De elleboog van Wout en de waan van de dag

Geschreven door Johan Staal op . Geplaatst in Columns

Natuurlijk heb ik daar een mening over. Sterker nog: ik heb er elke dag een mening over. En dat ik mij soms moet “verantwoorden” voor mijn desinteresse in het betaald voetbal, boeit mij werkelijk geen seconde. Laat anderen maar denken dat ik gek ben. Ik heb gewoon mijn interesse allang verloren in het circus dat men nog altijd met droge ogen “betaald voetbal” noemt.


johan 2

Dat AZ van Ajax wint? Heerlijk. Niet omdat ik ineens een AZ’er ben, maar omdat het een prachtig voorbeeld is van hoe een stelletje sneuneuzen een club die ooit synoniem stond voor voetbalglorie, eigenhandig naar de gallemiezen helpt. Daar kan ik oprecht van genieten. Niet uit leedvermaak, maar omdat het laat zien hoe hol dat hele wereldje is geworden. De waan van de dag viert hoogtij in Amsterdam. Daar loopt tegenwoordig een zekere Wout Weghorst rond. Wout, de man die het geloof als tatoeage op zijn hart draagt en er trots op is dat hij “met zijn baas daarboven” overlegt. Een prima vent, hoor. Werkt hard, praat recht voor zijn raap, en is in Oranje uitgegroeid tot de nationale knuffelbeer. Maar ook Wout is inmiddels volledig opgenomen in de mediagekte die het betaald voetbal is geworden. Neem die elleboogstoot in het duel tegen AZ. Wout zei dat het geen elleboogstoot was. “Ik beschermde mezelf,” klonk het. Maar op sociale media zag het er anders uit. De beelden logen niet, althans, dat vonden de duizenden scheidsrechters op X, Facebook en TikTok. En zoals altijd in dat wereldje, werd er dagenlang over geluld. Tientallen analisten, zelfbenoemde deskundigen en oud-voetballers die niet meer weten wat een bal weegt, mochten er iets van vinden.

Vandaag is het de elleboog van Wout. Morgen is het de ingegroeide teennagel van Sem Steijn. Overmorgen weer een mislukte kapbeweging van Guus Til. En de dag daarna een gemiste penalty van een speler met te veel gel in zijn haar. Het stelt allemaal geen reet voor. En toch draaien complete talkshows, krantenpagina’s en podcasts eromheen alsof het de kern van het bestaan betreft. Zolang prof. Kwakman, dr. Pérez, drs. Driessen en ing. Luijkx maar dom mogen blijven lullen, blijft het amateurvoetbal mijn vriend. Daar wordt nog gewoon gevoetbald. Zonder randzaken, zonder Instagram-posts, zonder de zoveelste “boodschap aan de fans”. Daar is een elleboogstoot gewoon een elleboogstoot, en niet een diep filosofisch vraagstuk over intentie, timing en spiritualiteit. Wat mij stoort, is niet eens het spelletje zelf. Voetbal blijft in de kern prachtig. Een bal, twee doelen, en 22 mensen die proberen te winnen. Simpel, eerlijk, en universeel. Wat mij de das omdeed, is al het geneuzel eromheen. Het betaald voetbal is niet meer van het volk. Het is een bedrijfstak geworden, een realityshow met gras als decor. De spelers zijn merken, de clubs zijn beursfondsen, en de supporters zijn doelgroepen. De beleving wordt gemeten in clicks en views, niet in bevroren tenen langs de lijn of het geluid van de bal tegen de lat.

Dat ik dus niet meer warm loop voor het betaalde circus, is geen pose. Het is bevrijdend. Ik hoef niet meer mee te gaan in de hype van de week. Niet meer te doen alsof ik ‘bezorgd’ ben over de vorm van Ajax of de blessure van Frenkie. Ik leef beter zonder de analyse van Anton Janssen of de voorspellende wijsheid van Pérez. Ik heb geen behoefte aan de heilige meningen van mensen die zelf ook niet meer weten waar ze voor staan. Kijk, in het amateurvoetbal is alles nog tastbaar. De lijnen zijn soms scheef, de bal is soms zacht, en de scheids heeft een bril van +3. Maar het is echt. Daar zie je jongens en meiden die na het fluitsignaal gewoon een biertje pakken en lachen om hun eigen blunders.

.

Dus nee, ik hoef me niet te verantwoorden ben dat ook nooit van plan geweest. Niet tegenover de fanatieke volgers van ESPN, niet tegenover de mannen aan de bar, en zeker niet tegenover de types die nog steeds denken dat een VAR-discussie iets wezenlijks toevoegt aan het leven. Ik kijk nog wel eens hoor, met een half oog. Als AZ van Ajax wint bijvoorbeeld,gewoon om te zien hoe de zogenaamde topclub zichzelf omlaag blijft praten. En dan lach ik zachtjes. Niet uit cynisme, maar uit opluchting. Omdat ik weet dat ik eindelijk vrij ben van de waanzin. Laat de praatprogramma’s maar draaien. Laat de deskundigen maar zwammen. Laat Wout zijn geloof behouden en Sem zijn teennagel. Voor mij is het allemaal prima. Zolang ik op zaterdag of zondag maar een amateurwedstrijd kan zien, waar de koffie te sterk is, de bal te zwaar en het plezier nog echt. Daar, tussen de modder en de dug-out van multiplex, ligt het échte voetbal.
De rest? Gebakken lucht met een klodder mayonaise !