van de veel te vroeg overleden Theo Bos, het clubicoon van Vitesse. Die lees ik met een brok in mijn keel. Niet alleen omdat hij Vitesse was, maar omdat hij liet zien dat trouw en karakter ook in het moderne voetbal nog bestaan.
En ja, ik koester ook het boek over Robert Enke, de Duitse doelman die besloot dat het leven te zwaar was. Niet om zijn tragische einde, maar omdat dat boek me iets leert wat je op de voor velen ‘heilige’TV nooit ziet: de mens achter het shirt. De man achter de reflex.
Daarom kijk ik nu al uit naar de biografieën van Rafael van der Vaart en Ben Wijnstekers. Twee mannen met een mening, met gevoel, met iets echts. Geen gelikte pr-verhalen, maar authentieke stemmen. Zulke boeken verdienen een plek in mijn kast.
Want eerlijk is eerlijk: in mijn kast zul je geen Messi, geen Ronaldo en geen Van Dijk vinden. Hoe groot ze ook zijn, hoe vol hun prijzenkast ook staat – ze raken mij totaal niet. Ze zeggen me niets.
Ze mogen dan voetbalgoden zijn, maar de mens achter die perfect gepolijste façade blijft voor mij ongrijpbaar. Ze zouden, om het maar Cruijffiaans te zeggen, de tas van Johan Cruijff niet mogen dragen
.Cruijff.
Alleen al bij het typen van zijn naam glimlach ik. Voor mij is hij de grootste. Niet alleen als voetballer, maar als denker, als inspirator, als man die de wereld anders zag. Ik durf rustig te zeggen dat ik alle boeken over Cruijff in mijn bezit heb. Van “Nummer 14” tot “Mijn verhaal”, van analytische beschouwingen tot persoonlijke herinneringen van tijdgenoten.
Als ik ze herschik, voelt het alsof ik een altaar opbouw. Die boeken ,die gaan nooit naar boven. Nooit

Hier gaan de boeken van Johan Cruijff nooit komen .
Soms pak ik zomaar een willekeurig boek uit de kast. Dan ga ik zitten, het leeslampje aan, en blader. De geur van papier, en de tekst, meer heb ik niet nodig. En als ik dan lees over de jonge Cruijff in De Meer, of over Beenhakker die met Real Madrid successen behaalde, voel ik weer waarom ik ooit verliefd werd op voetbal.
Het gaat niet alleen om de wedstrijden, om de doelpunten of de trofeeën. Het gaat om de verhalen. De mensen. De twijfels en dromen. De keuzes die alles veranderen.
Soms vraag ik me af wat anderen zouden denken als ze mijn verzameling zagen. Misschien zouden ze zeggen: “Jeetje, wat een hoop boeken over voetbal.”
Maar voor mij is het meer dan dat. Het is een levensverzameling. Elk boek is een gesprek met iemand die ik nooit ontmoet heb, behalve Gerry Muhren, maar toch ken. Een herinnering aan een tijd, een club, een persoon
En elk boek vertelt ook een beetje over mijzelf. Over de jongen die ooit met een bal in de tuin stond te dromen van het stadion. Over de man die nu leest over de helden van toen. De kast groeit, dat is zeker. Er zullen nog titels bijkomen. Maar één ding zal nooit veranderen: de boeken over Johan Cruijff blijven waar ze horen. In het hart van de kast. In het hart van mijn liefde voor voetbal.
Want als ik iets geleerd heb van al die biografieën, dan is het dit: voetbal is niet alleen wat er op het veld gebeurt. Voetbal is emotie, karakter, kwetsbaarheid, en soms ook verlies. Het is de mens achter de speler/trainer/scheidsrechter/bestuurder. En als ik weer eens voor mijn kast sta en de boeken herschik, voel ik trots. Niet om de aantallen, maar om de verhalen die ik mag bewaren en soms meerdere keren lees.
En met chaos bedoel ik niet de garage, de schuur of mijn kledingkast – nee, ik heb het over mijn voetbalboekenkast. Mijn heiligdom. Mijn museum van papier en herinnering..

