Dit was weer het weekend
De titel van het televisieprogramma “Dit was het weekend” zou zomaar boven mijn eigen belevenissen kunnen staan. Niet over het betaalde voetbal, waar VAR-drama’s en overdreven theater de boventoon voeren, maar over het echte voetbal. Het voetbal van natte velden, koude dug-outs, koffie, en spelers die oprecht blij zijn met een zak snoep of een rollade bij de verloting. Het voetbal van mensen. Van amateurvoetbal.

Het eerste weekend van november leverde weer alles op wat deze wereld zo mooi maakt: humor, verbazing, kameraadschap, en af en toe even op je strepen staan.
Zaterdag begon mijn reis naar Kloosterburen voor het duel Kloosterburen–ZEC. Aangekomen trof ik een vrijwel lege parkeerplaats aan. Een slecht voorteken, dacht ik. En inderdaad: het duel van het eerste elftal van de withemden was afgelast. Veld 1 had het begeven. Alleen de reserves van Kloosterburen en OKVC hadden geluk dat de consul veld 2 nog net voetbalwaardig vond.
Daar sta je dan, met je notitieblok, maar zonder wedstrijd. Onderweg naar het volgende duel , Eenrum tegen Warffum ,kon ik er alleen maar om glimlachen. Puurvoetbalonline wordt blijkbaar niet voldoende gelezen in Kloosterburen, dacht ik. Anders hadden ze me, gezien het artikel ‘wedstrijd van de week’ vast even een seintje gegeven dat het duel was afgelast.
Zo was ik vroeg in Eenrum, waar het duel tegen Warffum pas om 15.15 uur op het programma stond. Genoeg tijd dus voor koffie, een mooi moment met Anton Brontsema, en een praatje met mensen die ik tijden niet had gesproken. En toen kwam hij aanlopen: Jelis Schuiling, de voorzitter van Warffum. Een man met wie het altijd fijn langs de lijn staan is. Toen ook voetbalvriend Jur Smit nog arriveerde, wist ik: dit wordt een mooie middag. Want waar Jur is, is voetbalhumor nooit ver weg. De wedstrijd zelf? Laten we zeggen: niet best. Maar als je niets verwacht, kan het ook niet tegenvallen.
In de rust was het gezellig druk in de kantine. Winsum 5 stond daar al ruim aan de leiding — niet op het veld, maar in de strijd om de winst van de derde helft. En eerlijk is eerlijk, dat is in het amateurvoetbal soms de belangrijkste competitie van allemaal.
Na de rust werd het in Eenrum nog leuker. Jaap van der Ploeg – zijn duel Stedum–Zeester was afgelast – en Gerke Kersaan sloten zich bij ons groepje aan. Al snel ging het over verslaggevers die wel of geen wedstrijd bezoeken, over trainers die je belt, over spraakberichten, spelers, reserve of heten ze nu uitshirts. Kortom: het amateurvoetbal zoals ik het liefheb. Geen camera’s, geen interviews met clichés, maar verhalen die vanzelf ontstaan. De herfstzon kleurde de middag ondertussen zachtgeel. Misschien kleurde ze ons zelfs nog een klein beetje bij.
De zondag begon vroeg. Verslagen afmaken, checken of Usquert–Alteveer door zou gaan, even sporten, de hond uitlaten — en dan op naar Usquert voor het duel Usquert–Farmsum. Daar hoorde ik bij aankomst dat ik in het duel Usquert van twee weken eerder een paar strafschoppen voor de thuisploeg had gemist. Dat zou kunnen, al zou je ook kunnen zeggen dat ik net zo goed de “honderdéén overtredingen” had kunnen noteren die niet werden gegeven. Maar goed, dat hoort erbij.
Even later lachte ik er samen met de ook in Usquert aanwezige Jur Smit alweer om. En met het wat geagiteerde lid van de technische staf was het, na een opmerking van mijn kant, even op zijn “Johan Staals”, ook snel weer goed. Zo hoort het. Niet blijven hangen. Even stoom afblazen, hand schudden, en klaar. Want dat is zoals ik het amateurvoetbal: eerlijk, direct, menselijk.
Je mag boos zijn, maar je blijft respect houden. Je zegt wat je vindt, maar je kijkt elkaar daarna weer aan. En je drinkt een in mijn geval een colaatje of een koffie. Dat is het verschil met het betaalde voetbal, waar het theater belangrijker lijkt dan de sport.
Neem nou die duwpartij van Makkelie richting Wouter Goes. Een scheidsrechter die zijn handen niet thuishoudt en spelers die daarna met gespeelde verontwaardiging over het gras rollen. Dat is niet mijn voetbal. Dat is een toneelstuk waarin iedereen zijn rol kent: de scheids als steracteur, de spelers als ‘slachtoffers’, de VAR als regisseur. Alles wordt eindeloos herhaald, vertraagd, uitvergroot,maar nergens proef je nog de echtheid. Ik weet niet wat erger is: de overtreding zelf, of het idee dat we met z’n allen doen alsof dit het hoogtepunt van de week is. Alsof dit voetbal is.
Geef mij dan maar Eenrum tegen Warffum, op een veld dat net droog genoeg is om niet afgelast te worden. Geef mij Jaap, Gerke, Jur, en Jelis langs de lijn. Geef mij een consul die twijfelt of veld 2 het houdt. Geef mij een scheidsrechter die zonder oortje en zonder VAR gewoon fluit wat hij ziet. En geef mij spelers die na afloop mopperen, maar het daarna ook weer loslaten. Dat is voetbal. Puur voetbal. De charme van het amateurvoetbal zit hem niet in perfectie, maar in echtheid.
In het feit dat iemand de cornervlag vergeet en een toeschouwer hem uit de kantine haalt. Dat een trainer met stiekem een peukie in de hand, tactische aanwijzingen roept terwijl zijn bril beslaat. Dat de nummer 13 in een ander shirt speelt dan zijn teamgenoten. Dat er geen camera op staat, maar dat iedereen het zich tóch herinnert. Daarom heb ik nooit moeite met regen, wind of een afgelaste wedstrijd. Het hoort bij het spel. En juist op die momenten besef je hoe warm deze wereld is. Hier geen miljoenencontracten, maar vrijwilligers die vlaggen, bestuursleden die lijnen kalken en vaders die op zaterdag de doelen rechtzetten. Hier geen spelers die na één duel hun transfer eisen, maar jongens die na een verloren pot samen de boel opruimen. Zondagavond, terug thuis, dacht ik aan alles wat ik had gezien en gehoord. De humor, de gesprekken, de kleine misverstanden, en vooral de warmte. Ik voelde me moe maar voldaan. Want ondanks het gedoe, de afgelastingen en de gemiste strafschoppen, was het wéér een prachtig voetbalweekend.
En dus, met een knipoog naar dat televisieprogramma over het betaalde voetbal, kan ik alleen maar zeggen: Dit was weer het weekend.
Een weekend dat liet zien waarom ik nooit verliefd zal worden op de glitterwereld van de Eredivisie, maar altijd zal blijven houden van het echte spel. Het spel van modder, mensen en momenten die nergens anders bestaan dan hier, op de amateurvelden van het Noorden.

Het eerste weekend van november leverde weer alles op wat deze wereld zo mooi maakt: humor, verbazing, kameraadschap, en af en toe even op je strepen staan.
Zaterdag begon mijn reis naar Kloosterburen voor het duel Kloosterburen–ZEC. Aangekomen trof ik een vrijwel lege parkeerplaats aan. Een slecht voorteken, dacht ik. En inderdaad: het duel van het eerste elftal van de withemden was afgelast. Veld 1 had het begeven. Alleen de reserves van Kloosterburen en OKVC hadden geluk dat de consul veld 2 nog net voetbalwaardig vond.
Daar sta je dan, met je notitieblok, maar zonder wedstrijd. Onderweg naar het volgende duel , Eenrum tegen Warffum ,kon ik er alleen maar om glimlachen. Puurvoetbalonline wordt blijkbaar niet voldoende gelezen in Kloosterburen, dacht ik. Anders hadden ze me, gezien het artikel ‘wedstrijd van de week’ vast even een seintje gegeven dat het duel was afgelast.
Zo was ik vroeg in Eenrum, waar het duel tegen Warffum pas om 15.15 uur op het programma stond. Genoeg tijd dus voor koffie, een mooi moment met Anton Brontsema, en een praatje met mensen die ik tijden niet had gesproken. En toen kwam hij aanlopen: Jelis Schuiling, de voorzitter van Warffum. Een man met wie het altijd fijn langs de lijn staan is. Toen ook voetbalvriend Jur Smit nog arriveerde, wist ik: dit wordt een mooie middag. Want waar Jur is, is voetbalhumor nooit ver weg. De wedstrijd zelf? Laten we zeggen: niet best. Maar als je niets verwacht, kan het ook niet tegenvallen.
In de rust was het gezellig druk in de kantine. Winsum 5 stond daar al ruim aan de leiding — niet op het veld, maar in de strijd om de winst van de derde helft. En eerlijk is eerlijk, dat is in het amateurvoetbal soms de belangrijkste competitie van allemaal.