Om de zoveel tijd komt dat moment terug: ik sta voor de kast, handen in de zakken, en laat mijn blik dwalen over de ruggen van de boeken. Daar staan ze, in keurige ,of beter gezegd, persoonlijke, wanorde. Want er komen steeds nieuwe exemplaren bij. Soms een recente biografie, soms een vergeten parel van een rommelmarkt of kringloop. En dan moet er dus weer wat plaats gemaakt worden. De regel is simpel: wat niet meer echt in mijn hart zit, mag naar de zolder.
Die zolder, dat is eigenlijk een wereld op zich. Martine heeft er haar eigen hoek, vol garen, potloden en ideeën. Terwijl zij nieuwe kussens, wandkleden of tekeningen maakt, blader ik tussen mijn voetbalboeken die ooit een eervolle plek in de kast hadden. We werken daar samen in stilte – ieder op zijn eigen manier scheppend. Zij met kleur en draad, ik met letters en herinneringen.
Maar beneden, in de woonkamer, staat de kern van de verzameling: de boeken die er écht toe doen. De biografieën vooral. Want hoe mooi een tactisch boek of een historisch overzicht ook kan zijn, ik wil de mens achter de voetballer/trainer/scheidsrechter/bestuurder leren kennen.
Die boeken lees ik niet één keer, maar twee. Soms drie. Zoals die van Leo Beenhakker,de man die net zo eigenwijs als geniaal was. Of van René van der Gijp, met zijn grappen en zijn demonen. Wim Kieft, eerlijk en breekbaar. Johan Derksen, die zegt wat velen niet durven. En dan die van de veel te vroeg overleden Theo Bos, het clubicoon van Vitesse. Die lees ik met een brok in mijn keel. Niet alleen omdat hij Vitesse was, maar omdat hij liet zien dat trouw en karakter ook in het moderne voetbal nog bestaan.
En ja, ik koester ook het boek over Robert Enke, de Duitse doelman die besloot dat het leven te zwaar was. Niet om zijn tragische einde, maar omdat dat boek me iets leert wat je op de voor velen ‘heilige’TV nooit ziet: de mens achter het shirt. De man achter de reflex.
Daarom kijk ik nu al uit naar de biografieën van Rafael van der Vaart en Ben Wijnstekers. Twee mannen met een mening, met gevoel, met iets echts. Geen gelikte pr-verhalen, maar authentieke stemmen. Zulke boeken verdienen een plek in mijn kast.
Want eerlijk is eerlijk: in mijn kast zul je geen Messi, geen Ronaldo en geen Van Dijk vinden. Hoe groot ze ook zijn, hoe vol hun prijzenkast ook staat – ze raken mij totaal niet. Ze zeggen me niets.
Ze mogen dan voetbalgoden zijn, maar de mens achter die perfect gepolijste façade blijft voor mij ongrijpbaar. Ze zouden, om het maar Cruijffiaans te zeggen, de tas van Johan Cruijff niet mogen dragen
.Cruijff.
Alleen al bij het typen van zijn naam glimlach ik. Voor mij is hij de grootste. Niet alleen als voetballer, maar als denker, als inspirator, als man die de wereld anders zag. Ik durf rustig te zeggen dat ik alle boeken over Cruijff in mijn bezit heb. Van “Nummer 14” tot “Mijn verhaal”, van analytische beschouwingen tot persoonlijke herinneringen van tijdgenoten.
Als ik ze herschik, voelt het alsof ik een altaar opbouw. Die boeken ,die gaan nooit naar boven. Nooit

Hier gaan de boeken van Johan Cruijff nooit komen .
Soms pak ik zomaar een willekeurig boek uit de kast. Dan ga ik zitten, het leeslampje aan, en blader. De geur van papier, en de tekst, meer heb ik niet nodig. En als ik dan lees over de jonge Cruijff in De Meer, of over Beenhakker die met Real Madrid successen behaalde, voel ik weer waarom ik ooit verliefd werd op voetbal.
Het gaat niet alleen om de wedstrijden, om de doelpunten of de trofeeën. Het gaat om de verhalen. De mensen. De twijfels en dromen. De keuzes die alles veranderen.
Soms vraag ik me af wat anderen zouden denken als ze mijn verzameling zagen. Misschien zouden ze zeggen: “Jeetje, wat een hoop boeken over voetbal.”
Maar voor mij is het meer dan dat. Het is een levensverzameling. Elk boek is een gesprek met iemand die ik nooit ontmoet heb, behalve Gerry Muhren, maar toch ken. Een herinnering aan een tijd, een club, een persoon
En elk boek vertelt ook een beetje over mijzelf. Over de jongen die ooit met een bal in de tuin stond te dromen van het stadion. Over de man die nu leest over de helden van toen. De kast groeit, dat is zeker. Er zullen nog titels bijkomen. Maar één ding zal nooit veranderen: de boeken over Johan Cruijff blijven waar ze horen. In het hart van de kast. In het hart van mijn liefde voor voetbal.
Want als ik iets geleerd heb van al die biografieën, dan is het dit: voetbal is niet alleen wat er op het veld gebeurt. Voetbal is emotie, karakter, kwetsbaarheid, en soms ook verlies. Het is de mens achter de speler/trainer/scheidsrechter/bestuurder. En als ik weer eens voor mijn kast sta en de boeken herschik, voel ik trots. Niet om de aantallen, maar om de verhalen die ik mag bewaren en soms meerdere keren lees.