Na de rust werd het in Eenrum nog leuker. Jaap van der Ploeg – zijn duel Stedum–Zeester was afgelast – en Gerke Kersaan sloten zich bij ons groepje aan. Al snel ging het over verslaggevers die wel of geen wedstrijd bezoeken, over trainers die je belt, over spraakberichten, spelers, reserve of heten ze nu uitshirts. Kortom: het amateurvoetbal zoals ik het liefheb. Geen camera’s, geen interviews met clichés, maar verhalen die vanzelf ontstaan. De herfstzon kleurde de middag ondertussen zachtgeel. Misschien kleurde ze ons zelfs nog een klein beetje bij.
De zondag begon vroeg. Verslagen afmaken, checken of Usquert–Alteveer door zou gaan, even sporten, de hond uitlaten — en dan op naar Usquert voor het duel Usquert–Farmsum. Daar hoorde ik bij aankomst dat ik in het duel Usquert van twee weken eerder een paar strafschoppen voor de thuisploeg had gemist. Dat zou kunnen, al zou je ook kunnen zeggen dat ik net zo goed de “honderdéén overtredingen” had kunnen noteren die niet werden gegeven. Maar goed, dat hoort erbij.
Even later lachte ik er samen met de ook in Usquert aanwezige Jur Smit alweer om. En met het wat geagiteerde lid van de technische staf was het, na een opmerking van mijn kant, even op zijn “Johan Staals”, ook snel weer goed. Zo hoort het. Niet blijven hangen. Even stoom afblazen, hand schudden, en klaar. Want dat is zoals ik het amateurvoetbal: eerlijk, direct, menselijk.
Je mag boos zijn, maar je blijft respect houden. Je zegt wat je vindt, maar je kijkt elkaar daarna weer aan. En je drinkt een in mijn geval een colaatje of een koffie. Dat is het verschil met het betaalde voetbal, waar het theater belangrijker lijkt dan de sport.
Neem nou die duwpartij van Makkelie richting Wouter Goes. Een scheidsrechter die zijn handen niet thuishoudt en spelers die daarna met gespeelde verontwaardiging over het gras rollen. Dat is niet mijn voetbal. Dat is een toneelstuk waarin iedereen zijn rol kent: de scheids als steracteur, de spelers als ‘slachtoffers’, de VAR als regisseur. Alles wordt eindeloos herhaald, vertraagd, uitvergroot,maar nergens proef je nog de echtheid. Ik weet niet wat erger is: de overtreding zelf, of het idee dat we met z’n allen doen alsof dit het hoogtepunt van de week is. Alsof dit voetbal is.
Geef mij dan maar Eenrum tegen Warffum, op een veld dat net droog genoeg is om niet afgelast te worden. Geef mij Jaap, Gerke, Jur, en Jelis langs de lijn. Geef mij een consul die twijfelt of veld 2 het houdt. Geef mij een scheidsrechter die zonder oortje en zonder VAR gewoon fluit wat hij ziet. En geef mij spelers die na afloop mopperen, maar het daarna ook weer loslaten. Dat is voetbal. Puur voetbal. De charme van het amateurvoetbal zit hem niet in perfectie, maar in echtheid.
In het feit dat iemand de cornervlag vergeet en een toeschouwer hem uit de kantine haalt. Dat een trainer met stiekem een peukie in de hand, tactische aanwijzingen roept terwijl zijn bril beslaat. Dat de nummer 13 in een ander shirt speelt dan zijn teamgenoten. Dat er geen camera op staat, maar dat iedereen het zich tóch herinnert. Daarom heb ik nooit moeite met regen, wind of een afgelaste wedstrijd. Het hoort bij het spel. En juist op die momenten besef je hoe warm deze wereld is. Hier geen miljoenencontracten, maar vrijwilligers die vlaggen, bestuursleden die lijnen kalken en vaders die op zaterdag de doelen rechtzetten. Hier geen spelers die na één duel hun transfer eisen, maar jongens die na een verloren pot samen de boel opruimen. Zondagavond, terug thuis, dacht ik aan alles wat ik had gezien en gehoord. De humor, de gesprekken, de kleine misverstanden, en vooral de warmte. Ik voelde me moe maar voldaan. Want ondanks het gedoe, de afgelastingen en de gemiste strafschoppen, was het wéér een prachtig voetbalweekend.
En dus, met een knipoog naar dat televisieprogramma over het betaalde voetbal, kan ik alleen maar zeggen: Dit was weer het weekend.
Een weekend dat liet zien waarom ik nooit verliefd zal worden op de glitterwereld van de Eredivisie, maar altijd zal blijven houden van het echte spel. Het spel van modder, mensen en momenten die nergens anders bestaan dan hier, op de amateurvelden van het Noorden.